Uit IsraŽls Profetie

III. Israëls onvervulde
Oud Testamentische Profetie

De Hebreeuwse Canon

Voor we enige O.T. profeten gaan bespreken, wijden we een enkel woord aan de Hebr. Cŗnon (volgorde van de Schriftboeken). Deze cŗnon is in de Hebr. Bijbel niet als in de St. Vert. De Hebr. Bijbel heeft drie hoofddelen: Wet, Profeten, Psalmen. De Here noemt die in Luk. 24:44. Deze hoofddelen bevatten de boeken in deze orde:


I. De Wet bestaat uit 5 boeken:

Genesis. "In den beginne"

Exodus. "Dit zijn de namen"

Leviticus. "En Hij riep"

Numeri. "In de woestijn"

Deuteronomium. "Dit zijn de woorden"



II. De Profeten bestaan uit 8 boeken die in tweeŽn zijn te delen, n.l. de Vroegere en de Latere Profeten

Jozua.

      Richteren.

            SamuŽl. (1-2 Sam. is ťťn boek).

                  Koningen. (1-2 Kon. evenzo)

Vroegere
Prof.

                  Jesaja.

            Jeremia.

      EzechiŽl.

De 12 kleine profeten (Latere Prof.)
Hosea, JoŽl, Amos, Obadja, Jona,
Micha, Nahum, Habakuk, Zefanja,
Haggai, Zacharia, Maleachi

Latere
Prof.























III. De Psalmen bestaan uit 11 boeken:

Psalmen.

Spreuken.

Job.

Hooglied

Ruth.

Klaagliederen van Jer.

Prediker.

Esther.

DaniŽl

Ezra-Nehemia. (Te nemen als ťťn boek)

1-2 Kronieken. (ťťn boek)


(Eťn en ander is nader besproken in de reeks: De Heilige Schriften, Dl I, Uit de Schriften, ook als brochure verkrijgbaar).

De Hebr. cŗnon is schoner in volgorde dan de tegenwoordige Bijbelcŗnon. Deze is in de vertaling van het O.T. in het. Grieks (welke vertaling de Septuaginta heet, kortweg geschreven LXX) geheel van volgorde veranderd en ook in onze Bijbels overgegaan en in zwang gekomen. Dit heeft de heersende verwarring nog doen toenemen. Een ding houde men evenwel in het oog: Noch de Hebr., noch de latere kŗnon geeft de boeken in historische volgorde. Er is niet gerangschikt naar tijdsorde, maar meer naar inhoud. De tijdsorde van de profetische boeken is dan ook niet die, welke we hierboven aangaven of in onze jeugd geleerd hebben, maar een andere. Het is voor ons onderwerp gewenst hier nog een weinig op in te gaan om meer licht te verkrijgen op de profetische golving, in de H.S. te vinden. We beperken ons daarbij alleen tot het tweede hoofddeel: de Profeten.

STRUKTUREN.
In dit werk zullen telkens weer strukturen opgenomen worden. Het is daarom gewenst om met een enkel woord te zeggen wat dat zijn en wat ze bedoelen.

We spreken bij de planten van de struktuur van de vertakkingen en bladen. Deze zijn n.l. op wonderbare wijze samengevoegd en vertonen een merkwaardige bouw. Bij het onderzoek naar de aard van de elementen (dit zijn de stoffen waaruit de materie is opgebouwd) spreken we van de struktuur van een atoom, d.i. zijn wijze van samenstelling, van de groepering van de nog kleinere onderdelen: proton en elektronen.

De Schrift heeft ook een struktuur, een bouworde. Strukturen nu zijn de grondteksten die overzichtelijk aantonen, hoe een groter of kleiner deel van de Schrift is opgebouwd. We kunnen zo dus de struktuur van een bijbelboek, van een hoofdstuk of van een onderdeel van een hoofdstuk geven.

De struktuur is vaak nodig voor de uitlegging. Als men ziet, welke delen met elkaar korresponderen, welke tegenover elkaar staan, welke parallel lopen, komt er vaak een oplossing voor moeilijke delen en krijgt men in elk geval een beter overzicht.

Geen enkel boek ter wereld is in struktuurvorm te brengen. Dit kan alleen geschieden met de Schrift, wijl die gebouwd is naar de zuiverste wetten des Geestes. De struktuur is een uitwendig getuigenis, dat Gods Woord de waarheid is. Gods redenen zijn gelouterd, zevenmaal, in een aarden smeltkroes (d.i. in de menselijke natuur) Ps. 12:7.

De bouw van de verschillende Schriftstrukturen is niet altijd dezelfde of steeds even eenvoudig. Ook hier komt Gods grote literaire rijkdom uit. Sommige zijn eenvoudig, andere ingewikkeld. De strukturen zijn Gods indeling van de Schriften. De indeling in hoofdstukken en verzen in onze bijbels is zeer gebrekkig en vaak oppervlakkig mensenwerk, dat niet kan blijven bestaan. God zal eenmaal, in alles de volle waarheid, zuiverheid, echtheid, schoonheid, evenwichtigheid, in ťťn woord volmaaktheid doen uitstralen. Ook in Zijn Woord. Dat zal Hij mede doen door de diepere grondlijnen, de grondschetsen, naar voren te brengen, die evenzeer de vaste orde zullen aangeven als de ordeningen des hemels en even harmonisch zullen blijken te zijn als al het Goddelijke.

De strukturen die wij opnemen zijn alle ontleend aan de Companion Bible, dus van Engelsche zijde. Bijzonder dit volk schijnt er voor aangewezen om de grondvormen van de Schrift uit te beelden.

De strukturen zijn feitelijk een betere hoofdstuk indeling. Men leze de Schrift volgens de indeling in de struktuur gegeven. Het Woord zal er door aan kracht winnen en het inzicht zal er door versterkt worden.

INDELING VAN DE PROFETEN.
De Profeten, waarvan we geschriften hebben, zijn met betrekking tot hun optreden in 3 groepen te delen en wel:

  1. Profeten van de eerste periode (Ī 690-588 v. Chr.): Jona, Hosea, Amos, Jesaja, Micha en Nahum. Daarop volgt een rustperiode van 70 jaar. (588-518).

  2. Profeten vlak voor en onder de Ballingschap (518-424): Jeremia, Habakuk, Zefanja, EzechiŽl, JoŽl, DaniŽl en Obadja.

  3. Profeten na de Ballingschap (410-374): HaggaÔ, Zacharia en Maleachi.

Naar de tijd omspannen zij een tijdvak van Ī 300 jaar, Ī 690-374 voor Christus. Na de scheuring des rijks, als IsraŽl hoe langer, hoe dieper onder afgoderij en afval verzinkt, komt de Here met Zijn woord van bestraffing, maar ook met dat van belofte en heil. IsraŽls verwerping en herstel is het thema van de meeste Profeten. In Christus vindt de Profetie over IsraŽl z'n voortzetting (Mt. 13:24; Lk. 21) en tevens z'n afsluiting: De Openbaring.

Op een meer uitgewerkte tijdsorde kunnen we hier niet ingaan. (Zie daarvoor deel II, De Tijden der Eeuwen). Evenmin zullen we alle Profeten behandelen en bij hen die we behandelen, niet in alle onderdelen kunnen afdalen. Het gaat er hier om, om op IsraŽls onvervulde profetie te wijzen en aan te tonen, dat de Lo-Ammi-tijden, de tijden waarin IsraŽl niet Gods volk is, voorbijgaan en het eenmaal weer zal wezen. Ammi ó Mijn volk.

Achtereenvolgens willen we min of meer beknopt nagaan: Hosea, Amos, Jesaja, Jeremia, EzechiŽl, Zacharia en Maleachi. Wegens de belangrijke inhoud van DaniŽl zullen we aan hem, tevens in verband met een deel van De Openbaring, een afzonderlijk hoofdstuk wijden. Vervolgens gaan we over tot het N.T. en beschouwen we Christus' profetisch woord over IsraŽl om ons onderzoek te eindigen met een nadere beschouwing van het boek De Openbaring.

We herhalen hier de twee regels, die bij het Schriftlezen in het oog te houden zijn:

  1. God meent wat Hij zegt. IsraŽl is IsraŽl, Jeruzalem is Jeruzalem, als stad of als volk, maar niet b. v. Parijs, enz.

  2. De Heilige Geest kan woorden uit die tijd in het hart van de gelovigen van thans leggen om hen daarmee te leren, te vermanen, te bestraffen, enz. Dit is de "individualiseering" van de Schrift, De gelovige mag dit niet "generaliseren", d.i. algemeen maken, t.o.v. de staat die de tegenwoordige groepen in Christus hebben, want die gaat uit boven IsraŽls beloften.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden