Uit IsraŽls Profetie

VII. De Openbaring

3.f  Nadere uiteenzetting van Openb. 20 en 21

DE 1000 JAAR EN DAARNA.
's Heren- wederkomst. Het Koninkrijk der hemelen opgericht. Met Christus' komst wordt het Kon. der hemelen aan IsraŽl opgericht. Het werd als nabij aangekondigd door Johannes Mt. 3:2. door de Here Jezus. 4:17. door de 12 discipelen. 10:7. Het wordt weer gepredikt in de tijd van IsraŽls aanneming, Mt. 24:14, het wordt opgericht met kracht van uit de hemelen door Christus' komst. IsraŽl zal op "de tweede reis" de Meerdere dan Jozef herkennen en aannemen, Mt. 23:39. De engelen gaan dan uit om uit dat koninkrijk de ergernissen te vergaderen, Mt. 13:41 en de bozen uit het midden der rechtvaardigen af te scheiden, Mt, 13:49, 50. Dan ontvangen de heiligen des Allerhoogsten het rijk, Dan. 7:27, het gericht zal zitten, Op. 20:4, het Beestrijk wordt weggedaan, Dan. 7:11, de overige rijken krijgen verlenging van leven tot tijd en stonde toe, Dan. 7:12. Christus neemt plaats op de troon Zijner heerlijkheid, Mt. 25:31, het Koninkrijk van Vader David wordt gevestigd, Mk. 11:10, het rijk wordt bezeten tot in der eeuwigheid, d.i. de toekomende eeuw of aioon, ja tot in eeuwigheid der eeuwigheden, Hebr. de eeuw der eeuwen, de laatste aioon, Dan. 7:18. Dit zegt ook Op. 22:5 in andere vorm: zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid, Gr.: in de aionen der aionen, de twee laatste aionen Christus' koningschap duurt ook zo lang. Hij zal over het Huis Jakobs Koning zijn in de aionen, zegt Luk. 1:33 volgens het Grieks, dan geeft Hij het koninkrijk over aan God den Vader, 1 Cor. 15:24.

Bij het begin van de 1000 jaar wordt Satan gebonden. "En ik zag een engel afkomen uit den hemel, hebbende den sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand, en hij greep den Draak, de oude Slang, welke is de Duivel en de Satan en bond hem duizend jaren en wierp hem in den afgrond en sloot hem daarin en verzegelde dien boven hem opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geŽindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden." Op. 20:1-3.

De eerste vraag is: Wat hebben wij onder de afgrond te verstaan. Dat is o.i. de sheool of hades, het onderaardse. In Rom. 10:7 zegt Paulus: Wie zal in den afgrond nederdalen, dat is Christus uit de doden opbrengen. Christus is in de hades geweest. Ps. 16:10. Hand. 2:27, in het hart der aarde, Mt. 12:40. Satan wordt dus in de hades gesloten. Dan komt Jes. 14 tot vervulling:

"De hel, [Hebr : de sheool, het onderaardse (in het hele O.T. staat nergens in het Hebr. het woord: hel)], van onderen was beroerd om uwentwil. om a tegemoet te gaan als gij kwaamt: zij wekt om uwentwil de doden op, alle bokken der aarde, zij doet alle koningen der Heidenen van hun tronen opstaan. Die al te gader zullen antwoorden en tot u zeggen: Gij zijt ook krank geworden, gij zijt ons gelijk geworden. Uw hoovaardij is in de sheool nedergestort met het geklank uwer luiten; de maden zullen onder u gestrooid worden en de wormen zullen u bedekken. Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads, hoe zijt gij ter aarde nedergehouwen, gij die de Heidenen krenktet en zeide in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen, ... ik zal den Allerhoogsten gelijk worden. Ja, in de sheool zult gij nedergestoten werden aan de zijden van den kuil. Die u zien, zullen u aanschouwen, zij zullen op u letten en zeggen: Is, dit die man die de aarde beroerde, die de Koninkrijken deed beven, die de wereld als een woestijn stelde en haar steden verstoorde, die zijn gevangenen niet liet losgaan naar huis toe. Alle koningen der Heidenen, zij allen liggen met ere een iegelijk in zijn huis, maar gij zijt verworpen van uw graf als een gruwelijke scheut, als een kleed der gedoden die met het zwaard doorstoken zijn, als zij die nederdalen in den steenkuil, als een vertreden dood lichaam. Gij zult bij dezelve niet gevoegd worden in de begrafenis, want gij hebt uw land verdorven en uw volk gedood," Jes. 14:9-20.

Wij geloven, dat dit een beschrijving is die op Satan ziet. Beest en Valse profeet komen niet in de sheool, zij worden in de poel des vuurs geworpen. Satan wordt dat later, eerst komt hij 1000 jaar in de afgrond.

Satan is een persoonlijk wezen. 't Is een van de cherubs en wel de overdekkende. Ez. 28. De andere cherubs zijn de vier "dieren" beter vertaald: levende wezens, van Op. 4. Satan is daaruit gevallen. De cherubs zijn wezens van hoger orde, maar daarom nog geen abstracte geesten zoals men dat van Satan gelooft. Satan vertoonde zich aan Eva als een engel des lichts, 2 Cor. 11:3 en 14, hij zal eenmaal omgaan als een briesende leeuw, 1 Petr. 5:8, bewijzen, dat hij een wezen is met een lichaam dat zich zichtbaar kan maken, althans substantieel is. Men denke ook aan de verzoekingen in de woestijn. Zo kan hij dan ook in de afgrond opgesloten worden.

Waar de gehele Openbaring toekomstig is en voor IsraŽl, zijn het ook de 1000 jaren van Op. 20. We behoeven daar verder niet veel pleidooi voor te houden. De mening, dat we er nu al in leven, is bewijs, dat men het woord der waarheid niet recht snijdt. De onjuiste visies van Rooms-Katholicisme, Lutheranisme, Calvinisme en Russellisme vloeien voort uit het niet zien van IsraŽls herstel. Wie scheef gaat in het begin, moet feilen in het eind. Wie, niet begint de Schrift, waar mogelijk, letterlijk te nemen, moet de 1000 jaren ook vergeestelijken en ze als uitdrukking houden voor een volmaaktheid. We nemen dit getal letterlijk en vragen waar dat tijdvak in de Kerkgeschiedenis is aan te wijzen.

De 1000 jaar beginnen bij de eerste opstanding. Men vatte het woord "eerste" niet absoluut op, niet alsof er daarvoor geen opstandingen zouden plaats kunnen hebben of hebben gehad. Zij die opgenomen worden, de Here tegemoet, hebben een groepsvooropstanding, zij gaan vooraf aan hen die opstaan ten laatste dage. Voor hen stonden reeds op de ontslapen heiligen van Mt. 27. En voor wie de bedeling der verborgenheid ziet, is voor 's Heren wederkomst en voor de opname het Lichaam reeds lid voor lid opgestaan. De eerste opstanding in Op. 20 is de eerste van de daar genoemde twee. Eerste is hier eerste t.o.v. wat vůlgt, niet t.o.v. wat voorafgaat.

Het Calvinisme houdt de "eerste opstanding" voor de wedergeboorte, dus neemt die figuurlijk, de "tweede" voor een lichamelijke opstanding. Dit is zeer inconsequent. Hiertegen zij opgemerkt:

  1. dat het woord "opstanding", de opstanding van het lichaam aanduidt;

  2. dat de wedergeboorte nergens een opstanding heet, wat ook niet kan, want in de geestelijke verwekking is men, evenals in de natuurlijke, volkomen passief, terwijl de opstanding, het opstaan, een activiteit is;

  3. dat er staat, dat na de 1000 jaar de overigen der doden ook levend worden, wat dus betekent, dat, als men het levend worden van de eerste groep als de wedergeboorte beschouwt, de andere dus ook wedergeboren worden;

  4. dat men de lichamelijke opstanding van deze zielen laat vervallen, want in deze visie, zou de lichamelijke opstanding "de tweede" moeten heten.

Het Calvinisme neemt tevens het 1000 jaar met Christus regeren op als het na het sterven bij Christus zijn en met Hem in de hemel verblijven tot Zijn wederkomst. We merken hier tegen op:

  1. dat hier een bepaalde groep genoemd wordt: de martelaars, zij die het Beest niet aangebeden en zijn merkteken niet ontvangen hebben;

  2. dat, "zielen dergenen" een Hebraisme is, dat niet betekent de ontlichaamde zielen, maar: de personen die, zij die;

  3. dat Christus nu nog niet als Koning heerst; wel is Hem alle macht gegeven, maar Hij heeft die nog niet daadwerkelijk aanvaard Hebr. 2:8;

  4. dat het heerschen als koningen een aardse belofte is, geen hemelse en niet eerder vervuld kan worden dan wanneer Hij zit in Zijn troon, Op. 3:21; men moet dit gedeelte niet uit de sfeer lichten waarin het thuis behoort, d.w.z.: De Op. niet zonder de Openb. verklaren;

  5. dat duizend nergens in de Schrift een symbolisch getal is. Waar de andere getallen van De Openbaring alle letterlijk te nemen zijn en als zodanig ook genomen moeten worden, heeft niemand die buigt voor Gods Woord het recht het getal "duizend" hier symbolisch te noemen.

Men ga het volgende even na. Er zijn 7 gemeenten, 7 zegelen, 7 bazuinen, 7 fiolen, 7 geesten Gods; 144.000 verzegelden, uit elk geslacht van IsraŽl 12000 hier is 1000 ook letterlijk 10 X 10, x 10, geen symbolisch getal; er zijn 4 "paarden"; het woord "paard" is symbool, het getal 4 niet; er zijn 2 getuigen, die 3Ĺ dag dood zijn; er is 1 vrouw, 1 mannelijke zoon; zoon is symbool, 1 niet; er is 1 Beestmens en 1 Valse Profeet; er is 1 Draak. Enzovoort. Waarom zou 1000 in Op. 20 nu geen 1000 zijn. Het enige antwoord is: alleen omdat men een onjuist uitgangspunt heeft en De Openb. niet verklaart van uit DaniŽl; omdat men DaniŽls verzegelde boek niet verstaat; omdat men geen groepen onderscheidt, wat de Schrift wŤl doet, Ef. 3:15; omdat men aan IsraŽl niet laat wat voor IsraŽl is. In ťťn woord, omdat men de Schrift, waar mogelijk, niet letterlijk neemt.

Na de 1000 jaar wordt Satan ontbonden. Een kleine tijd. Hij zal uitgaan om de volken te verleiden die in de vier hoeken van de aarde zijn, Gog en Magog, om hen te vergaderen tot de krijg, welker getal is als het zand der zee, Op. 20:8. Van die strijd spreekt Ez. 38 en 39, althans grotendeels. Ez. 39:17-29 slaat er niet op. Van het overige van Ez. 38 en 39 geeft Op. 20:9, 10 de korte samenvatting. "En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde (of: des lands) en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad (Jeruzalem.) en daar kwam vuur neder van God uit den hemel en heeft ze verslonden," vs. 9. Zeven maanden duurt het begraven van de doden, Ez. 39:12. Uit Ez. 39 blijkt duidelijk, dat we in IsraŽls land zijn. Gog krijgt daar een grafstede, vs. 11, het Huis IsraŽls begraaft de doden. Hieruit volgt, dat de geliefde stad Jeruzalem is. Zie ook Ez. 38:18 en 39:2 en 4. Men ziet, hoe alles tot zijn recht komt als men niet alles samenperst in een tijd die God niet opgeeft. De hele Schrift wordt duidelijk, als ze uitgelegd wordt naar aionen en bedelingen, als men rekening houdt met de letterlijke profetische uitspraken en de vervulling gezien wordt naar tijden en gelegenheden.

Na de 1000 jaar heeft de tweede opstanding plaats en volgt het oordeel voor de witte troon voor de overige der doden. Dit deel is allereerst IsraŽlitisch, Rom. 2:9. Eindelijk komt in een volgende aioon het Nieuw Jeruzalem. neder.

Hiermee eindigt De Openb. Maar niet de Schrift. God maakt alle dingen nieuw, Op. 21:5. Deze woorden zijn mede waarachtig en getrouw, gelijk de hele Openbaring, Op. 21:5.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden