Hoofdstuk 4h | Inhoudsopgave | Hoofdstuk 6

Het Goddelijk Voornemen



5. De Toekomende Aioon

De Zoon des mensen is gezeten op de troon zijner heerlijkheid (369) en de 12 Apostelen bekleden dan ook tronen om de 12 stammen Israëls te leiden. Het is de algemene wedergeboorte der aarde (370), de tijd der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door de mond van al zijn heilige profeten der aioon (371). Abraham is dan ook opgestaan en zo kunnen dan de beloften die de Here hem deed, in vervulling gaan. Hij bezit dan het gehele land Kanaän gedurende de gehele aioon (372) en al de geslachten der aarde worden in hem gezegend. Dit alles betreft de aardse sfeer. Doch Abraham is ook erfgenaam der wereld (373), omvattende aarde en hemel. Met hem wordt dan ook zijn zaad gezegend, dat vergeleken wordt met de sterren des hemels (374).

We hebben in Hoofdstuk IV in het kort nagegaan wat de profeten verkondigden aangaande Israëls herstel in het land. We hebben ook het begin der vervulling dezer beloften nagegaan in de Evangeliën en de Handelingen. Nu eerst is de vervulling volledig. Israël zal in die aioon niet meer verdeeld zijn, zoals vroeger, doch zal een zichtbare eenheid vormen op aarde (375). Die eenheid zal als centrum hebben de Koning aan Wie alle volken zullen onderworpen zijn (376) (377). David zal dan heersen (378). De schepping zal dan vrijgemaakt zijn van de dienstbaarheid der verderfenis (379). Men herinnert zich de oude beloften:

"Het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven; en de dorstijd zal u reiken tot de wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot de zaaitijd" (380).
Aangezien Israël nu alle geboden getrouw volgt en in praktijk brengt, kan dit alles werkelijkheid worden. Zo ook de gezichten der profeten:
"De velden zijn bekleed met kudden, en de dalen zijn bedekt met koren" (381).

"De woestijn en de dorre plaatsen zullen hierover vrolijk zijn, en de wildernis zal zich verheugen, en zal bloeien als een roos" (382).

"En de wolf zal met het lam verkeren" (383).

Dat er ook een grote verandering in de natuur plaats grijpt, blijkt uit het feit dat het licht der maan zal zijn als het licht der zon, en het licht der zon zevenvoudig zal zijn (384). Het zal een tijd van gerechtigheid en vrede zijn (385), wat in onze aioon niet mogelijk is omdat de mens dit poogt te bereiken in eigen kracht, zonder de Here. We hebben reeds herinnerd aan het feit dat de duur van het leven zal verlengd zijn en waarschijnlijk van dezelfde grootte-orde zal zijn als gedurende de tweede aioon (386). Israël zal vermenigvuldigd worden (387) en na de wedergeboorte, geestelijke kracht van boven ontvangen (388) omdat hun zonden zullen vergeven zijn (389).

Zoals we reeds gezien hebben, moet Israël ook in die aioon de Wet onderhouden (390), doch ze zal dan in hun hart geschreven zijn en ze zullen niet meer al de voorschriften in eigen kracht willen volgen, doch door de kracht van de Geest. Het Nieuwe Verbond vervangt namelijk het Oude Verbond. Voor wat betreft hun nationaliteit blijven ze allen Joden, doch naar hun geloof zijn ze Christenen. Israël is dan werkelijk een koninkrijk van priesters (391) en door hen zal de aarde vol zijn van de kennis des Heren (392). Ze zullen herders zijn naar Gods hart (393), onder de goede Herder (394), de grote Herder (395), de overste Herder (396).

Israël zal dan heersen over de volken en door hen gediend worden (397), doch het zal niet zijn uit eigen belang, doch tot zegen der volken (398). Mat. 28:19 zal dan vervuld worden en die wereld-evangelisatie zal bekrachtigd worden door tekenen en krachten. Dan eerst zal er op aarde een algemene, zichtbare Kerk zijn, met een zichtbaar Hoofd.

Na de 1000 jaar, zal de satan uit zijn gevangenis ontbonden worden (399) en zal de volken verleiden (400) en ze vergaderen tot de krijg tegen Jeruzalem. Doch vuur zal dan nederdalen van God uit de hemel en ze verslinden. De duivel, die hen verleidde, wordt dan geworpen in de poel des vuurs en sulfers (401). Dan komt het oordeel voor de grote witte troon, voor hen die nog geen deel gehad hebben aan de vroegere opstandingen. Mogelijk duurt dus de toekomende aioon langer dan 1000 jaar. God heeft een eerste doel bereikt: de nieuwe geboorte van een massa mensen en, in zekere zin, van de gehele aarde. Wat Adam had moeten doen, heeft de Zoon verwezenlijkt. Hij heeft als Koning geheerst totdat Hij al de vijanden onder zijn voeten heeft gelegd (402).

Bijna alles wat we hierboven hebben samengevat betreft de aarde, doch het spreekt van zelf dat zij die tot de hemelse sfeer behoren niet werkeloos blijven. In tegendeel, Abraham en al degenen die met hem gezegend zijn (403) en die gekomen zijn tot de rechtvaardiging door het geloof in Jezus Christus, volbrengen hun opdrachten, ook op aarde. Hun werking kan tot gevolg hebben allerlei wonderen, verschijningen, krachtige daden, waarvan de tijden der Evangeliën en der Handelingen slechts een zwak afschijnsel geven (404). Ook de engelen, die gedienstige geesten zijn, zullen uitgezonden worden om dergenen wil, die de behoudenis beërven (405). Ten slotte zullen zij, die in de overhemelse in Gods rechterhand geplaatst zijn, in die aioon de uitnemende rijkdom van Gods genade betonen (406). Daar ze met de Here vereenzelvigd zijn, nemen ze deel aan al zijn werkzaamheden, ook op aarde.

We zien dus gedurende de toekomende aioon de drie groepen gelovigen, die elk een eenheid vormen en die in verschillende mate met de Here in gemeenschap staan: op aarde Israël en de wedergeborenen uit de volken; in de hemel de "zonen" die met Abraham gezegend zijn; in de overhemelse zij die gekomen zijn tot de maat van de volle wasdom der volheid van Christus. Allen zijn christenen en vormen in die zin één groep, doch ze bevinden zich op verschillende gebieden van de weg der behoudenis, dat is der gemeenschap met Christus. De "zonen" bevinden zich reeds in de sfeer van zegening der 5de aioon, terwijl zij die zich in Gods rechterhand bevinden als leden van het Lichaam waarvan Christus het Hoofd is, reeds deel hebben aan de volmaakte staat waar God alles in allen is. Men ziet dus hoe de onderscheiding in verticale richting (in de positie) overeenstemt met de onderscheiding in horizontale richting (in de aionen). Individueel kunnen de gelovigen in alle tijden van de éne sfeer in de andere verplaatst worden (407), doch de massa gaat door de aionen om Gods einddoel te bereiken.



Voetnoten:

(369) Mat. 19:28; 25:31.

(370) "Wedergeboorte" is de vertaling van "palingenesia", ook in Tit. 3:5. Dit stemt overeen met de "gennaô anôthen" (nieuwe geboorte of geboorte van boven) in Joh. 3:3-7 vermeld.

(371) Hand. 3:21. vóór de komst van de Trooster en de nationale wedergeboorte van Israël, moest de Here de dood ingaan (Joh. 16:7). Die geboorte was mogelijk door de opstanding van Jezus Christus (1 Petr. 1:3, 23). Pinksteren had dan ook moeten gevolgd zijn door het Koninkrijk op aarde. De enige voorwaarde was de bekering van Israël (Hand. 3:19-21).

(372) Gen. 17:8; voor "eeuwige bezitting" leze men "aionische bezitting", d.w.z. een bezitting die de gehele aioon door zou duren.

(373) Rom. 4:13.

(374) Gen. 15:5; Heb. 11:12. Zie ook Hoofdstuk 4.

(375) Zie b.v. Jer. 3:18; 31:1; 50:4, 5, 20; Ezech. 37:15-28.

(376) Zie b.v. Ps. 22:28, 29; 24:1, 8, 10; 33:10, 11; 45:2, 3, 7; 72:8, 11; 93:1, 2; 97: 1, 6, 9; Gen. 49:10. Zie ook de profeten.

(377) Ps. 47:2-10; 48:2, 9; 50:2; 66:4, 7; 100:1-5; 113:4; 150:6.

(378) 2 Sam. 7:16; Jer. 30:9: Ezech. 34:23; 37:24.

(379) Rom. 8:21.

(380) Lev. 26:4, 5.

(381) Ps. 65:14; Jes. 30:23-25; 49:10; Jer. 31:4, 5, 12-14; Zach. 3:10; Am. 9:13, 14.

(382) Jes. 32:15; 35:1, 2; 43:19, 20; Ezech. 34:26, 27; 36:33-36.

(383) Jes. 11:6-8; 35:9.

(384) Jes. 30:26 en zie Ps. 102:26, 27.

(385) Ps. 72:1-4; 85:11-14; Jes. 2:1-4; 11:9; 32:16, 17; 60:17; Jer. 23:5; Mich. 4: 1, 11.

(386) Jes. 65:20; Ps. 92:13-15.

(387) Jes. 60:22; Jer. 31:27, 28; Ezech. 36:9-11; Mich. 4:6, 7; Zach. 8:4-6; Deut. 7: 12-15.

(388) Deut. 30:6; Ps. 51:12; Jes. 44:3; Jer. 24:7; 31:33; 32:39; Ezech. 11:19; 18: 31; 36:25-27; Joël 2:28-32.

(389) Jes. 33:24; 43:24, 25; Jer. 31:34; Ezech. 16:60-63; 36:29; Zach. 13:1.

(390) Jes. 2:2: Jer. 30:18-19; Ezech. 40-46; Zach. 14:21; Mal. 3:3, 4.

(391) Ex. 19:6; Jes. 61:6; 66:21; 1 Petr. 2:9; Op. 1:6.

(392) Jes. 11:9; 29:24.

(393) Jer. 3:15.

(394) Jes. 40:11; Ezech. 34:12-16, 22-24; Ps. 23.

(395) Heb. 13:20.

(396) 1 Petr. 5:4.

(397) Ps. 45:17; Jes. 14:1, 2; 49:23; 54:2-5; 55:3-5; 60:10-12, enz.

(398) Ps. 96:3; 98:2; Jes. 2:2, 3; 52:10; Jer. 3:17; Zach. 2:11; 8:13-23; 14:16-17.

(399) Op. 20:3, 7.

(400) Zie ook Ezech. 38:8-12; 39:12-16.

(401) Op. 20:10. De Griekse tekst zegt dat hij zal gepijnigd worden gedurende de aionen der aionen, d.w.z. de 4e en 5e aionen. Zie Aanhangsel nr. 1. Zie ook Ezech. 28:18 en 19 voor het einde van satan.

(402) 1 Kor. 15:25.

(403) Gal. 3:9.

(404) Heb. 6:5.

(405) Heb. 1:14.

(406) Ef. 2:7.

(407) De overhemelse sfeer was echter eerst toegankelijk na de tijd der Handelingen.




Hoofdstuk 4h | Inhoudsopgave | Hoofdstuk 6



Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden