Uit IsraŽls Profetie

VII. De Openbaring

3.d  Nadere uiteenzetting van Openb. 13 en 17

Het wereldrijk van het Beest. OPENB. 13 EN 17.
Bij DaniŽl hebben we reeds uiteengezet, hoe in grote trekken het verloop van de wereldhistorie zal wezen. Het 5e rijk van DaniŽl 2 is nog niet gekomen of hoogstens in opkomst. Het vierde is geweest. Toen IsraŽl in Hand. 28 geestelijk en in 70 na Chr. politiek uitgeschakeld werd en tijdens de bedeling der verborgenheid, aanvangend na IsraŽls terzijdezetting, Lo-Ammi is, zinkt het vierde rijk, dat het laatste had kunnen worden terug en verbrokkelt. De eb komt. Deze eb in de historie heeft 'n 19 eeuwen geduurd. Nam het Romeinse rijk in 117 na Chr. BŠbel in, gaandeweg zonk het weg. Nu is het vijfde rijk nodig om met het vierde in bond en de andere onderwerpend, het rijk van 't Beest te worden van De Openb.Waar IsraŽl weer aan liet opkomen eis, zal ook het vijfde rijk verschijnen en tegenover IsraŽl komen te staan. Hoe lang dit nog duren kan, is niet te zeggen. De vloed zal evenwel opkomen. Na dit vijfde rijk komt de "zee", de woelende wateren van volken en scharen en natiŽn en tongen, Op. 17:15. En dan klimmen uit die zee de 4 dieren op van Dan. 7, waarvan de eerste drie de herleving zijn van de oude rijken Babel, Medo-PerziŽ en Griekenland en het vierde het gecombineerde vierde en vijfde rijk van Dan. 2, dat de overige zal vertreden. We herhaalden kort DaniŽl. Zie aldaar de bredere uiteenzetting.

HET VIERDE RIJK.
De Openb. nu heeft het over dit vierde rijk en is daarmee de voortzetting van DaniŽl. Het verband er mee ligt in Op. 13:1 "En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende 7 hoofden en 10 hoornen." De 7 hoofden zijn de caesars, keizers of heersers van de 4 wereldrijken. Babel 1, Medo-PerziŽ 1, Griekenland 4, Pan- Europa 1, benevens de 10 koningen van het dan voorbijgegane vijfde rijk. DaniŽl 7 spreekt van die 10 hoornen in vs. 7, 20 en 24, Dan. 9 over de vierdeling van het derde rijk, zie vs. 22, 23. De "hoofden" komen eerst op in de laatste tijd, met hen begint de aanvang van die rijken.

Johannes ziet het vierde beest als de pardel, de beer en de leeuw, DaniŽl als leeuw. beer en pardel na elkaar opkomen en vertreden worden door het ongenoemde gedrocht. Johannes blikt terug, zij zijn er dan al. Hij legt alleen het aanknoopingspunt met DaniŽl om dan verder te gaan. Dat doet hij in hfdst.17

Het vierde wereldrijk van Dan. 7 is dat, hetwelk de Draak stevigt. Het is het Beest dat Johannes uit de zee ziet opkomen. Uit Op. 13 blijkt, dat het Beest zowel een rijk als een persoon is. Eerst wordt van het rijk gesproken, vs. 1, daarna van de persoon, vs. 4. Het blijkt, dat het Beest één van de hoofden is, vs. 3, o.i. het hoofd van het vierde rijk, dus van Pan-Europa.

Het Beestrijk zal er eerder zijn dan de Beestpersoon. Johannes zag, dat dit rijk dan reeds vijf koningen gehad heeft, Op. 17:10. In het stadium waarin hij het toen zag, was reeds de zesde koning aan het bewind. O.i. vallen de vijf koningen onder de 7 zegelen. De politieke Antichristus is er dan al, het is de Kleine Hoorn uit Dan, 8, opkomend uit één van de 4 staten van Griekenland, het derde wereldrijk, dus niet uit Rome. Hij heeft dan nog niet de wereldmacht in handen, de zesde koning heerst dan nog over het Gedrocht, de Antichristus is nog de verachte. Het gaat evenwel niet goed met het wereldbewind. Vandaar dat er reeds vijf koningen gevallen zijn en de zesde het ook niet houden kan. De Antichristus weet nu de aarde te bekoren, de ure der verzoeking is gekomen. Eindelijk gelukt het hem 3 van de 10 hoornen uit te rukken. Daarmee is de weg gebaand om de plaats van de zesde koning van liet vierde rijk in te nemen. Deze wijkt of sterft. In elk geval komt de politieke Antichristus als de zevende koning. Nu kan men hem het Beest noemen. Hij is tevens ook de achtste, Op. 17:11.

HET BEEST.
De dag des Heren komt niet, voordat de mens der zonde, de zoon des verderfs, geopenbaard is. Voor hij geopenbaard is, is hij er al, doch niet als vorst van het vierde wereldrijk. Hij is er als Kleine Hoorn, die zich groot maakt, Dan. 8:10. Hij is dan vorst van één van de Griekse rijken, Dan. 8:9, nog niet van het Beestrijk. Die toestand ziet Johannes in Op. 17:10. Ook zo is DaniŽl met De Openb. verbonden. De troonsbestijging van het Beest heeft mogelijk plaats in de pauze tussen het zesde en zevende zegel. De pauze van een half uur in de hemel is daar dan symbool van. Zijn optreden als Beest valt dan onder de 7 bazuinen en de 7 schalen, de tijd van de laatste jaarweek van DaniŽl 9, waarin hij een verbond maakt voor een week, vs. 27.

Na drie koningen vernederd te hebben, sluit het Beest met tien koningen een verbond. Of dit de reeds genoemde tien zijn, zegt de Schrift niet. Op. 17:12 zegt, dat de tien hoornen tien koningen zijn die het koninkrijk nog niet ontvangen hebben, maar als kortingen macht ontvangen op (of voor, gedurende) een ure met het Beest. We kunnen aannemen, dat evenals het Beest opnieuw gevestigd wordt, de hoornen, waarvan er reeds drie uitgerukt waren, opnieuw optreden met dusdanige macht als er nog niet geweest is. Anderen houden hen, evenals de reuzen van Gen. 6, voor bovenmenselijke geweldhebbers, geboren uit de vereniging van engel en mens. Christus' toekomst lijkt dan ook zo voor hen op de dagen van Noach, Mt. 24:38, 39. We laten dit punt onbeslist.

Het vierde wereldrijk heeft nu ook ten volle de wereldmacht. Het Beestmens, de politieke Antichristus, de mens der zonde, de zoon des verderfs, heerst nu. Hij maakt nu een verbond met IsraŽl en heerst over het afvallige volk, Dan. 8:23. Dan beginnen evenwel de twee getuigen hun getuigenis, 0p. 11:2-7. Dit duurt 3Ĺ jaar. Zij getuigen ongetwijfeld tegen de verbondssluiting en de onheilige Anti-Goddelijke verbintenis, zoals een Mozes tegen Farao, een Elia tegen Achab sprak.

DE DODELIJKE WONDE.
Het Beest krijgt na de herleving van de getuigen een dodelijke wonde. "En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood verwond en zijn dodelijke wonde werd genezen en de gehele aarde verwonderde zich achter het Beest." Op. 13:3. "En zij aanbaden den Draak (Satan), die het Beest (de politieke Antichristus) macht gegeven had en zij aanbaden het Beest, zeggende: Wie kan krijg voeren tegen hetzelve," 13:4. Op de tijd dat de Antichristus dood is, heeft Op. 17:11 het oog: "En het Beest dat was, n.l. als zevende koning, en niet is, dat is gedurende de tijd dat hij in de afgrond is (waaruit hij weer opkomt, 11:7), die is ook de achtste koning en is uit de zeven en gaat ten verderve." Het Beest dat gij gezien hebt, was n.l. als zevende koning, en is niet, n.l. na het ontvangen van de dodelijke wonde, en het zal opkomen uit den afgrond (het onderaardse, Rom. 10:7, de hades) en ten verderve gaan, Op. 17:8. Men ziet dat we hier het Beest voor een persoon houden, het is de achtste koning. Het is geen stelsel, maar een persoon, niet het Pausdom, maar een mens. Evenzo zijn de twee getuigen mensen, geen O. en N.T. b. v.! Waar mogelijk letterlijk.

42 MAANDEN MACHT.
Na zijn opkomen uit de afgrond, strijdt het Beest tegen de twee getuigen. Hiermee begint de tweede helft van de jaarweek. "En aan hetzelve werd macht gegeven om grote dingen en godslasteringen te spreken... 42 maanden," Op. 13:5. Het lastert nu God en Zijn naam en Zijn tabernakel en die in de hemel wonen 13:6. De laatste zijn wellicht de opgenomen 144.000. "En aan hetzelve werd macht gegeven om de heiligen krijg aan te doen en om die te overwinnen," 13:7, het krijgt macht over alle geslachten taal en volk, vs. 7. Nu wordt het aangebeden door hen, wier namen niet zijn in het boek des levens, vs. 8, en begint de toestand van Dan. 9:27 b, het stellen van de gruwel der verwoesting. Dit wordt bewerkt door het Beest uit de aarde.

HET TWEEDE BEEST.
"En ik zag een ander Beest uit de aarde opkomen en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de Draak," Op. 13:11.

Er komt dus nog een ander Beest op. Uit de aarde. Men kan ook lezen: uit het land, zie onze aantekening bij Op. 1:7. Dit Beest is de Valse Profeet, Op. 19:20. Die Profeet komt uit IsraŽl. Reeds in Johannes de Dopers dagen had men de verwachting dat dŤ profeet zou komen, Joh. 1:21, de door Mozes beloofde profeet, verwekt uit het midden van IsraŽl, als Mozes, Deut. 18:15. Het is IsraŽl ontgaan, dat die Profeet Christus was. Satan bootst dat profeetschap nu na en zendt de Valse profeet. Deze gelijkt op het Lam en spreekt als de Draak. Het is hij wellicht, van wie de Here in Joh. 5:43 zegt, dat er een ander zal komen in zijn eigen naam en IsraŽl naar hem zal horen. Geen ander volk dan IsraŽl verwacht dŤ profeet door Mozes voorzegd. Ook hieruit blijkt, dat we hier in IsraŽls sfeer staan en dat: aarde beter vertaald kan worden door: land. Hij staat evenals Christus op, in Kanašn.

Wat doet hij nu? Als het Beest van zijn dodelijke wonde genezen is, maakt het tweede Beest, dat allen het eerste Beest, de politieke Antichristus, gaan aanbidden, Op. 13:12. Het doet grote tekenen, bootst de twee getuigen na, 13:13 (vergelijk met 11:5, 6) en laat een beeld voor het eerste Beest oprichten, 13:14. Dat is de gruwel der verwoesting, dit is het beeld dat tot verwoesting leidt, Dan. 9:27, Mt. 24:15. Het wordt gesteld in de heilige plaats, de tempel. We weten reeds, dat deze herbouwd zal worden, zie 2 Thess. 2 en zien hem herbouwd in Op.11:1. De Antichristus kan vanzelf niet voortdurend in de tempel zitten, hij resideert er van tijd tot tijd, het beeld vervangt hem nu. Het kan zelfs spreken, Op. 13:15.

DE VERLOSSING.
Nu begint in alle felheid de grote verdrukking te woeden. De Mannelijke zoon is opgenomen, de Vrouw wordt vervolgd. Tijden en Wet worden veranderd. Het merkteken is aan alle volgelingen. Het wordt de tijd van Jakobs benauwdheid. Er heerst een geweldige haat tegen het Lam, Op. 17:14. Daaraan wordt een einde gemaakt door het opstaan van MichaŽl die onder Jehovah-Christus uitgaat om IsraŽl te verlossen. Tegen Jeruzalem zijn dan alle Heidenen verzameld geworden. Deze stad is in de uiterste nood, zie Zach. 14:1, 2. De Here daalt neder op de Olijfberg met Zijn duizenden engelen, 2 Thess. 1:7; Jud.:14; Mich. 1:3. Jeruzalem wordt ontzet zijn inwoners kunnen tenminste vluchten, Zach. 14:4-7. Nog is het Beest niet uitgewoed. De krijgsmacht wordt samengetrokken in Armageddon, in de vlakte van JizreŽl. Dan wordt de hemel geopend en verschijnt op het witte strijdpaard de Getrouwe en Waarachtige, getooid met vele koninklijke hoeden. De heerlegers in de hemel volgen Hem, op witte paarden, Op. 19:11-18. De woedende Heidenen worden overwonnen. 19:19, het Beest en de Valse Profeet gegrepen, 19:20, de overigen gedood, vs. 21 en het hele land door, 1600 stadiŽn lang, wordt de pers van de toorn Gods getreden, Op. 14:20. Met het werpen van Beest en Valse Profeet in de poel des vuurs en van het opsluiten van Satan in de afgrond, is de overwinning volkomen, Op. 19:21, 20:1, 3.

NIET VERGEESTELIJKEN.
Men ziet hoe zo genomen de Schrift tot de Schrift wederkeert. Alles beweegt zich om IsraŽl. Niet om de Christenheid. De grondfout van alle uitleggingen die menen dat het Beest Rome of het Pausdom is, is, dat zij uitgaan van de gedachte, dat de Christenheid de voortzetting is van IsraŽl. Zij zien de bedeling der verborgenheid niet. Zij gaan ook DaniŽl voorbij.

De dieren zijn rijken, geen Kerken of systemen. De 2 Beesten uit Op. 13 zijn personen. Het (eerste) Beest is de achtste koning. Is dat de achtste paus? Het Beest uit de aarde is voor ons de valse profeet uit IsraŽls land voortkomende. Waarom de Schrift niet genomen naar rede en verband, waarom er iets anders van gemaakt. Volgens Op. 19 worden het Beest en de Valse Profeet geworpen in de poel des vuurs en blijven daarin gedurende de aionen der aionen. Nu is volgens het Adventisme en Russellisme het eerste Beest het Pausdom, het tweede het Protestantisme in Amerika. Worden die twee geworpen in de poel des vuurs? Komen die twee stelsels in een letterlijk vuur? Dat vuur brandt immers met sulfer, zwavel. Is dit geestelijke sulfer? Volgens Gen. 19 werd Sodom en Gomorra ook verbrand met vuur en sulfer. Waar het in Gen. 19 letterlijk is, zien we niet in, waarom we het in Op. 19 figuurlijk moeten nemen. We geloven aan een letterlijke poel des vuurs. Vanzelf kunnen daarin geen figuurlijke dingen worden geworpen.

Volgens het Adventisme is het merkteken de Zondagsviering. Dit wordt gegeven door het Beest, zegt het Adv. Daarmee bedoelt het 't ťťrste Beest, het Pausdom. Maar de Schrift zegt, dat het tweede Beest het merkteken geeft; zie Op. 13:16. Het merkteken, de Zondagsviering, ingevoerd door het Pausdom, wordt gegeven door het Protestantisme! Dat is immers het tweede Beest, volgens het Adv. Men ziet, waar men zo uitkomt. Waarom Gods Woord niet aanvaard, waarom er aan af- of toegedaan. Het merkteken zal een, bepaald teken zijn. dat letterlijk te zien is aan voorhoofd of rechterhand.

666
In dit verband een enkel woord over het getal 666. Het Adv. maakt daar Vicarius Filii Dei van, plaatsvervanger van de Zoon Gods. Hier vormt men dat getal met Latijnse cijfers. Daarbij moet men er overslaan, b.v. de a, de r, de f. Deze toch behoren niet tot de Latijnse cijfers. Zo krijgt men een scheef geknutsel om zijn systeem op te houden. We moeten met het Grieks rekenen. Het Gr. heeft geen cijfers en drukt de getallen uit door letters. Het getal 666 nu bestaat uit drie letters X (chi), ß (xi) en S (sigma), respectievelijk 600, 60, 6. Deze letters op voorhoofd of een bepaald merk (een swasticakruis of iets anders), zullen het teken zijn, dat de dragers recht geeft om te kopen en te verlopen. Die tijd is nog niet daar. Adventisten die zonder het merkteken van het Beest zijn en daarom sabbatvierders, kunnen (gelukkig) nog kopen en verkopen. Ze worden ook niet getroffen door de plagen uit De Openb. als zij aan dat Boek af en toe doen. Zij zijn zo zelve een tegenspraak van hun eigen leer.

BABYLON IS HET OUDE BABEL.
We komen nu tot punt Babylon. Wat is Babylon? De Schrift is hierin afdoende. Ze geeft haar eigen verklaring. Babylon is voor haar de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde, Op. 17:18; 18:16, 18; de grote sterke stad, Op. 18:10, de vrouw, de grote hoer die zit op vele wateren, Op. 17:2, 3.

Velen in onze dagen zeggen de Hervormers na, dat Babylon Rome is. Anderen meen en, dat het de Christenheid is of het Pausdom. Voor nog weer anderen is het de verwarring onzer dagen. Laat ons een en ander kort bezien.

Babylon heet de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde, Op 17:5. Gruwelen zijn afgoden. Hoe kan Rome de můťder zijn van de afgoden die er voor het Pausdom al waren? Aangenomen zelfs dat het heidense Rome dat is, hoe dan met de afgoden van de Kanašnieten, die er al waren voor Rome's stichting in 753 voor Chr. We wezen er al bij Jeremia op, dat Babel in het land der ChaldeŽn lag, aan de Frath, Jer. 50:1. Voor ons is Babylon van De Openb. de Griekse naam van het Babel van het 0.T. We staan verder bij de vele meningen niet stil, maar geloven dat als God Babylon zegt, Hij Babylon bedoelt. Waarom er wat anders gelezen. Dat Babel thans niet bestaat, behoeft toch geen bezwaar te zijn voor de vervulling van dit woord. Of kan het niet weder herbouwd worden? Waarom het Rome moet zijn, zien we niet in. Er leven op aarde 'n 1150 miljoen niet-Christenen tegen 'n 580 miljoen Christenen, waarvan 180 miljoen Protestanten. De Paus heeft hoogstens invloed over 'n 275 milj. Roomsen. (Er zijn Ī 125 milj. Grieks-Katholieken). Daartegenover staan bijna 1200 miljoen, waarover Rome geen macht heeft.

BABYLON NERGENS FIGUURLIJK GEBRUIKT.
Wie Schrift met Schrift vergelijkt en gelooft dat God meent wat Hij zegt, neemt Babylon te zijn het oude Babel, dat thans wel niet meer bestaat, maar weder op zal komen. Hoe meer het Oosten naar voren komt, des te meer zal Babels herbouw noodzakelijk worden. Evenmin l als de rijken van DaniŽl 2, die te samen vermalen zullen worden, thans al bestaan of het Beestrijk er al is, evenmin is Babel er al. Maar even zeker als het een geschiedt, komt het andere. Wie de Schrift gelooft, acht geen ding dat voorzegd is, onmogelijk.

Het Calvinisme is de mening toegedaan, dat Babel de wereldmacht symboliseert. Het moet evenwel toch tot de konklusie komen, dat die wereldmacht eenmaal toch ergens zetelen moet. Dat zou kunnen zijn te Parijs, te Londen, te New York, wellicht ook te Moskou. Of waar dan ook. Is het niet eenvoudiger de Schrift te aanvaarden en te zeggen, dat Babylon Babel is, de stad aan de Eufraat. Nergens wordt Babel in de Schrift figuurlijk gebruikt. 't Is altijd de stad in het land van Sinear. Waarom ook niet in De Openb.? Petrus schreef van daaruit zijn eerste Brief, 1 Petr. 5:13. Indien dit Rome is, waarom spreekt Paulus dan ook niet van Babylon. Als we aanvaarden, dat Babylon het herbouwde Babel is, weten we meteen dat we nog niet in de eindtijd leven. Zeker, het Oosten ontwaakt en alles kan snel verlopen. Maar Babel is nog niet herbouwd en de grote koopstad geworden die Op. 18 ons te zien geeft. En vůůr die tijd kan het einde niet komen.

We geven hier een lijst van teksten uit het 0. T. en uit De Openb. De lezer kan dan zelf naslaan en vergelijken.

Jer. 51:13
en
Op. 17:1
Jer. 51:7
,,
Op. 17:4
Jer. 51:7
,,
Op. 17:2
Jes. 47:5,7
,,
Op. 17:18
Jes. 47:7
,,
Op. 18:7, 8
Jer. 51:25
,,
Op. 18:8
Jer. 51:6, 45
en
Op. 18:4
Jer. 50:8
Jer. 51:9
,,
Op. 18:5
Jer. 51:15
,,
Op. 18:6
Jer. 50:29
,,
Op. 18:6
Jer. 51:8
,,
Op. 18:2
Jer. 51:63, 64
,,
Op. 18:21
Jes. 13:21
,,
Op. 18:2

De goddeloosheid krijgt eenmaal een huis in het land Sinear, Zach. 5:1-11. Het afvallige volk IsraŽl zal door zijn rijkdom de economische wereldmacht in handen krijgen. Babel wordt een weeldekoopstad. De kooplieden der aarde zullen daar voor hun goederen een afzetgebied hebben en het na zijn ondergang beweenen, Op. 18:11. Nimmer kan van Rome of het Pausdom gezegd worden wat Op. 18:11-16 zegt van Babel. We willen Rome's zonde van vervolging enz. niet verkleinen of vergoelijken, maar Lutheranisme en Calvinisme hebben ook hun schavotten opgericht en staan daarin in beginsel aan het Rome van de 16e en 17e eeuw gelijk.

ROME KARIKATUUR LICHAAM.
Babel wordt de grote Hoer genoemd. Luther heeft Rome zo genoemd. Maar Luther is de Schrift nog niet. We weten hoe hij tegenover De Openb. stond. De mening, dat Babel de grote Hoer is, heeft ook een geestelijke achtergrond. Men meent, dat de Gemeente die Zijn Lichaam is de Bruid is. Heeft men evenwel ooit in het natuurlijke gezien, dat het lichaam van de bruidegom de bruid is? Dan dat ook niet in de Schrift ingelegd waar God juist natuurlijke beelden neemt om ons het geestelijke iets nader te brengen. Te menen, dat de Bruid in het geestelijke het Lichaam is, is de Schrift geweld aandoen.

Tegenover een hoer staat een bruid. Is Rome de Hoer, dan is het Lichaam de Bruid. Beide lopen parallel. Is evenwel het Lichaam dat God thans bereidt, de Bruid niet ó en het is dat niet ó dan is Rome de Hoer niet. Rome is karikatuurlichaam, geen karikatuur-bruid. De Hoer kan alleen optreden naast de Vrouw en de Bruid. De Vrouw is IsraŽl. Naast IsraŽl moet een karikatuur-vrouw staan. Dat is niet de Kerk van onze bedeling. Het is het door Mammon in Hoer ontaarde IsraŽl, dat zijn eer veil heeft en geeft om, des gewins wil. Spreekt EzechiŽl 16 al niet van het hoerachtige IsraŽl?

DE HOER OP HET BEEST.
De Hoer zit op het Beest. Het Beest is hier het Beestrijk. Dit zitten geeft een macht aan. Het is IsraŽls economische macht over de politieke wereldmacht. Velen menen, dat de Hoer en het Beest hetzelfde zijn De Schrift onderscheidt ze. Het afvallige Jodendom. krijgt de economische macht in handen en concentreert het handelswezen in Babylon. Het zal de wereld door zijn bankwezen beheersen. De 10 koningen met de Antichristus als hoofd, de politieke macht dus, zal deze economische wereldmacht haten, Op. 17:16 en ze eindelijk verwoesten. Als Beest en Hoer het Pausdom waren, zou het Pausdom het Pausdom verwoesten!

Babylon zal hoereren met de koningen der aarde, Op. 17:1. Dat zal ongetwijfeld het Beest en de 10 koningen niet bevallen. Nu krijgt Babel zijn oordeel thuis. Vol van het bloed der heiligen en getuigen van Jezus, komt eindelijk het oordeel over de Eufraatstad en deze wordt verbrand. Dat geschiedt als de zevende engel zijn fiool uitgiet, Op. 16:17- 19. Openb. 18 is dus uitwerking van de zevende schaal (fiool), Openb. 17 een tussengedeelte ter inleiding.

BABELS OORDEEL.
Voor de dag des Heren begint, is Babel of Babylon herbouwd. Dit zal wellicht al geschied zijn als de wereldrijken van DaniŽl 7, waarbij ook Babel is, opduiken uit de volkenzee. Het wordt een grote stad die niet zozeer handelt maar koopt. 't Is een stad van weelde, Op. 18:9, 19, de stad van de rijke IsraŽlieten, zie vs. 12-14. Het gelovig IsraŽl wordt vermaand uit haar uit te gaan "Gaat uit, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt," Op. 18:4, Jer. 50:8. Eindelijk valt het oordeel, Babel wordt ingenomen en verwoest en zal als een steen wegzinken, Op. 18:21, Jes. 51:63, 64. "Alzo zal Babel... zijn gelijk als God Sodom en Gomorra omgekeerd heeft," Jes. 13:19. Bewijs dat Babylon geen stelsel of verwarring is. Sodom en Gomorra zijn verbrand, in korte tijd. Zo zal het ook de stad Babel vergaan. "En alle stuurlieden en al het volk op de schepen en bootsgezellen en allen die ter zee handelen, stonden van verre en riepen, ziende den rook van haar brand, zeggende: Wat stad was deze grote stad gelijk?," Op. 18:17, 18. Kan men een stelsel zien verbranden?

Het oordeel over Babylon wordt voltrokken door het Beest en de 10 koningen. Zij willen zich zoo bevrijden van de heerschappij van het afvallig IsraŽl. Daarna trekt hij op om IsraŽl in Kanašn te bestrijden en vergadert alle Heidenen (Volken) tegen Jeruzalem, Zach. 14. Inmiddels schijnt de Koning van het Zuiden, Egypte, het juk afgeworpen te hebben, Dan. 11:40. Ook het Noorden, SyriŽ, begint oproerig te worden. Het Beest zal eerst tegen liet Zuiden optrekken, daarna in het land des sieraads, Kanašn, komen, Dan. 11:41. Hij wint de slag, maar verneemt nieuwe onheilspellende geruchten uit Oosten en Noorden. Het zijn waarschijnlijk de tijdingen van het oprukken van de koningen van het Oosten. Onder de zesde schaal is hun de weg gebaand door het uitdrogen van het water van de Eufraat, 0p. 16:12. Uit grimmigheid vertreedt het Beest nu IsraŽl. De Here grijpt voorlopig in en verlost Jeruzalem, Zach. 14. Nu gaat er door middel van drie onreine geesten, n. 1. van die van Draak, Beest en Valse Profeet een oproep uit tot de koningen der aarde om zich te vergaderen tot de krijg tegen het Lam, Op. 16:13, 14. In Armageddon worden de legers verenigd. Dan komt de zevende schaal, 16:17 en grijpt God andermaal in door Christus te zenden op het witte paard des strijds. Hij gaat de wijnpersbak van God treden en overwint allen. Hiermee is Gods toorn Beeindigd.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden