De Twee Babylons

Alexander Hislop


Hoofdstuk II
Voorwerpen van Aanbidding

Deel II
Het origineel van het kind

Onderafdeling II
Het kind in Egypte



Wanneer we naar Egypte keren dan vinden we ook daar merkwaardige bewijzen voor hetzelfde onderwerp. Zoals we reeds hebben gezien, zegt Justinus dat "Ninus alle natiŽn onderwierp, tot aan LibiŽ, en dientengevolge ook Egypte. De verklaring van Diodorus Siculus dient hetzelfde doel: volgens hem is Egypte ťťn van de gewesten die Ninus aan zich onderwierp. (114) Volledig in overeenstemming met deze geschiedkundige verklaringen, vinden we dat de naam van de derde persoon van de primitieve drieŽenheid van Egypte Khons was. Maar het Egyptische Khons komt van een woord dat "jagen" betekent. (115) Vandaar dat de naam van Khons, de zoon van Maut, de godin-moeder, die dusdanig werd aanbeden dat zij met Rhea, de grote godin-moeder van de ChaldeeŽn, (116) wordt vereenzelvigd, eigenlijk "de jager" betekent of god van de jacht.

Als Khons in dezelfde verhouding staat tot de Egyptische Maut, zoals Ninus tot Rhea, hoe identificeert deze titel van "de Jager" de Egyptische god dan niet met Nimrod? Welnu, wanneer die naam Khons wordt geconfronteerd met de Romeinse mythologie, dan zet hij niet alleen de betekenis van een naam uit het Pantheon aldaar uiteen, die tot hiertoe een grote behoefte had aan een verduidelijking, maar wanneer die naam wordt verklaard, dan werpt deze op zijn beurt licht op de Egyptische godheid om aldus de conclusie te verstevigen waartoe we reeds waren gekomen.

De naam waarnaar ik verwijs is de naam van de Latijnse god Consus, die in ťťn opzicht werd geÔdentificeerd met Neptunus, (117) maar die tevens aangezien werd als "de god van de verborgen raadgevingen" of "de onthuller van geheimen", en die beschouwd werd als de patroon van de rijkunst en die naar men beweerde het paard had voortgebracht. (118) Wie kon de "god van de verborgen raadgevingen" of de "onthuller van geheimen" anders zijn dan Saturnus, de god van de "mysteries" en wiens naam zoals gebruikt in Rome "de Verborgene" betekende? (119) De vader van Khons of Khonso (zoals hij ook werd genoemd), namelijk Amoun, was zoals door Plutarchus wordt verteld, bekend als de "Verborgen god" (120); en aangezien vader en zoon in dezelfde drieŽenheid gewoonlijk een overeenkomst van karakter vertonen toont dit aan dat Khons eveneens bekend moet zijn geweest onder hetzelfde karakter van Saturnus, de "Verborgene".

Indien de Latijnse Consus aldus nauwkeurig overeenkomt met de Egyptische Khons, als de god van "mysteries" of "verborgen raadgevingen", kan er dan enige twijfel over bestaan dat Khons, de Jager, eveneens overeenkomt met dezelfde Romeinse godheid als de veronderstelde voortbrenger van het paard? Aan wie anders zou men het vaderschap van het paard kunnen toeschrijven dan aan de grote jager van Babel, die het ongetwijfeld opnam onder de benodigdheden van de jacht en die aldus buitengewoon werd geholpen bij zijn conflicten met de wilde dieren van het woud? Dat de lezer zich in verband hiermee het fabelachtige wezen in gedachten brenge, namelijk de Centaur, half-mens half-paard, die zo'n belangrijke plaats in de mythologie van Griekenland inneemt.

Zoals algemeen wordt toegegeven was het doel van dit denkbeeldig schepsel, de man te herdenken die als eerste de rijkunst introduceerde. (121) Maar dat schepsel was niet de vrucht van de Griekse verbeelding. Hier, zoals in vele andere zaken, hebben de Grieken enkel geput uit een oudere bron. Men vindt de Centaur op muntstukken die in Babylon geslagen werden, hetgeen aantoont dat het idee oorspronkelijk uit die richting kwam. (Fig.16) (122)

De Centaur komt voor in de Zodiak ((Fig.17)) (123) die teruggaat tot een zeer vroege periode, en die zijn oorsprong had in Babylon. De Centaur werd voorgesteld in de tempel van Babylon, (124) zoals ons uitdrukkelijk door de Babylonische geschiedschrijver Berosus wordt verzekerd, en zijn taal schijnt erop te wijzen dat dit ook zo is geweest in de primitieve tijden.

De Grieken zelf erkennen deze ouderdom en oorsprong van de Centaur; want alhoewel Ixion over het algemeen werd voorgesteld als de vader van de Centauren, gaven zij ook toe dat de primitieve Centaurus dezelfde was als Kronos of Saturnus, de vader van de goden. (125) Maar we hebben gezien dat Kronos de eerste koning van Babylon was of Nimrod; dientengevolge droeg de eerste Centaur dezelfde titel. Welnu, de manier waarop de Centaur op de Babylonische munten en in de Zodiak werd afgebeeld is in dit verband zeer treffend. De Centaur was dezelfde als het teken van Sagittarius of "de boogschutter". (126) Indien de grondlegger van Babylons roem "de machtige jager" was, wiens naam zelfs in de dagen van Mozes een spreuk was - (Gen.10:9: "Daarom zegt men wel: 'zoals Nimrod, een geweldige jager gekant tegen Jehova'.") - indien we de "Boogschutter" met zijn boog en pijl vinden onder het symbool van de opperste Babylonische godheid, (127) en indien die "Boogschutter" een plaats had onder de tekens van de Zodiak die in Babylon het licht zag, dan denk ik dat we gerust de conclusie mogen trekken dat deze Boogschutter, hetzij Menspaard op Paardmens, oorspronkelijk naar hem verwees en terzelfder tijd tot doel had de gedachtenis te vereeuwigen van zijn faam als jager en zijn vaardigheid als ruiter.

Welnu, indien we aldus de Egyptische Khons, de "Jager" vergelijken met de Latijnse Consus, de god van de paardenrennen, die het "paard voorbracht," en de Centaur van Babylon aan wie de eer werd toegekend van de grondlegger te zijn van de rijkunst, terwijl we zien dat alle lijnen samenkomen in Babylon, dan denk ik dat het zeer duidelijk is vanwaar de primitieve Egyptische god Khons werd afgeleid.

Khons, de zoon van de grote godin-moeder, schijnt in 't algemeen te zijn afgebeeld als een volwassen god. (128) De Babylonische godheid werd in Egypte dikwijls op precies dezelfde wijze voorgesteld als in zijn geboorteland - als een kind in de armen van zijn moeder. (129) Dit was de manier waarop Osiris "de zoon en echtgenoot van zijn moeder" dikwijls werd afgebeeld, en datgene wat we van deze god leren, net zoals in het geval van Khonso, toont aan dat hij van oorsprong niemand minder was dan Nimrod. Het is toegegeven dat het geheime systeem van de Vrijmetselarij oorspronkelijk was gegrondvest op de mysteries van de Egyptische Isis, de godin-moeder of de vrouw van Osiris. Maar, wat zou hebben kunnen leiden tot de relatie van de Vrijmetselaars met deze mysteries, ware het niet dat zij een speciale verhouding hadden met architectuur en dat de god die men bij hen aanbad gevierd werd om zijn succes op het gebied van de bouwkunst van vestingen en gebouwen? Ofwel, indien dit het geval was en indien wij de onderlinge relatie tussen Egypte en Babylon beschouwen, zoals we reeds hebben gedaan, naar wie zou men dan vanzelfsprekend in dit land opzien als de grote baas van de metselaarskunst?

Er zijn ernstige verdenkingen om te geloven dat Nimrod die man moet zijn geweest. Hij was de eerste die op dit terrein roem verwierf. Als het kind van de Babylonische godin-moeder werd hij, zoals we hebben gezien, aanbeden onder het karakter van Ala mahozim "de god der vestingen". Op gelijke wijze werd Osiris, het kind van de Egyptische Madonna, vereerd als "de machtige chef van de bouwwerken". (130) Deze machtige leider van de bouwwerken werd oorspronkelijk in Egypte onder alle fysieke kenmerken van Nimrod aanbeden. Ik heb reeds het feit aangehaald dat Nimrod, als de zoon van Cush, een neger was. Welnu, in Egypte bestond er een overlevering, opgetekend door Plutarchus, volgens dewelke werd gesteld dat "Osiris zwart was" (131), hetgeen in een land waar de normale huidskleur bruin was, op iets buitengewoons moet hebben gewezen. Plutarchus vertelt ons ook dat Horus, de zoon van Osiris "een lichte teint bezat", (132) en meestal werd Osiris op deze wijze afgebeeld. Maar we hebben onweerlegbare bewijzen dat Osiris, de zoon en echtgenoot van de grote godin-koningin van Egypte, ook als een neger werd voorgesteld. Bij Wilkinson kunnen we een afbeelding van hem terugvinden (Fig.18) (133) met de onmiskenbare kenmerken van een rasechte Kuschiet of neger.

Bunsen beweert dat het simpelweg een toevallige invoering is vanuit de een of andere barbaarse stam; maar de kledij waarmee deze neger-god is uitgedorst duidt op een andere herkomst. Deze kledij brengt hem rechtstreeks in verband met Nimrod. Deze Osiris met de kenmerken van een neger is van kop tot teen gekleed met een gevlekt kledingstuk, waarbij het boven deel een luipaardhuid is en het onderdeel ook gevlekt is om een harmonieus geheel te verkrijgen. Welnu, de naam Nimrod (134) betekent "de onderwerper van de luipaard". Deze naam schijnt in te houden dat toen Nimrod roem had verworven door het paard aan zich te onderwerpen en het alzo bruikbaar te hebben gemaakt voor de jacht, zijn faam als jager er voornamelijk in bestond dat hij het middel vond om het luipaard voor hem dienstig te maken in de jacht op andere wilde dieren.

Een speciale soort van tamme luipaard wordt vandaag in IndiŽ bij de jacht gebruikt; en van Bagajet I, de Mongoolse keizer van IndiŽ wordt verteld dat hij in zijn jachtgebied niet alleen honden van verschillende rassen had, maar ook luipaarden wier "halsbanden bezet waren met edelstenen". (135) Bij de woorden van de profeet Habakuk hfst.1:8 "sneller dan luipaarden", maakt Kitto de volgende opmerkingen: "De snelheid van het luipaard is spreekwoordelijk in alle streken waar het wordt aangetroffen. Deze eigenschap samen met nog andere, heeft de volkeren van het Oosten op het idee gebracht het geduldig te trainen tot het bruikbaar zou worden voor de jacht. ... Vandaag is het een zeldzaamheid dat luipaarden in het westelijke deel van AziŽ worden gehouden voor de jacht, tenzij door koningen en regeerders; maar zij komen meer voor in de oostelijke delen van AziŽ.

Orosius vertelt dat er een door de koning van Portugal naar de paus werd gezonden, die verbaasd was over de manier waarop het overviel en het gemak waarmee het herten en everzwijnen doodde. Le Bruyn heeft het over een luipaard dat gehouden werd door de pasja die regeerde over Gaza en de andere gebieden van de oude Filistijnen, en dat hij dikwijls gebruikte bij zijn jacht op jakhalzen. Maar het is in IndiŽ dat de cheetah of jachtluipaard het meest wordt gebruikt en gezien wordt in de perfectie van zijn macht." (136) Dit gebruik van het temmen van het luipaard en het ten dienste stellen van de mens naar zijn goeddunken, is terug te voeren tot de vroegste tijden van de primitieve oudheid. In de werken van Sir William Jones vinden we in een aanhaling uit de Perzische legenden dat Hoshang, de vader van Tahmurs die Babylon bouwde, de eerste was "die honden en luipaarden kweekte voor de jacht". (137)

Aangezien Tahmurs, die Babylon bouwde, niemand anders kan geweest zijn dan Nimrod, schrijft deze legende enkel datgene aan zijn vader toe wat aan hem toebehoorde door wat hij had gedaan, zoals zijn naam onthult. Welnu, indien de klassieke god met de leeuwehuid, daardoor herkend wordt als Hercules, de overwinnaar van de leeuw van Nemea, dan kan dienovereenkomstig de god met de luipaardehuid normaal worden aangeduid als Nimrod, de "luipaardonderwerper". Dat deze luipaardehuid geen occasionele kledij was, toebehorend aan de Egyptische god, tonen ons de duidelijkste bewijzen. Wilkinson vertelt ons dat bij elke belangrijke gelegenheid waarbij de Egyptische hogepriester de leiding nam, het ondenkbaar was dat hij dit zou doen zonder de luipaardehuid te dragen. (Fig.19) (138)

Daar het een universeel beginsel is bij elke afgoderij dat de hogepriester de onderscheidingstekenen draagt van de god die hij dient, toont dit de belangrijkheid aan van de gevlekte huid en wel dat ze het symbool was van de god zelf. De gewone manier waarop de favoriete Egyptische godheid Osiris mystisch werd voorgesteld was als een jonge stier of kalf - het kalf Apis - waarvan de IsraŽlieten hun gouden kalf hebben afgeleid. Het was niet zonder reden dat het kalf niet in het openbaar verscheen met de symbolen van de god in het karakter van Saturnus "de verborgene", waarbij Apis slechts een andere naam was voor Saturnus. (139) De koe van Athor echter, de vrouwelijke godheid die overeenkomt met Apis, is wel bekend als een "gevlekte koe" (140) en het is merkwaardig dat de DruÔden van BrittanniŽ eveneens een "gevlekte koe" aanbaden. (141) Alhoewel het echter zeldzaam is een voorbeeld van een vergoddelijkt kalf of jonge stier met vlekken terug te vinden, bestaan er toch nog bewijzen dat het soms op deze wijze werd afgebeeld. De hier bijgevoegde afbeelding (Fig.20) geeft ons die godheid weer zoals ze door Kol. Hamilton Smith werd gekopieerd "van de originele verzameling die werd gemaakt door de kunstenaars van het Franse Instituut van CaÔro". (142)

Indien we zien dat Osiris, de grote god van Egypte, onder verschillende vormen op deze manier gehuld was in de huid van een luipaard of in een gevlekt kleed, en dat de luipaardehuid een onontbeerlijk kledingstuk was onder de heilige gewaden van de hogepriester, dan kunnen we er zeker van zijn dat er een diepe betekenis lag in zo'n gebruik. En wat kon dit betekenis anders zijn dan Osiris te identificeren als de Babylonische god die werd vereerd als de "luipaarden-temmer" en die evenals hij werd aanbeden als Ninus, het kind in de armen van zijn moeder?

Voetnoten

[114] Zie BRYANT, deel II, p.377.

[115] BUNSEN, deel I, p.392, en Vocabulary, p.488. Het Koptische woord voor "jagen" is KwvC, waarbij de C als een S wordt uitgesproken.

[116] De eervolle afbeelding van Maut was met de kop van een aasgier. Nu is een van de betekenissen van Rhea dan ook die van een aasgier. Voor de mystieke betekenis van deze naam, zie de Appendix onder noot C.

[117] Hoe Nimrod geleidelijk gezien ging worden als de god van de zee, zal later duidelijk worden. Zie Hoofdstuk IV, sectie I.

[118] Fuss, Roman Antiquities, h.IV, p.347.

[119] De betekenis die de Romeinen aan de naam van Saturnus toekenden blijkt uit het verslag dat zij uitbrachten over de oorsprong van de naam van Latium. Deze werd gegeven, zo zeiden ze, omdat "Saturnus veilig verborgen was geweest in zijn kusten". VIRGILIUS, AEneid, boek VIII. Zie ook OVIDUS, Fasti, boek I.

[120] PLUTARCHUS, De Iside et Osiride, deel II, p.354.

[121] Ter illustratie van dit beginsel dat leidde tot de vorming van dit beeld van de Centaur, kan de volgende passage worden gegeven uit PRESCOT, Mexico, deel I, p.259, waaruit de emoties blijken van de Mexicanen toen zij voor het eerst een man te paard zagen: "Hij (Cortez) gaf zijn mannen (de cavalerie) het bevel om hun lansen te richten op het gezicht van hun tegenstanders, die verbijsterd door de monsterachtige spookverschijningen in een wilde paniek raakten, want zij veronderstelden dat de ruiter en het paard, die zij nog nooit eerder hadden gezien, ťťn geheel vormde."

[122] Zie Nineveh and Babylon, p.250, en BRYANT, deel III, plaat, p.245.

[123] Nineveh and its Remains, deel II, p.440, noot. De naam die daar gegeven wordt is Sagittarius. Zie de noot hieronder.

[124] BEROSUS apud BUNSEN, p.708.

[125] Scholiasten in Lycophron, v.1200, apud BRYANT, deel III, p.315. De scholiasten zeggen dat Chiron de zoon was van "Centaurus, die is Kronos". Indien iemand tegenwerpt dat, evenals Chiron geleefd moet hebben ten tijde van de Trojaanse oorlog, dit aantoont dat zijn vader Kronos niet de vader van god en mensen geweest kan zijn, dan zegt Xenophon hierop "dat Kronos de broer was van Jupiter" (De Venatione, p.973).

[126] Zie de munten die reeds besproken zijn; tevens de figuur in de Zodiac. Zie ook Manilius, I, 270, waar hij Sagittarius beschrijft als "mixtus equo". Daarom, zo zegt Smith, in zijn Classical Dictionary, dat Sagittarius "regelmatig Centaurus genoemd' wordt.

[127] LAYARD, Nineveh and its Remains, deel II, p.448. Voor de betekenis van de naam Centaurus, zie de Appendix onder noot E.

[128] Zie WILKINSON, deel VI, plaat 20.

[129] Een van de symbolen waarmee Khonso werd afgebeeld, toont aan dat zelfs hij gelijk werd gesteld met de kind-god, "want", zegt Wilkinson, "aan de zijkant van zijn hoofd hing een gevlochten haarlok van Harpocrates, ofwel de jeugd. Deel V, p.19.

[Fig.17] Bovenstaand is de Hindoestaanse Sagittarius, zoals die in de Indiase Dierenriem wordt gevonden, en waarvan door sir William Jones is aangetoond dat het in wezen in dezelfde vorm wordt teruggevonden in de Zodiac van de Grieken. Zie Asiatic Researches, deel II, p.303.

[130] BUNSEN, deel I, p.425.

[131] PLUTARCHUS, De Isid. et Os., deel II, p.359.

[132] Idem.

[133] WILKINSON, deel VI, plaat 33.

[134] "Nimr-rod"; van Nimr, "een luipaard", en rada of rad, "onderwerpen". Zodra twee medeklinkers samenkomen, zoals twee maal de r in Nimr-rod, is het vaste regel in het Hebreeuws dat ťťn van beide vervalt. De naam Nimrod wordt over het algemeen afgeleid van Mered, "rebelleren", maar de moeilijkheid met betrekking tot deze afleiding was altijd dat het de naam van Nimrod in een passieve betekenis trok, dus in plaats van "rebelleren", "degene tegen wie gerebelleerd werd". Er bestaat geen twijfel over dat Nimrod een rebel is geweest, en dat zijn rebellie bezongen wordt in de klassieke mythen; in deze context was zijn naam echter niet Nimrod, maar Merodach, of, bij de Romeinen, Mars, "de rebel", of bij de Oscanen in ItaliŽ, Mamers (SMITH, sub voce) "de aanstichter van rebellie". Dat de Romeinse Mars in werkelijkheid een Babylonische god is geweest, blijkt uit het feit dat de naam aan een godin werd gegeven, die soms ook erkend werd als zijn "zuster" en soms als zijn "vrouw", ofwel Bellona (zie Idem. sub voce), die in het Chaldees de betekenis heeft van "de weeklager over Bel" (van Bel en Onah, weeklagen). De Egyptische Isis, de zuster en vrouw van Osiris, wordt op eenzelfde wijze afgebeeld, zoals we hebben gezien, als "weeklagende om haar broer Osiris". (BUNSEN, deel I, p.419, noot).

[135] WILKINSON, deel III, p.17.

[136] KITTO, Illustrated Commentary, deel IV, pp. 271,272.

[137] Works, deel XII, p.4OO.

[138] WILKINSON, deel IV, pp. 341,353.

[139] De naam van Apis in Egypte is Hepi of Hapi, wat kennelijk is afgeleid van het Chaldese "Hap", "bedekken". In het Egyptisch betekent Hap "verbergen". (BUNSEN, deel I, Vocab., p.462).

[140] WILKINSON, deel IV, p.387, en deel VI, plaat 36.

[141] DAVIES, Druids, p.121.

[142] Biblical Cycloepedia, deel I, p.368. De zweep - het kenmerk van de grote Egyptische god - die is verbonden met de nek van het kalf, toont aan dat dit kalf deze god in zijn verschillende vormen voorstelt.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden