Uit IsraŽls Profetie

IV. Het Boek Daniël

h. SAMENVATTING VAN DANIEL

Een korte samenvatting. Velen vinden DaniŽl een moeilijk boek. En een van de gemakkelijkste is het zeker niet. Toch is het niet zo duister als men meent. Vooral niet voor ons die leven in deze dagen waarin de lijnen zich naar het einde gaan ombuigen. En nog minder voor hen die inzicht kregen in de bedeling van de verborgenheid.

Voor ons staat de zaak zo:

Dan. 2
Er zijn 4 wereldrijken geweest. Het 5e moet nog komen. Dat ligt buiten het gebied van de vier vorige. Het is vermoedelijk Groot-Rusland (Europees en Aziatisch Rusland, [Siberie]). Dit zal West Europa en ook de andere vroegere rijken, (het Griekse, Perzische en Babylonische) overheersen. Deze rijken moeten dus in enige vorm aanwezig zijn, maar het is niet noodzakelijk, dat ze dat zijn in hun vroegere vorm. Het herstel van het Romeinse rijk b.v. staat profetisch niet vast.

Het vijfde rijk bestaat uit ijzer en leem, het ijzer is het nationale element, het leem het internationale Jodendom. Waar dit een gedeeld koninkrijk is, kan het niet bestaan, het valt uiteen. Het gevolg is een wereldchaos, de zee van Dan. 7:2.

Dan. 7
Uit die wereldchaos verrijzen de oude wereldrijken. Die zijn ongetwijfeld daarvoor dus in zekere vorm aanwezig. Het 4e en 5e rijk van Dan. 2, in onze mogelijke visie West-Europa en Rusland, vormen dan ťťn geheel, Pan-Europa. Zij vormen met elkaar het vierde rijk van Dan. 7. Dit overheerst nu de andere drie. Er komt een opperkoning of keizer over dit Pan-Europa. Dit is nog niet de Antichristus. Als die komt, zijn er reeds vijf van zulke keizers geweest en is de zesde er, Op. 17:10.

Dan. 8, 9
De politieke Antichristus, het Beest, de mens der zonde, komt niet op uit het vroegere Romeinse rijk, is niet het Pausdom of een paus of het afvallige Christendom, maar is uit een van de staten van het Griekse rijk. Deze staten komen mede terug en zijn in onze dagen reeds aanwezig (Griekenland, het Turkse rijk, SyriŽ, Egypte). Deze zullen zich op de duur met elkaar verbinden. Uit een er van komt dan het Beest op dat zich meester maakt van de Pan-Europeese opperheerschappij (waar Griekenland dan buiten valt). Dan sluit hij een verbond met het afvallige Jodendom dat er dan reeds in geslaagd is de tempel te herbouwen. Dit verbond duurt 7 jaar. Dit is DaniŽls 70ste jaarweek.

Het vroegere Babel, het Babylon van De Openbaring, zal in die tijd een grote rol spelen. Reeds thans is het ommeland Irak als zelfstandige staat in opkomst. Babel is de grote Hoer, die ekonomisch (staathuishoudkundig) het monsterrijk met zijn 7 hoofden en 10 hoornen beheerst. Het is de stad van het afvallige Jodendom, dat in die tijd de wereld door zijn geldmacht zal knechten. Totdat Babel verbrand wordt.

Dan. 11, 12
De verdere loop der dingen wordt ons wat nader getekend in hfdst. 11 en 12. Alleen in hoofdlijn. Verdere beschrijving voor de tijd van het einde geeft De Openbaring. Dit Boek beziet die tijd meer van Boven uit, van Gods zijde en geeft een overzicht van de komende oordelen. De Openbaring is dus uitwerking en bovenbouw van DaniŽl. De Openbaring is de beschrijving van de Dag des Heren. Deze komt eerst als het Beest er is. Waar dit nog komen moet, leven we nog niet in de vervulling van de Openbaring.

De tussenbedeling
Tussen het 4e en 5e rijk van Dan. 2 is de bedeling van de verborgenheid ingeschoven. Men ziet, dat deze aan DaniŽl en mede voor de andere 0.T. profeten niet geopenbaard is. God heeft de profetie zo goed als stil gezet. Satan werkt nu de verborgenheid der ongerechtigheid uit. Naast Gods verborgenheid loopt een Satanische. Eerst in de eindtijd, als IsraŽl weer op het toneel opkomt, gaat de profetische vervulling voort.

Het Boek DaniŽl is niet moeilijk omdat God de zaken moeilijk voorstelt, maar omdat de lijnen van de wereldhistorie zo ingewikkeld zijn. Naarmate de dingen zich vervullen of gaan vervullen, komt de aftekening beter uit. De vervulling en de vooravond er van geven nader licht en inzicht. Dat licht komt mede voor hem die het Woord in juiste delen verdeelt, "recht snijdt" en aan IsraŽl laat wat voor IsraŽl is, n.l. de 0.T. profetie. Hem die de bedeling der verborgenheid ziet, is het mede gegeven in hoofdlijn nu reeds DaniŽl te overzien. Al de Schrift is hem nuttig. Ook dit Boek.



1. DE GEZICHTEN VAN DANIEL (hfdst. 7-12)

Overzicht

Al de gezichten van DaniŽl, beschreven in hfdst. 7-12 vallen tijdrekenkundig samen en betreffen "de tijd van het einde". We geven hier een tabel ontleend aan de Companion Bible en door ons aangevuld met De Openb., waarin alles wordt samengevat.

Dan. 7
Dan. 8
Dan. 9
Dan. 11
Dan. 12
Mt. 24
Op.11
Op.12
Een Kleine Hoorn, vs. 8, 20, 21, 24, 26
De Kleine Hoorn, vs. 9- 12, 23-25
 
Een Verachte, vs. 21-30
 
 
 
 
 
Het gedurig offer, weggenomen, vs. 11-13
Het offeren opgehouden, vs. 27
Het gedurig offer, weggenomen, vs. 31
Het gedurig offer, weggenomen, vs. 11
 
 
 
 
De verwoestende afval, vs. 13
De gruwelijke vleugel, vs. 27
De verwoestende gruwel gesteld, vs. 31
De verwoestende gruwel gesteld, vs. 11
Gruwel der verwoesting, vs. 15
 
 
De tijd, De helft der week, 1260 dagen, vs. 25
De 2300 avonden en morgens, vs. 14
De helft der week, (1260 d.) vs. 27
 
De helft van de week, 1260, 1290, 1335 d., vs. 7, 11, 12
 
De stad vertreden 42 maanden, vs. 2
De Vrouw onderhouden, 1260 d., vs. 6, een tijd, tijden, een halve tijd, vs. 14
 
Het heiligdom gerechtvaardigd vs. 14
Heiligheid der heiligheden gezalfd, vs. 24
 
 
 
 
 
Het einde, vs. 26
Tijd van het einde, vs. 17, 16
Het einde, vs. 26
Tijd van het einde, vs. 40
De tijd van het einde, vs. 4, 9, 13
Het einde, vs. 14
 
 





2. DE TIJDEN EN DAGEN VAN DAN. 7-12

Er worden in Dan. 7-12 vijf bizondere tijden en dagen vermeld, n.l. 7:25; 8:14; 12:7, 11, 12. Zij zijn alle te bepalen in verband met de 70ste jaarweek. Daar deze toekomstig is, zijn het die tijden en dagen ook. Uit de Comp. Bible ontlenen we weer de volgende tekst.

De 30 dagen van Dan. 12:11, mogelijk de Veadar, d.i. ingeschoven maand, dienen mogelijk tot het bijeenvergaderen tot de slag van Armageddon. Op de 1260ste dag komt de Here dan op de Olijfberg, de Antichristus vergrimt zich tegen Hem en vergadert alle volken tot de krijg van de grote dag des almachtigen Gods, Op. 16:14. Dan blijven er nog 45 dagen over. Daarin trekt de Here mogelijk het land door van Armageddon tot Bosra voorttrekkend in grote kracht om de pers te treden, de persbak van de wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods, Jes. 63:1-6; Op. 19:15. De volken worden nu vertreden in Zijn toorn, hun kracht daalt ter aarde neder. Dat geschiedt over een afstand van 1600 stadiŽn (Ī 300 K. M.), Op. 14:20. Daarna trekt de Here naar Jeruzalem op om Zijn intocht te houden als Davids Zoon en Heer, Mt. 23:39.

Welgelukzalig is hij, die verwacht en raakt tot 1335 dagen. Dan is de boze aioon ten einde en vangt Christus' regering in Jeruzalem aan. Dan zit Hij op de troon Zijner heerlijkheid, Mt. 25:31. In de laatste dier dagen of op de laatste dag, heeft de opstanding van IsraŽls gelovigen plaats, Joh. 11:24.





3. DE 70 JAARWEKEN

Waar onze jaartelling 4 jaar ten achter is en we dus thans vier jaar méér schrijven dan door het tegenwoordig jaartal aangegeven wordt, valt Christus' kruisiging 4 jaar eerder dan aan gegeven wordt, dus in het jaar 29 na Zijn aangenomen geboortejaar. Dat de jaartelling in de war kon komen, is niet te verwonderen. Eerst in de 6e eeuw heeft een geleerde monnik Dionysius Exiguus trachten uit te rekenen, in welk jaar de Here Jezus geboren is. Hij vond toen dat dit 754 jaar na de stichting van Rome was. Dit jaar werd toen aangenomen als het geboortejaar van Christus. Later bleek, dat Dionysius zich 4 jaar vergist heeft. In het jaar 754 na Rome's stichting was Herodes reeds gestorven en kon hij Christus niet meer willen doden. Daarom moet de geboorte eerder plaats gehad hebben en wel ongeveer 4 jaar. In 749 leefde Herodes nog.

We kunnen hier niet nader bewijzen, dat Christus juist 4000 jaar na Adams schepping geboren werd, doch geven dat getal alleen op. In Dl. II De Tijden der Eeuwen kan men de Schriftchronologie vinden. We nemen aan, dat de Here ruim 3 jaar IsraŽls bedienaar geweest is en dus Ī 33 jaar in het vlees geleefd heeft. Hij is echter niet in het jaar 33, maar in het jaar 29 gekruisigd. De 69 jaarweken eindigen dus daar, in 29 n. Chr. 69 weken zijn 483 jaar, hiervan gaan af 29 jaar voor onze jaartelling, blijft dus 483- 29=454 voor de jaren vůůr Christus' geboorte. In 454 was dus het 20 jaar van Artaxerxes. Van 454-405 duren dus de eerste 7 jaarweken, van 405 voor tot 29 na Chr. de 62 weken. Na die 62 weken is Messias uitgeroeid en is het volk gekomen om de stad en het heiligdom te verderven. Nu rest dus nog een week. Deze moet nog intreden. De zaak staat aldus:





4. DE KAARTJES

De kaartjes trachten enige indruk te geven van de vroegere rijken. Bij Nį I houde men in het oog, dat PerziŽ; na de verovering van het Babylonische rijk ook aan zich trok wat dat rijk bezat. Bij Nį II ontbreekt de oostelijke helft, die ongeveer zo groot was als de westelijke, maar wegens plaatsruimte weg moest gelaten worden. We wilden er vooral de aandacht op vestigen, dat het ene rijk het (de) vorige veroverde. Zie verder een historische atlas.

Uit Nį IV blijkt dat, zullen de oude rijken weer opkomen; het Rom. Rijk nimmer in zijn oude vorm hersteld kan worden. Men komt daar alleen toe door het vierde rijk van Dan. 7 te verwarren met het vierde van Dan. 2. Overigens zie men de gegeven uiteenzetting.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden