Het Avondmaal



11. Exodus en Openbaring

Openbaring zegt ons een en ander over de tijden, die het Koninkrijk vooraf gaan. Als de vervulling van het Pascha in die tijden plaats grijpt, zullen wij hier dan geen overeenkomst vinden met de verlossing uit Egypte in het verleden? Laat ons eens zien.

Op. 5:9 "En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed. En gij maakt hen uit alle geslacht en taal en volk en natie, tot koningen en tot priesters voor onze God; en zij zullen over de aarde heersen." (1)

(1) Alleen IsraŽl is een "Koninklijk priesterdom" (1 Petr. 2:9). Zie hiervoor Ex. 19:6, dat men moet lezen "koninkrijk van priesters", en Jes. 61:6 "'s Heren priesters". Van de volken wordt nooit gezegd, dat ze "priesters" zijn.

Op. 5:12 . "Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging".

Wij lezen hier van het Lam, het bloed, de verlossing van IsraŽl en de verheerlijking van het Lam. Er wordt ook gesproken van een "nieuw lied". Waar vinden wij het overeenstemmende "oude lied"? Wel juist in Ex. 15 bij de verlossing uit Egypte. En van het nieuw lied spraken ook b.v. de Psalmen, in verband met de komst des Heren. Zie b.v.:

  • Ps. 96 die in verband staat met de komst des Heren en het gericht (v. 13).
  • In Ps. 97 regeert de Here.
  • Ps. 98 ook weer in verband met de komst en het gericht (v. 9).
  • In Ps. 99 regeert de Here.
  • Ps. 149 in verband met de Koning, het Volk en het gericht.
  • Jes. 42:10 in verband met de Knecht des Heren en het gericht.
  • Jes. 44:23 volgt dan met de verlossing van Jakob.

Men leze in dit verband ook Jes. 11. Eerst een blik op de verloste aarde en dan in verzen 11, 12:

"Want het zal geschieden te dien dage, dat de Here ten ANDEREN MALE Zijn hand aanleggen zal om WEDER te verwerven het overblijfsel Zijns Volks, hetwelk overgebleven zal zijn van AssyriŽ, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden der zee: en Hij zal de verdrevenen van IsraŽl verzamelen en de verstrooiden uit Juda. vergaderen, van de vier einden van het aardrijk".

En vers 16:

"En er zal een gebaande weg zijn voor het overblijfsel Zijns volks, dat overgebleven zal zijn, van Assur, gelijk als IsraŽl geschiedde ten dage, toen het UIT EGYPTELAND optoog".

Verder lette men op de algemene overeenkomst tussen de plagen van Egypte en die van Openbaring.

Water-bloed Ex. 7 Op. 8:8; 16:3, 4
Vorschen Ex. 8 Op. 16:13
Zweren Ex. 9 Op. 16:2, 11
Hagel Ex. 9 Op. 8:7
Sprinkhanen Ex. 10 Op. 9:3
Duisternis Ex. 10 Op. 6:12; 8:12


De oordelen van Openbaring zijn de vervulling van de profetie van Ex. 34:10. In Op. 18:11 vinden wij dan de roep "Gaat uit van haar, Mijn Volk". Dan zal IsraŽl gevolg geven aan die uitnodiging, zij zullen in het doorstoken Lam geloven. Terwijl in Jes. 2:2 IsraŽl als "ondertrouwd" voorgesteld wordt bij de uittocht uit Egypte, is het in Op. 19:7 de bruiloft des Lams en Zijn Vrouw (het overblijfsel van IsraŽl) heeft zich bereid.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden