De Twee Babylons

Alexander Hislop


Appendix K
Oannes en Souro



De reden om te geloven dat Oannes, die de eerste van de bekende schepselen zou zijn geweest die uit de zee opkwamen om de Babyloniërs te onderrichten, werd voorgesteld als een vis met horens van een bok, is deze: ten eerste is de naam Oannes, zoals elders reeds aangetoond, slechts de Griekse vorm van Heanesh, of "de man", hetgeen synoniem is voor de naam van onze eerste ouder, Adam. Van Adam kan worden aangetoond dat hij model stond voor Pan, die eveneens Inuus werd genoemd (zie DYMOCK, sub voce "Inuus"), hetgeen slechts een andere uitspraak is van Anosh zonder het lidwoord, waarvan in onze vertaling van Gen.5:7 Enos is gemaakt. Deze naam, zoals algemeen wordt toegegeven, is de generieke naam voor de mens na de val, zwak en ziek. De o in Enos is wat een vau wordt genoemd, die soms wordt uitgesproken als een o, soms als een u, en soms als een v of w. Een goede uitspraak van Enos is daarom eenvoudig Enus of Enws, dezelfde klank als Inuus, de klassieke Romeinse naam voor Pan. De naam Pan zelf betekent "hij die afweek". Als het Hebreeuwse woord voor oprechtheid de betekenis heeft van "rechtuit wandelen", dan betekent elke afwijking van de rechte lijn van de plicht dus zonde; Hata, het woord voor zonde, heeft de generieke betekenis van "afwijken van de rechte lijn". Pan, zo wordt toegegeven, was de aanvoerder van de Satyren, "de eerste van de Verborgenen", want Satyr en Satur, "de Verborgene", zijn blijkbaar één en hetzelfde woord, en Adam was de eerste mens die zich verborg. Pan zou de nimf Pitho lief hebben gehad, of zoals het in een andere vorm wordt weergegeven, Pitys (SMITH, sub voce "Pan"), en wat is Pitho of Pithys dan slechts de naam voor de bedrieglijke vrouw, die na zichzelf te hebben bedrogen, de rol had van de bedriegster van haar echtgenoot, en hem verlokte om de stap te zetten, als gevolg waarvan hij de naam Pan kreeg, "de man die afweek". Pitho en Pithys komen klaarblijkelijk van Peth of Pet, "bedriegen", waar ook de beruchte slang Python zijn naam aan heeft ontleend. De vraag met betrekking tot de persoonlijke identiteit van Pan en Pitho wordt in sterke mate bevestigd door de titels die aan de echtgenote van Faunus werden gegeven. Faunus, zegt SMITH (idem), is "slechts een andere naam voor Pan". (17) Nu werd de echtgenote van Faunus Oma, Fauna, en Fatua (idem, sub voce "Bona Dea"), welke namen eenvoudig de betekenis hebben van "de moeder die afweek, nadat zij bedrogen was". (18) Deze bedrogen moeder wordt ook onverschillig "de zuster, echtgenote of dochter" van haar echtgenoot genoemd, en hoe dit overeenkomt met de verhouding tussen Eva en Adam, hoeft de lezer niet te worden uitgelegd.

Nu was een titel van Pan ook "Capricornus" of "boks-hoorn" (DYMOCK, sub voce "Pan"), en de oorsprong van deze titel moet worden gezocht in de gebeurtenis die ertoe leidden dat onze eerste ouder de aanvoerder werd van de Satyren, "de eerste van de verborgenen". Hij vluchtte weg om zich te verbergen, en Berkha, "een vluchteling", heeft eveneens de betekenis van een "bok". Maar daar de oorsprong van de titel Capricornus in deze sfeer vaak wordt voorgesteld als de "bokvis", indien Capricornus Pan voorstelt, ofwel Adam of Oannes, toont dit aan dat het Adam geweest moet zijn die door middel van een zielsverhuizing door de wateren van de vloed was gegaan; de bok, als symbool voor Pan, die Adam voorstelde, de eerste vader van de mensheid, gecombineerd met de vis, symbool voor Noach, de tweede vader van het menselijke ras, van wie beiden Nimrod zowel Kronos, "de vader van de goden", en Souro, "het zaad", een nieuwe incarnatie was. Onder de afgoden van Babylon, zoals dat staat in KITTO, Illustrated Commentary (deel IV, p.31), vinden wij voorstellingen van deze Capricornus of als een vis die de horens van een bok heeft, en Berosus vertelt ons ("Berosiana", in BUNSEN, bundel I, p.708) dat de welbekende voorstelling van Pan waarvan Capricornus een afzwakking was, reeds in het vroegste Babylon gevonden werd. Heel wat meer bewijs kan betreffende dit onderwerp worden aangedragen, maar ik stel de lezer voor zich af te vragen of het bovenstaande niet reeds in voldoende mate bijdraagt aan de identiteit van deze merkwaardige figuur in de Dierenriem: "de als een bok gehoornde vis".

Voetnoten

[17] In het Chaldees wordt de letter die wordt uitgesproken als een P ook als Ph uitgesproken, ofwel de F; daarom is Pan hetzelfde als Faun.

[18] De naam Fatua komt klaarblijkelijk van hetzelfde werkwoord als Pitho of Pitys, hetgeen Pet of Phet is. In de actieve betekenis van het woord zien wij het terug in de bekende uitdrukking Ignis fatuus. In de passieve betekenis wordt het teruggevonden in de uitdrukking "een fatuïteit, ofwel een "domme verwaandheid".





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden