Uit IsraŽls Profetie

V. Israël in de Evangeliën

3. De doop van Johannes

De doop van Johannes was iets uit de hemel, dat is iets nieuws, of iets dat een nieuw stempel zette op de tijd. Hij kwam om. het nabije K.d.H. aan te kondigen, Mt. 3:1-2 en doopt in water. Men vertale niet "met water"; dat is Westerse dogmatiek. Johannes dompelde in water. Het was de doop der bekering tot vergeving der zonden Mk. 1:4. Die zonden vloeiden voort uit het niet houden van het eerste verbond. Zonde betekent doelmissing. IsraŽl nu had ook zijn doel gemist. Dat moest het belijden. Door het zenden van Johannes bewijst de Here Zijn genade en barmhartigheid. Hij wil een nieuw verbond maken. De "toekomende toorn" is de toorn over hen, die God ongehoorzaam zijn. Hij zou en zal komen voor de oprichting van het K.d.H. op aarde Mal. 4:1: 1 Thess. 1:10; 2:16; 5:3. Hij geldt allereerst IsraŽl. De toekomende toorn is begin van de dag des Heren, waarin Hij alle hoovaardige en hoge en verhevene vernederen zal, Jes. 2:12 e v. Door de toekomende toorn wordt het koninkrijk van God en van Zijn Christus, Op. 11:15.

De waterdoop van Johannes zet dus voorop, dat er zonde is. Die zonde wordt verpersoonlijkt tot schuld en moet beleden worden. Zie de klassen die tot Johannes komen, Luk. 3:10-14. De waterdoop was alleen geoorloofd bij schuldbelijdenis, zie Mt. 3:6. De FarizeŽn en SadduceŽn die ook gedoopt wilden worden, zagen zich dit geweigerd. De waterdoop is geen formule of ceremonie tot inlijving in enige corporatie, maar werd geeist tot ingang in het K.d.H. Ook dat is niet in het oog gehouden. Bekering, belijdenis van zonde en waterdoop golden IsraŽl. Vandaar ook de belofte van de doop in heilige geest die er direkt op volgt Mt. 3:11. "Die na mij komt... Die zal u in heilige geest en in vuur dopen." Was de waterdoop de erkenning, de geestesdoop was de uitbranding der zonde.

Het woord Heilige Geest wordt in onze Bijbel met een hoofdletter geschreven. Men meent vaak dat hier de derde Persoon in Gods Wezen bedoeld wordt. Dat is hier echter geenszins het geval. Hier wordt niet de Geest als Gever maar als gave bedoeld. Men leze dan ook: heilige geest en zie daarin de kracht uit de hoogte Luk. 24:49. Zie Hand. 1:4, 5; 2:4; 8:15. Die heilige geest was voorzegd in JoŽl 2:28. Hij diende ter reiniging (de dorsvloer doorzuiveren). De bloedschulden van Jeruzalem moesten verdreven worden door de geest des oordeels en de geest der uitbranding, Jes. 4:4. In deze tekst (Jes. 4:4) zien we de beide dingen genoemd, die Johannes ook noemt, maar met wat andere woorden. Hij spreekt over heilige geest en vuur. Dit is een stijlfiguur d.i. een taaluitdrukking, waardoor men met twee woorden ťťn zaak of begrip neerschrijft. Men noemt dat de stijlfiguur Hendiades d.i. twee voor ťťn. Heilige geest en vuur betekent met een vurige, dat is reinigende heilige geest. De uitbranding van Jes. 4:4 zit dan in het vuur van Matth. 3:11 en oordeel in geest des oordeels. Het heilige staat hier tegenover het onheilige dat geoordeeld wordt, het onreine de drek van de dochter Sions tegenover het reinigende. De waterdoop wordt gevolgd door de vuurdoop. En moest dat worden, anders was de bekering een geveinsde of onvoldoende.

We zien daar een voorbeeld van in Hand. 8. Simon de Tovenaar werd wel gedoopt 8:13, maar ontving geen heilige geest vs. 19-24. Hij kreeg geen deel aan deze gave Gods. Als we nu nog in de bedeling van de waterdoop leefden, zou deze ó en dan na belijdenis van zonden dus bij min of meer bewuste personen ó moeten gevolgd worden door de gaven van heilige geest, gaven die het hart louterden, het stenen hart verteerden, het vleesen hart baarden en inlijfden in het Nieuwe verbond. De geest der uitbranding werd dan bron van levenswater. De rots des harten werd geopend en stromen van levend water zouden uit het binnenste vloeien, Joh. 7:38, 39.

Waar de Heilige Geest thans niet aldus werkt maar er verscheidenheid van de bedieningen is, 1 Cor. 12:6, is dit een bewijs, dat de bedeling veranderd, ja voortgeschreden is; van het zichtbare komen we tot het onzichtbare, van de waterdoop in de evangeliŽn ging het door water- en geestesdoop in de Handelingen tot de ťťne doop in Efese, die des Geestes, Ef. 4. De reiniging des heiligen geestes in IsraŽl zou en zal voorafgaan aan de toekomende toorn, waarin de verterende macht van de geest zal openbaar worden, want met de adem (Hebr. roeach = geest) Zijner lippen zal Christus de goddeloze doden Jes. 11; 2 Thess. 2:8; Op. 19:21.

Dat alles is nu uitgesteld. En de doop in water Ťn die van heilige geest Ťn in vuur zijn opgeschort tot de tijden der wederoprichting aller dingen, door de profeten vermeld. Thans werkt de Geest door mede te doen sterven, mede te doen opstaan, mede in de hemel te zetten, door tot mede-lichaam te vormen. Hij doet dit als God Die inwerkt; Fil. 2:13.

THANS NOG WATERDOOP?
Men zal tegen een en ander opmerken, dat Mk. 16:16 a zegt: "Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden," dat Paulus ook doopte, 1 Cor. 1:14, dat Mt. 28:19 spreekt van het al de volkeren onderwijzen, dezelve dopende. We ontkennen deze feiten niet. We merken echter op:

  1. dat Mk. 16:16 b niet zegt, dat wie niet gedoopt zal zijn, verdoemd zal worden maar: wie niet geloofd zal hebben,

  2. dat Rom. 6:3 spreken van "zovelen als wij gedoopt zijn,"

  3. dat Paulus niet gezonden was om te dopen, 1 Cor. 1:17,

  4. dat Mk. 16:17 het geloof verbindt aan tekenen en zegt: "En diegenen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn naam zullen zij duivelen uitwerpen, met nieuwe tongen zullen zij spreken. slangen zullen zij opnemen en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden."

Nu een van tweeŽn: Ons geloof is niet goed, want niemand onzer volgen deze tekenen of er is een verandering gekomen in de bedeling. En indien dit laatste het geval is en ons geloof een andere inhoud heeft, een andere sfeer betreft, hoe kan men dan de waterdoop in welke vorm dan ook, doen overgaan, waar hij reeds in de bediening voor Hand. 28 niet zodanig op de voorgrond stond, dat hij een bijzonder kenmerk is van Paulus' evangelie. Christus heeft hem niet gezonden om te dopen, zegt 1 Cor. 1:17, bewijs dat de waterdoop reeds toen niet beslist gevorderd werd. Mk. 16:16 en 17 laat ook doorschemeren, dat niet de waterdoop, wel het geloof allermeest nodig was.

De waterdoop gold allereerst het Koninkrijk op aarde. Zolang God dat wilde oprichten, kon de waterdoop toegepast worden, ook aan de Heidenen. Maar reeds in Paulus' eerste bediening was hij niet gebiedend; Christus had hen, niet gezonden om te dopen. De oprichting van het Koninkrijk is thans uitgesteld. God heeft een nieuwe bedeling ingezet, wat bewezen wordt door Mk. 16:17: thans gelooft men maar geen van de gelovigen heeft de daar genoemde tekenen, bewijs dat er iets veranderd is. Alles wat met het Koninkrijk op aarde en de oprichting er van verband houdt, is nu opgeschort. Ook de waterdoop in welke vorm.

T.o.v. Mt. 28 is op te merken, dat er thans aan de Volken niet geleerd moet worden wat Christus op aarde Zijn discipelen uit IsraŽl geleerd heeft, maar het Paulinische evangelie, want God heeft Paulus gezet tot prediker, apostel en leraar der Heidenen, 2 Tim. 1:11. Hiermee is Mt. 28 opgeschort tot de oprichting van het Koninkrijk. Dan eerst zal deze opdracht z'n vervulling verkrijgen en dan zal Christus met hen zijn al de dagen tot aan de voleinding van de aioon. Men ziet hoe alles tot zijn recht komt mits men de bedelingen onderscheidt. Voor deze bedeling is er slechts de doop van het met Hem sterven en met Hem opstaan om in nieuwigheid des levens te wandelen.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden