De Twee Babylons

Alexander Hislop


Hoofdstuk V
Riten en plechtigheden

Deel IV
De rozenkrans en de aanbidding van het Heilig Hart



Iedereen weet hoe specifiek rooms-katholiek het gebruik van de rozenkrans is, en hoe mechanisch de volgelingen van Rome hun gebeden op hun kralen tellen. De rozenkrans is echter geen uitvinding van het pausdom. Het gebruik gaat terug tot de vroegste oudheid en wordt universeel onder de heidense volkeren aangetroffen. De rozenkrans werd bij de oude Mexicanen gebruikt als een heilig voorwerp. (68) Hij is algemeen bekend bij de Brahmanen van Hindoestan; in de heilige boeken van de Hindoes wordt er trouwens steeds weer naar verwezen. Zo vinden we dat in een verslag betreffende de dood van Sati, de vrouw van Siva, melding wordt gemaakt van de rozenkrans:

"Toen het gebeuren hem ter kennis kwam, bestierf Siva het van verdriet; toen hij zich had hersteld, haastte hij zich naar de oevers van de rivier des hemels, waar hij het lichaam van zijn geliefde Sati zag liggen, getooid in witte gewaden, met een rozenkrans in de hand, stralend van schoonheid, schitterend als gepolijst goud." (69)

Sinds ver in het verleden liggende tijden is hij in gebruik te Tibet en bij al de miljoenen mensen van het Oosten die verbonden zijn met het boeddhistische geloof. De gegevens van Sir John F. Davis zullen ons inlichten over het gebruik ervan in China:

"Door middel van de Tartaarse religie van de Lama's is de rozenkrans met zijn 108 kralen een onderdeel geworden van de ceremoniële kleding die horen bij de negen graden van de officiële rang. Hij bestaat uit een halssnoer van stenen en koralen, die bijna zo groot zijn als het ei van een duif, en hangt af tot op de borst; tevens is hij samengesteld uit verschillende kralen al naargelang de stand van de drager. Er bestaat ook een kleinere rozenkrans van achttien kralen, waarmee zij hun gebeden en ejaculaties tellen precies zoals dit in het roomse ritueel gebeurt. De leken in China dragen deze vaak om de pols, geparfumeerd met muskus en geven het de naam Heang-choo, of welriekende kralen." (70)

In het Aziatische Griekenland werd de rozenkrans ook algemeen gebruikt zoals is af te leiden van het beeld van de Efezische Diana. (71) Ook in het heidense Rome schijnt men dit gebruik gekend te hebben. De sieraden die de Romeinse dames droegen waren niet slechts sierlijke halskettingen maar hingen zoals de moderne rozenkransen tot op de borst; (72) de naam die eraan werd gegeven geeft trouwens aan waarvoor ze werden gebruikt. "Monilé", het gewone woord voor halsketting kan geen andere betekenis hebben gehad dan "geheugensteun". Wat in eerste instantie ook de bedoeling mag zijn geweest voor het invoeren van zulke "rozenkransen" of "geheugensteunen", die idee ervan is en blijft puur heidens. (73)

De opvatting ervan is dat een zeker aantal gebeden geregeld moeten worden herhaald; het beroep dat God doet op het hart wordt erdoor verdrongen en zij die er gebruik van maken sussen zich met de gedachte dat de vorm en de routine het voornaamste zijn en dat "zij wel verhoord moeten worden voor hun veelheid van woorden." Een nieuwe soort devotie, waarbij de kralen een belangrijke rol spelen, is onlangs in ruime mate in de Kerk van Rome een plaatsje komen opeisen, waardoor tevens wordt aangetoond dat het pausdom nog dagelijks nieuwe stappen zet in de richting van het oude Babylonische heidendom. Datgene waarnaar ik verwijs is de Rozenkrans van het Heilig Hart."

Het is nog niet zolang geleden dat de aanbidding van het "Heilig Hart" voor het eerst werd ingevoerd; toch is het nu overal de favoriete aanbidding. Zo was het echter ook in het oude Babylon, zoals duidelijk blijkt uit het Babylonische systeem in zijn Egyptische vorm. Ook daar vereerde men een "Heilig Hart". Het "Hart" was één van de heilige symbolen van Osiris toen hij opnieuw werd geboren en als Harpocrates verscheen, of als goddelijk kind (74) was geboren in de armen van zijn moeder Isis. Vandaar dat de vrucht van de Egyptische Persea in't bijzonder heilig was voor hem, vanwege de gelijkenis met het "MENSELIJKE HART." (75) Het goddelijke kind werd dan ook dikwijls afgebeeld met een hart, of de hart-achtige vrucht van Persea in één van zijn handen. (76) (fig.40)

De afbeelding is afkomstig van Pompeiï; maar het volgende uittreksel van de kritiek van John Bell op de antieke voorwerpen in de beeldengalerij te Florence laat ons zien dat het goddelijke kind elders op dezelfde wijze werd afgebeeld. Als hij het heeft over een beeld van Cupido dan zegt hij dat het "een mooie, mollige, volmaakte, gelukkige en speelse jongen is, en dat hij een hart achter zich heen en weer beweegt." (77) Aldus werd de kind-god beschouwd als de "god van het hart", met andere woorden, als Cupido of de god van de liefde. Om dit goddelijke kind te vereenzelvigen met zijn vader "de machtige jager", werd hij toegerust met "boog en pijlen"; in handen van de dichters werd dit sportieve kind-god, tot vermaak van het goddeloze volk, bezongen als iemand die het met zijn goudpuntige pijlen gemunt had op het hart van de mensen. Zijn ware identiteit was, zoals blijkt uit het bovenstaande en andere redenen die we reeds hebben gezien, meer verheven en van een heel andere aard. Hij was het zaad van de vrouw. Vandaar trouwens dat Venus en haar zoon Cupido niemand minder waren dan de Madonna en het Kind. (78) Als wij de feiten in dit licht beschouwen dan zal ons de ware kracht en betekenis bereiken van de woorden van Vergilius die hij in de mond van Venus legt, wanneer deze zich richt tot de jeugdige Cupido: -

"Lief kind, geen ander
dan gij alleen verleent mij kracht en invloed,
geen ander durft de bliksemschicht negeren
waarmede Jupiter zelfs de Gigant trof;
tot u neem ik mijn toevlucht en ik smeek u
dat gij uw macht tot mijn verweer wilt maken." (79)

Het kan de lezer niet ontgaan, dat wanneer de Zoon "de KRACHT' van zijn moeder wordt genoemd, dit nauwkeurig het feit beklemtoont dat, zoals we reeds hebben gezien, de macht en de eer van de Godin-Moeder volledig gefundeerd was op het goddelijke karakter van haar zoon. Wanneer de kind-god, wiens symbool het hart was, werd erkend als de god van de kinderjaren, dan pleit dit overtuigend voor één van de specifieke gebruiken van de Romeinen. Kennett maakt ons in zijn 'Antiquities' bekend, dat de Romeinse jongeren, in hun prille jeugd, naar 't gebruik een gouden halsketting droegen, bulla genaamd, die hol was en de vorm had van een hart. (80) Terwijl Barker, in zijn werk over Cilicië, erkent dat de Romeinse bulla hartvormig was, (81) vermeldt hij verder, dat "het gebruikelijk was om een kind bij de geboorte te noemen naar een goddelijk personage, dat het naar men meende onder zijn bescherming nam"; hij voegt er echter aan toe dat de "naam niet werd behouden wanneer de kinderjaren voorbij waren en de bulla niet meer werd gedragen". (82) Wie was die god onder wiens bescherming de Romeinse kinderen werden geplaatst? Was het niet de god van wie zij het kenmerkende symbool droegen onder een of andere van zijn vele namen en die, terwijl hij werd erkend als de grote en machtige god van de oorlog, ook zelf werd afgebeeld in zijn geliefde vorm als een klein kind?

De verering van het "Heilig Hart" blijkt ook te zijn doorgedrongen tot in Indië. De bemiddelende god Visjnoe wordt hier in één van zijn gedaanten, met het teken van een voetwonde (83) waaraan hij is gestorven en waarvoor jaarlijks wordt geweeklaagd, afgebeeld met een hart dat hij om de hals draagt en dat hem tot op de borst hangt. (fig.41) (84).

Hoe kwam het dat het "Hart" het erkende symbool werd van het Kind van de grote Moeder? Het antwoord luidt: "Het Hart" is in het Chaldeeuws "Bel"; aangezien nu, tijdens de periode die onmiddellijk volgde op de slag die aan de afgoderij was toegebracht, praktisch alle belangrijke elementen van het Chaldeeuwse systeem in het geheim werden doorgegeven, bleven deze ook door een sluier onttrokken aan het nieuwsgierige oog van de oningewijde, zelfs lang nadat de eerste vrees overwonnen was. Welnu, de aanbidding van het "Heilig Hart" was, in symbolische vorm, niets minder dan de aanbidding van de "Heilige Bel", die machtige van Babylon, die als martelaar voor de afgoderij was gestorven; Harpocrates of Horus, het goddelijke kind, werd trouwens beschouwd als de wedergeboren Bel. (85) Dat dit inderdaad het geval was, blijkt uit het volgende uittreksel van Taylor over één van zijn bemerkingen bij zijn vertaling van de Orfische Hymnen. Hij zegt:

"Terwijl Bacchus zichzelf met bewondering in een spiegel aan 't bekijken was, werd hij armzalig aan stukken gescheurd door de Titanen die, met deze wreedheid nog niet tevreden, zijn lichaamsdelen eerst in water kookten en ze daarna in het vuur roosterden; maar toen zij zijn vlees, dat aldus was bereid, aan het eten waren, smeet Jupiter, geprikkeld door de damp en getroffen door de wreedheid van de daad, zijn donder naar de Titanen en vertrouwde de lichaamsdelen toe aan Apollo, de broer van Bacchus, opdat zij met waardigheid zouden begraven worden. Na deze gebeurtenissen ging Dionysius (dat wil zeggen, Bacchus), (wiens hart, tijdens zijn verscheuring door Minerva werd weggerukt en behoed), na een nieuwe REGENERATIE, zich wederom vertonen en, hersteld in zijn vroegere leven en onkreukbaarheid, ging hij zijn plaats onder de goden opnieuw innemen". (86)

Dit toont op een treffende wijze het heilige karakter van het hart van Bacchus aan; tevens onderschrijft dit de betekenis die ik aan de regeneratie van zijn hart heb gehecht, namelijk het verband met de nieuwe geboorte of nieuwe incarnatie van Nimrod of Bel. Toen Bel echter als een kind opnieuw werd geboren, zoals we reeds hebben gezien, werd hij als een incarnatie van de zon voorgesteld. Om nu zijn relatie met de vurige en brandende zon weer te geven, werd het "heilige hart" gewoonlijk afgebeeld als een "hart van vlammen". (87)

Zo wordt ook het "Heilige Hart" van Rome gewoonlijk aanbeden als een vlammend hart, zoals te zien is aan de rozenkransen die gewijd zijn aan die aanbidding. Waartoe dient het dan dat het "Heilig Hart", dat Rome aanbidt, bij de naam "Jezus" wordt genoemd, terwijl de devotie niet enkel wordt geschonken aan een tastbaar beeld dat ontleend is aan de aanbidding van de Babylonische Antichrist, terwijl zelfs de attributen die aan "Jezus" worden toegeschreven, niets gemeen hebben met de levende en liefhebbende Zaligmaker, maar de heidense kenmerken blijken te zijn van de oude Moloch of Bel?

Voetnoten

[68] HUMBOLDT, deel II, p.20.

[69] Vaivashi Puran, KENNEDY, p.332.

[70] China, deel I, p.391.

[71] Zie de houtsnede, fig.8, p.29.

[72] "Dat longa monilia collo." (OVIDUS, Metam., boek X, h.II, p.498).

[73] "Rosary" (rozenkrans) schijnt afkomstig te zijn van de Chaldese woorden "Ro", "gedachten", en "Shareh", "leiden".

[74] De naam Harpocrates, zoals wordt aangetoond door Bunsen, betekent "Horus, het kind".

[75] PLUTARCHUS, De Iside, deel II, p.378, C.

[76] Pompeii, deel II, p.I77.

[77] JOHN BELL, Italy, p.269. Edinburgh, 1825.

[78] De volgende regels uit Ovidus zullen aantonen dat hij Venus en Cupido gelijk stelde met de Babylonische "Moeder en Kind": Terribilem quondam fugiens Typhona Dione Tunc cum pro coelo Jupiter arma tulit, Venit ad Euphraten, comitata Cupidine parvo, Inque Palestinae margine sedit aquae. Fasti, boek II, 461-464, deel III, p.113.

[79] AEneid, boek I, 937-940. De vertaling van DRYDEN, deel II, p.335; in het origineel pp.668-670.

[80] Pp.300, 301.

[81] Lares and Penates of Cicilia, p.147.

[82] Idem, p.166.

[83] Zie ante, met betrekking tot de door van Crishna, een van de vormen van Vishnu, p.61.

[84] Uit MOOR, Pantheon, plaat 11, fig.6.

[85] Zie ante, p.69.

[86] TAYLOR, Mystic Hymns of Orpheus. De noot op p.88.

[87] Zie fig.4 op p.17, met het vlammende hart in een van de handen.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden