Uit IsraŽls Profetie

VI. Israëls verwerping en aanneming

4. De Algemene Zendbrieven

a. De Brief van Jakobus

AAN DE 12 STAMMEN.
De schrijver is wel de letterlijke broeder des Heren, Mk. 6:3, niet die van Johannes, Mt. 10:2. Onder letterlijke broeder verstaan wij hem niet te zijn de zoon van Jozef uit een voorhuwelijk, noch een neef van Christus, maar een jongere uit Maria geboren broeder. Zij toch baarde haar eerstgeboren Zoon. Dat houdt in, dat zij er meer heeft gehad. Wij houden hem ook voor de Jakobus in Gal. 2:9 genoemd, dezelfde die in Hand. 15 het zegel legde op alles en de godsdienstige heidenen de vier geboden gaf. Eerst geloofde hij niet in de Here Jezus, Joh. 7:5.

Zijn Brief is gericht aan de 12 stammen die in de VerstrooiÔng zijn. Hiermee vervalt de bewering, dat de profetieŽn over IsraŽls herstel vervuld zouden zijn in de terugkeer, uit Babel. Jakobus schrijft enige eeuwen (Ī vijf) na die terugkeer nog aan de stammen die in de VerstrooiÔng zijn. Vervalt in het woord: "die in de VerstrooiÔng zijn" de bewering, dat IsraŽls profetieŽn van herstel al vervuld zijn, in de term: "de 12 stammen" vervalt de mening, dat God Zijn volk verstoten heeft. God erkent ook nog na de Pinksterdag IsraŽls 12 stammen. Daarin ligt mede een bewijs van IsraŽls herstel.

JAK. 1.
Gaan we iets na uit deze Brief. 1:12 "Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd zal geweest zijn, zo zal hij de kroon des levens ontvangen." Die kroon des levens is levensheerlijkheid in de toekomende eeuw. Petrus spreekt over de kroon der heerlijkheid, 1 Petr. 5:4. Deze schijnt ons toe van hoger orde te zijn. Paulus heeft het in 2 Tim. 4:8 over de kroon der rechtvaardigheid. Dat is de hoogste.

1:18 "Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het woord der waarheid, opdat wij zouden zijn eerstelingen Zijner schepselen." Het woord "als" staat er niet, 't is dan ook cursief gedrukt in de St. V. Hier duidt Jakobus op de wedergeboorte, een onderwerp geheel op zijn plaats in het Nieuwe Verbond. De wedergeboren IsraŽlieten zullen eerstelingen zijn Zijner schepselen. Bewijs,dat er na hen nog vele andere zullen komen. IsraŽl is de eerstgeboren volkenzoon, Ex. 4:22. Na. IsraŽl komen nog andere volkenzonen, bewijs dat de volken God eenmaal zullen dienen, wat herhaaldelijk voorzegd wordt, bijzonder in de Psalmen. We geven enkele citaten.

  • Ps. 9:12 "Psalmzingt den Here Die te Sion woont, verkondigt onder de Volken Zijn daden."
  • 47:2 "Alle gij Volken, klapt in de hand, juicht Gode met een stem van vreugde gezang. Hij brengt de Volken onder ons en de natiŽn onder onze voeten.
  • 67:4 "De volken zullen U, o God, loven, de volken altemaal zullen U loven."
  • 86:9 "Al de Heidenen, Here, die Gij gemaakt hebt; zullen komen en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen en Uw naam eren."
  • 138:4 "Alle koningen der aarde zullen U, o Here, loven wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds en zij zullen zingen van de wegen des Heren, want de heerlijkheid des Heren is groot."

In het N.V. worden de volken geboren, IsraŽl wedergeboren. En zoals IsraŽl dan de wedergeboren Volkenzoon is onder de volken, zijn de geborenen uit IsraŽl de eerstelingen Zijner schepselen.

Het woord hier door baren vertaald (apokueoo), komt alleen voor in Jacobus. In hfdst. 1:15 staat: De zonde voleindigd zijnde, baart de dood. Het woord drukt niet de verwekking, de teling en draging uit, maar het terwereldbrengen. 't Is de laatste faze van de voortbrenging. Het andere woord gennaoo betekent meer verwekken, voortbrengen en duidt het heele proces van de voortbrenging aan, natuurlijk en geestelijk. De Here zei tot Nikodemus: "Gij moet van Boven verwekt (of voortgebracht) worden." Hier in Jacobus heeft die voortbrenging plaats gehad. De geboorte is geschied. Bewijs dat Gods genadegift en roeping onberouwelijk zijn. IsraŽl zal Zijn lof verkondigen en wordt daartoe opnieuw geboren.

1:21 "Daarom, afgelegd hebbende alle vuilheid en overvloed van boosheid, ontvangt met zachtmoedigheid het woord, dat in u geplant wordt, hetwelk uw zielen (d.i. persoon) kan zalig maken (d.i. behouden)." Hier is sprake van een afleggen van alle vuilheid en boosheid, een geheel zich tot God keren. De uitdrukking "uw zielen kan zalig maken", is een HebraÔsme en betekent: uw persoon kan behouden. De HebreŽr noemt een persoon vaak een ziel. Men denke hier niet aan de ziel van de Westerse theologie.

1:26 "Indien iemand onder u dunkt, dat hij godsdienstig is..." Het woord godsdienstig (thrŤskos) betekent ritueel, d.i. aan alle vormen en ceremoniŽn volkomen vasthoudend. Bewijs, dat er in IsraŽl blijven vasthouden aan de gegeven inzettingen, a1 zullen velen die verzaken en afvallen, 2 Thess. 2, Dan. 8.

1:26 "... en hij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart verleidt, deze godsdienst is ijdel." Hier staat voor godsdienst het woord thrŤskeia, het zelfst. nw. Vinden we het bijv. naamwoord thrŤskos alleen in Jak. 1:26, we vinden thrŤskeia nog in 1:27, Hand. 26:5 en Col. 2:18. Paulus leefde naar de nauwgezetste sekte van zijn godsdienst, ceremonieele en rituele instellingen Het FarizeÔsme had de inzettingen tot in de fijnste consequenties, naar het meende, uitgewerkt. In Col. 2:18 is het vertaald door: dienst (der engelen). 't Is ceremoniele ritus. In onze bedeling moest die geheel weggevallen zijn. We zien dat Rome en ook de Reformatie daarvan overgenomen hebben. Uit Jak. blijkt, dat deze dingen alleen in IsraŽl thuis behoren.

1:27 "De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, (en) zichzelven onbesmet bewaren van de wereld." Voor: "godsdienst" staat weer: thrŤskeia; ritus. Wilt ge aan ritus doen, zegt Jacobus, laat uw ritus dan de aanvulling van de wet zijn, de liefde, en betoon dat door uw naaste goed te doen en voor God te leven. Ritus zonder liefde is niets, ritus en liefde zijn goed. Althans voor IsraŽl.

JAK. 2, 3.
2:2 "Want zo in uw vergadering kwam een man met een gouden ring aan den vinger..." De St. V. is hier zeer gebrekkig. In het Gr. staat: Want zoo in uw synagoge kwam een man. Dit is de enige keer dat de St. V. sunagogŤ vertaalt door: vergadering. Hier speelt de dogmatiek weer parten. We zijn in IsraŽls sfeer met synagogen.

2:5 "Hoort mijn geliefde broeders, heeft God niet uitverkoren de armen van deze wereld om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen des koninkrijks, hetwelk Hij beloofd heeft dengenen die Hem liefhebben?" Dat koninkrijk is het K.d.H. Men houde in het oog, dart de Brief is aan de 12 stammen. Die dachten aan het Koninkrijk van Vader David. Deze tekst kan men wegens zijn algemene uitspraak ook breder toepassen en tevens denken aan hen die komen zullen van Oosten en Westen, Mt. 8:11.

2:8 "Indien gij dan de Koninklijke wet volbrengt." Dit is de wet des Konings, de wet door Mozes ingesteld maar door Christus volmaakt en aangevuld waarom Hij het een nieuw gebod noemt, Joh. 13:34 en "Zijn gebod", Joh. 15:12. Christus is IsraŽls Koning, Joh. 1:51. De wet des Konings is die van de liefde. Zie Rom. .13:9 Uit dit: de Koninklijke wet blijkt weer, dat we op IsraŽls terrein staan.

2:12 "Spreekt alzo en doet alzo als die door de wet der vrijheid zult geoordeeld worden." De wet der vrijheid is die van het N. verbond, waarin IsraŽl bevrijd is van begeerlijkheden en zonden van het eerste verbond en dat niet tot dienstbaarheid baart.

2:18-26. Daarover spreken we in een ander deel.

3:9 "Door haar (de tong) loven wij God en den Vader en door haar vervloeken wij de mensen die naar de gelijkenis Gods gemaakt zijn." Hier ziet Jakobus op de onbekeerde Joden, beter: IsraŽlieten, die sterk kunnen vervloeken. Waar de geriade heerst, moet men niet vloeken maar zegenen, Rom. 12:14. Zover is deze groep nog niet. Zij staan geheel in de sfeer van de Wet, die zegen en vloek kent en waarbij het vervloeken niet verboden was, hoewel Jakobus een hoger element inschakelt: het zegenen en niet vervloeken. "Dit moet, mijn broeders alzo niet geschieden ," Gr.: daar is geen noodzakelijkheid dat dit aldus geschiede," vs. 10.

3:18 "De vrucht der rechtvaardigheid wordt in vrede gezaaid voor degenen die vrede maken." Dit woord herinnert sterk aan Mt. 5:9: Zalig zijn de vreedzamen, Gr.: de vredemakers of vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. Die vrucht der gerechtigheid zal wel voortvloeien uit het doen, werken van de bekering waardig. Jakobus onderwijst in dit hele hoofdstuk de Joden hoe zij het geloof kunnen bevorderen en de praktijk van hun godsdienst kunnen uitwerken onder de heidenen.

JAC. 4, 5.
4:4 "Overspelers en overspeelsters; weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is. Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand Gods genaamd."

Hier kan sprake zijn van geestelijk overspel. Verbinding met de wereld door afgoderij gold voor God als geestelijke hoererij omdat IsraŽl Jehovah's Vrouw was. Zo bezien kan dit woord een bijzondere waarschuwing voor IsraŽl betekenen om geen deel te hebben aan Babels zonde, om niet mee te doen met de grote Hoer die in Op. 18 geoordeeld wordt. IsraŽl, dat een heilig volk moest zijn, wordt eenmaal de grote Hoer, Op. 18, het wordt volk van Sodom, Jes. 1:10; Op. 11:8. Dan deelt het ten volle in de vriendschap der wereld Jakobus bestrijdt dit. Is dit woord tot de groep van de 12 stammen gericht, het is naar tijden en gelegenheden toe te passen. Men kan het ook letterlijk nemen van vleselijk overspel, wat ook op gaat.

4:8 "Naakt tot God en Hij zal tot u naken." Hier staan we in een andere sfeer dan die van thans. In onze bedeling wil God Christus in ons hart doen wonen. Hier moet het volk IsraŽl tot Hem naderen. Dan zal God het tot dat volk doen. Als IsraŽl zich bekeert, kan God Christus zenden, Hand, 3:19-21. In Jakobus' woord wordt dus de bekering vereist. Waar de bedelingen ook toestanden schetsen, is ook dit woord menig zondaar tot zegen geweest. Zoals IsraŽl tot God moet naken, zo moet elk mens dit. De Schrift neme men wat uitlegging betreft bedelingswijs, wat het innerlijke betreft geestelijk.

HET VERKORTE LOON.
5:1-7 "Welaan nu, gij rijken, weent en huilt over uw ellendigheden die over u komen. Uw rijkdom, is verrot en uw klederen zijn van de motten gegeten, uw goud en zilver is verroest... Zie het loon van de werklieden, die uw landen gemaaid hebben, hetwelk van u verkort is, roept en het geschrei dergenen die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren des Heren Zebaoth (d.i. der heerscharen). Gij hebt weelderig geleefd op de aarde en wellusten gevolgd... Gij hebt geoordeeld, gij hebt gedood den rechtvaardige en hij wederstaat u niet. Zo zijt dan lankmoedig broeders tot de toekomst (wederkomst - parousia) des Heren. Zie de landman verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedig zijnde over haar, totdat het den vroegen en den spaden zegen zal hebben ontvangen. Weest gij ook lankmoedig."

Een gedeelte voor de laatste dagen. We zien hier IsraŽls woekergeest baan breken en de verdrukking van eigen volksgenoten zoals in Nehemia's dagen. Neh. 5:1-19. Die geest zal zich ten volle uiten in Babel en van daaruit het Jodendom beheersen. Dit gedeelte moge een voorschaduw van vervulling gehad hebben in Jeruzalems verwoesting, het gaat daar ver boven uit. We zien hier de weelderige rijken leven ten koste van de arme verdrukte arbeiders. Er is een dubbel geroep: dat van het loon en dat van de maaiers zelf. Het loon wordt verkort en niet op tijd betaald. Volgens Deut. 24:15 moest dit elke avond geschieden, anders kon de dagloner tot de Here roepen. De weelde van de IsraŽlieten werd reeds door Amos gelaakt, Am. 6. Wat doet Jakobus nu. Hij spoort aan lankmoedig te verdragen. Hij is dus door een heel andere geest bezield dan Communisme of Socialisme, die wild bruisend de toestanden willen veranderen. Weest lankmoedig tot de toekomst des Heren. Deze genaakt, de Rechter staat voor de deur, vs. 9. Jakobus wijst dus naar Christus' wederkomst. Hij komt als rechter om de verdrukker te verbrijzelen. Jakobus predikt dus de lijdzaamheid van de verdrukten en geeft God alles in handen.

In onze dagen breekt de tegenstelling tussen Kapitaal en Arbeid zich hoe langer hoe meer baan. Naast ontzaglijke onnoemlijke rijkdom heerst bittere nood. Deze tegenstelling zal zich nog verscherpen. Bijzonder in de eindtijd, Jakobus' woord is allermeest gericht tot de rijken in IsraŽl. In Babel zal de weelde ten top worden gevoerd. Ten koste van de arme verdrukte. Deze evenwel late alles aan God over. Hij mag dag en nacht tot Hem roepen, Luk. 18:7, hij zij echter lankmoedig. Hij zie in al die dingen een rijpingsproces. De landman zij zijn voorbeeld. De vrucht moet ter rijping vroege en spade regen hebben. Ze moet eerst rijpen, wil het kaf verbrand kunnen worden de tarwe moet eerst vergaderd, zal de dorsvloer gezuiverd kunnen worden. Mogelijk hebben we onder de vroege en de spade regen de uitgieting van Gods Geest te verstaan met Pinksteren en in de tijd van het einde.

"Weest lankmoedig, versterkt uw harten, want de toekomst der Heren genaakt."

Jakobus' hoop is de toekomst. Dit is niet de hoop van onze bedeling. Die heeft een hogere verwachting, n.l. om met Hem geopenbaard te worden in heerlijkheid, Col. 3:3, 4. Men ziet ook zo weer de meerdere groepen.

GEBEDSGENEZING.
5:15 "Het gebed des geloofs zal den zieke behouden." Dit woord heeft in onze bedeling, en bijzonder tegenwoordig, velen er toe gebracht tot "genezing op het gebed". De overzetting van het woord in het Gr. voor "gebed" staande, heeft die verwarring vergroot. Jak. 5:15 spreekt evenwel niet over de genezing op het gebed en in het Gr. staat niet: het gebŤd des geloofs. Het woord door gebed vertaald, euchŤ, staat nog twee maal in de Schrift, n.l. Hand. 18:18 en 21:23, waar sprake is van Paulus' gelofte en die van de vier mannen. Consequent concordantisch vertaald, moet Jak. 5:15 luiden: de gelofte des geloofs zal de zieke behouden. Hier is dus sprake van een gelofte, die de zieke zal volbrengen, ter behoudng. Daartoe moeten de ouderlingen van de gemeente over hem bidden en hem met olie zalven. Die ouderlingen van de gemeente zijn de oudsten van de gemeente uit IsraŽl, dus plaatselijk: van de synagoge. Jakobus schrijft immers aan de 12 stammen IsraŽls, niet aan de Christenen uit de Heidenen. Thŗns zou men niet weten, welke "ouderlingen" geroepen zouden moeten worden. Dŗn is het voor ieder duidelijk. De kranke Jood zal de oudsten zijner gemeente (synagoge) laten komen en deze, die Joden Christenen, zullen over hem bidden en hem zalven. Daarbij moet een gelofte gedaan worden. Het woord: zieke is ook niet het gewone woord van astheneoo gevormd, maar gevormd van het woord, in Heb. 12:3 door verflauwen vertaald, n.l. kameoo. De gelofte des geloofs zal de verflauwende, de kwijnende, behouden.

Onze tijd wil gebedsgenezing als systeem. We geven toe, dat iemand persoonlijk op zijn gebed door God genezen kan worden. We geven ook toe, dat iemand gaven van genezing kan hebben. We geven niet toe, dat hij daarmee de gaven heeft in de Jakobusbrief aan de ouderlingen van de gemeente toegekend. Die gave berust bij de oudsten van de Joodse gemeenten. Al het verlangen om de Pinkstergaven terug te willen hebben, is een neerhalen van onze bedeling in lager sfeer. Het is beter met Gods wil ziek te zijn, dan tegen Gods wil zich geforceerd te laten genezen. In onze bedeling is ziekte soms een heel noodzakelijk middel, al is het op zich zelf genomen niet goed. Systematische gebedsgenezing zou alleen aanneembaar zijn, als de Schrift leerde, dat ziekte nooit tot een goed doel kan voeren. Zelfs voor Paulus was het noodig een doorn in het vleesch te hebben.

AFDWALING - WEDERKEER.
5:19 "Broeders, indien iemand onder u van de waarheid is afgedwaald en hem iemand bekeert (d. i. doet terugkeeren) ; die wete dat degene die een zondaar van de dwaling zijns wegs bekeert, een ziel van de dood zal behouden en menigte der zonden zal bedekken."

Het gevaar voor afdwaling zal zeer groot zijn in de laatste dagen, zie Op. 2:20; 12:9; 13:14. De dwaling des wegs kan uitloopen op aanbidding van het Beest of van zijn beeld. De namen dergenen die dit doen, staan niet in het boek des levens, Op. 13:8. Zij worden gepijnigd en de rook van hun pijniging gaat op in de aionen der aionen, Op. 14:11. Zij kunnen ook verdwaald raken in de legers van het Beest en gedood worden bij Christus' wederkomst, Op. 19:21. Jakobus wil daarvan behouden. Terugkeer is mogelijk. Een ziel kan van de dood behouden worden.

Uit een en ander blijkt dat Jakobus schrijft met het oog op de wederkomst des Heren, de parousia. De tussenbedeling is hem vreemd. Waar ze er nu is, is deze sfeer onderbroken. Ze komt terug zodra God de lijn met IsraŽl aanknoopt. Alles is naar de toekomst verschoven en blijft staan voor IsraŽl. In dat opzicht is Jakobus' Brief ook profetisch te noemen.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden