Uit IsraŽls Profetie

VI. Israëls verwerping en aanneming

4. De Algemene Zendbrieven

d. De Brief van Judas

Ten slotte nog Judas.
Deze is waarschijnlijk ook één van de broers van de Heer. Evenals Jakobus, Mk. 6:3. Schrijven Petrus en Johannes meer in vertroostende, sterkende, opbouwende zin, Jakobus en Judas spreken meer bestraffende, bedreigende woorden tot de zondaars in IsraŽl al is dat niet uitsluitend het geval. Gaan we ook hier een en ander na.

Vs. 3 "...zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven en u te vermanen, dat gij strijdt voor het geloof dat eenmaal den heiligen is overgeleverd."

Het geloof eenmaal de heiligen overgeleverd, is het evangelie der Besnijdenis, toebetrouwd aan Petrus en de Elf. Dit zijn mede de heiligen die Judas op het oog heeft, al zal hij ook wel denken aan O.T. profeten. Voor dat geloof wekt Judas op te strijden.

Vs. 5 "Maar ik wil u indachtig maken, als die dit eenmaal weet, dat de Here het volk uit Egypteland verlost hebbende, wederom degenen die niet geloofden, verdorven heeft."

Er waren zoveel schijngelovigen, gemengd volk dat mede optrok. Zij kwamen niet in Kanašn. Zo zullen er velen meelopen. Judas vreest, dat zij geen ingang zullen verkrijgen in het eeuwig koninkrijk evenmin als de anderen ingang erlangden in Kanašn. Zulken wil hij waarschuwen. IsraŽls toekomstige verlossing vindt z'n protype in IsraŽls verlossing uit Egypte. Dat Judas daaraan herinnert, geeft mede bewijs dat hij voor IsraŽl schrijft.

In vs. 6 wijst hij op het oordeel van de engelen die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun woonstede, d.i. hun heerlijkheidssfeer, hun hemelse bestaanswijze, verlaten hebben. Zij worden bewaard tot het oordeel van de grote dag met eeuwige (Gr.: onzienlijke) banden der duisternis. In vs. 7 strekt Sodoms verwoesting ten voorbeeld. Het droeg met de andere steden de straf des eeuwigen vuurs, dat is van het vuur dat eenmaal in de toekomende eeuw telkens zal neerdalen over wat verdaan moet worden.

Zo mogen ook vrezen zij die niet weten wat zij lasteren, vs. 10, die de weg van Kain gaan, de weg der verlossing zonder bloed, ineenstorten door de verleiding van het loon van Bileam, dus het heilige en gezegende willen vloeken om des gewins wil, vs. 11. Zij zijn vlekken in de liefdemaaltijden, waterloze wolken, onvruchtbare bomen, tweemaal verstorven, wilde baren, hun eigen schande opschuimend, dwalende sterren, dewelken de donkerheid der duisternis in der eeuwigheid (de toekomende eeuw) bewaard wordt, vs. 10-13. Dit zijn de mensen zonder bruiloftskleed, die mede binnen willen sluipen maar zonder het kleed te vragen en te aanvaarden dat aan de ingang ter beschikking ligt, Mt. 22:11-13. Zij zullen buiten geworpen worden in de buitenste duisternis. Hier ligt verband met Mt. 22. Dat is voor IsraŽl, o.i. bewijs, dat Judas ook voor die sfeer schrijft.

Vs. 14, 15. "En van dezen heeft ook Henoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: De Here is gekomen (beter: komt) met Zijn vele duizenden heiligen om gericht te houden tegen allen en om te straffen alle goddelozen..." Hiermee worden we verplaatst naar de oordeelsdag en sluit Judas zich aan bij de parousia (toekomst) verwachting van de vorige schrijvers. Al noemt hij dat woord niet, toch doelt hij op de zaak.

Vs. 17, 18 "Maar geliefden, gedenkt gij der woorden die voorzegd zijn van de apostelen onzes Heren Jezus Christus, dat zij u gezegd hebben, dat er in den laatsten tijd spotters zullen zijn, die naar hun eigen goddeloze begeerlijkheden wandelen zullen."

Mogelijk heeft Judas ook Petrus' Brieven gelezen. Dit woord wijst heen naar 2 Petr. 3:3. Duidelijk blijkt, dat de leer der Apostelen t.o.v. de eindtijd geen optimistische verwachting ven wereldbekering was, maar een voorzegging van toenemend ongeloof t.o.v. Christus' wederkomst. Alle dingen blijven immers als van het begin van de schepping, zeiden de spotters. Zij vergaten, dat de aarde woest en ledig is geworden, dat Henoch de zondvloed voorspelde, dat een nieuw gericht aanstaande is. Judas heeft dezelfde verwachting als Petrus en schrijft zo mede aan de Besnijdenis. Dit blijkt ook uit vs. 9, waar hij spreekt van MichaŽl de archangel, die DaniŽl in verband met IsraŽl ziet optreden, hfdst. 12:1 en Paulus bij de parousia, 1 Thess, 4:16.

PARALLEL.
De inhoud van Judas' Brief loopt in veel opzichten parallel met 2 Petrus. Men vergelijke


Judas
 
2 Petrus
Vs. 3
met
1:5
Vs. 4
,,
2:1
Vs. 6
,,
2:1-10
Vs. 8
,,
2:10
Vs. 9
,,
2:11
Vs. 10
,,
2:12
Vs. 11
,,
2:15
Vs. 12,13
,,
2:13, 17
Vs. 16
,,
2:18
Vs. 17
,,
3:1-3


Waar Judas parallel loopt met 2 Petrus en dit voortzetting is van 1 Petr. en dat duidelijk voor IsraŽl is, blijkt, dat Judas ook voor de Besnijdenis is.

SAMENVATTING.
Hiermee sluit de rij van de Algemene Zend-brieven. Als we trachten ze enigermate organisch te ordenen, krijgen we dit:

  • Jakobus richt zich tot de twaalf stammen van IsraŽl die in de verstrooiÔng zijn, dus tot geheel IsraŽl. Hij schrijft aan bekeerden en onbekeerden, geeft daarom een algemeene groet. Uit hfdst. 4:1-10 blijkt, dat er krijgen en vechterijen onder hen zijn, wellusten, dubbelhartigheid, uit 5:1-5 dat er ellende geleden wordt vanwege de handelwijze van ongelovige volksgenoten. Dat hij ze met "broeders" aanspreekt, komt allereerst vanwege natuurlijke, nationale bloedverwantschap. Jakobus opent dus de rij.

  • Judas zet de terechtwijzing voort en is een tweede getuige tegen IsraŽls tekortkomingen en zonden.

  • Petrus schrijft meer voor het gelovig deel van IsraŽl dat in de verdrukking gekomen is, mede door zijn belijdenis.

  • Johannes schrijft ook voor het gelovige deel, dat minder in het lijden is, doch bedreigt wordt door geestelijke gevaren van verleiding en afval.

  • Voortzetting, uitbreiding, omspanning en voltooiÔng geeft De Openbaring. Daaraan zullen we het slothoofdstuk wijden.

Men ziet hoe alles bij God zo zijn plaats heeft. De kanonieke volgorde; de bijbelboekvolgorde, is nog niet de organische. Ook hier moeten we trachten de hogere harmonie te vinden. Eerste stap daarvoor echter is in te zien, dat de Algemene Zendbrieven handelen over IsraŽl. Toen zij geschreven werden, was er een geringe afschaduwing van wat eenmaal in IsraŽls toekomst in volle mate zal gezien worden. De Zendbrieven zijn dus profetie van IsraŽls herstel en staan zo in de lijst van IsraŽls profetie. Als algemene inleiding ter bekend making aan IsraŽl Wie de Messias is, kan men het Ev. van Johannes nemen, dat ook wel meer universeel van betekenis is, maar bijzonder geschreven is om te bewijzen dat Jezus is de Christus. Is dat aanvaard, dan kunnen de Algem. Zendbrieven ter vermaning lering en bestraffing volgen.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden