De Heilige Schriften

III. Overzicht van de structuren van "De Profeten"



De tweede grote groep van de Hebr. Schriften is die van de Profeten. Onder Profeten versta men niet uitsluitend of allereerst voorzeggers van de toekomst. Het zijn veeleer mannen, die inleven in Gods raad, daarvan spreken en getuigen. Het zijn sprekers voor God. In zoverre Gods raad ook de toekomst betreft, was het hun vergund op enger of wijder gezichtsveld daar een blik in te mogen slaan.

Heel IsraŽls geschiedenis in het Land wordt beheerst door de opeenvolgende profeten, die de Here moest zenden, wijl het volk zijn roeping onder de priesters en koningen miste. In dat opzicht verschilt IsraŽls historie geheel van die van andere volken. Geen enkel ander volk heeft geschriften, welker inhoud de toekomst beheerst.

Van IsraŽls profetie is slechts een klein deel vervuld. Het meeste moet nog vervuld worden. Van een "geestelijke" vervulling weet de Schrift zonder de letterlijke, niets. Alles is reŽel.

De "Profeten" omvatten 8 boeken. Ze worden in tweeŽn gedeeld, de Vorige en de Latere Profeten. De Vorige zijn" Jozua, Richteren, Samuel en Koningen, de Latere: Jesaja, Jeremia, EzechiŽl en de 12 Kleine Profeten. De eerste 4 laten vooral IsraŽls feilen en falen zien, de latere staan, wat hun heden betreft, ook in net falen, maar voorzeggen een schone toekomst voor IsraŽl.

Dat de canonieke volgorde, d.i. de volgorde, die in onze Bijbels staat en ook die van de Hebr. Bijbels, niet de chronologische, d.i. tijdrekenkundige is, mogen we bekend veronderstellen.

Niet alle Profeten zijn gedateerd, niet alle even gemakkelijk tijdrekenkundig thuis te brengen. De gedateerde profeten zijn: Jesaja, Jeremia, EzechiŽl, DaniŽl, Hosea, Amos, Micha, Zefanja, HaggaÔ, Zacharia. De niet gedateerde zijn: JoŽl, Obadja, Jona, Nahum, Habakkuk en Maleachi. Tien zijn er dus gedateerd. zes ongedateerd. Van deze laatste kan uit de inhoud de datum opgemaakt of benaderd worden. Later meer over de tijd, waarin zij optraden. (Zie Reeks II).

Nu de structuur.

A1 Jozua. "De Here der ganse aarde". Het falen om het Land in bezit te nemen, 18:3. De Kanašnieten nog in het Land, 15:63.

B1 Richteren. Algeheel falen. 13 Richters. IsraŽl God verlatend en uit nood weer zoekend. "Geen koning", 21:25.

C1 SamuŽl: Saul type van de Antichristus. David type van Christus, IsraŽl wil als de andere volken zijn.

D1 Koningen: Neergang en falen onder de Koningen. Uit het Land.

D2 Jesaja. IsraŽls enige hoop, uiteindelijke zegening en herstel. De Messias Gods Koning. In het Land.

C2 Jeremia, Nebukadnezar type van de Antichristus. Davids rechtvaardige Spruit verwekt. De Bevrijder. IsraŽl in ballingschap onder de Volken.

B2 EzechiŽl. De heerlijkheid Gods verlaat Land en Volk en keert terug. "Heere is aldaar". Ez. 48:35.

A2 De Kleine Profeten. "De Heere der ganse aarde" herstelt IsraŽl in het Land. Geen Kanašniet meer in het Huis van de Here der heerscharen; Zach. 14:21.


Structuur van de Vorige Profeten:

A1 Jozua. IsraŽl ingaande in het Land. Jozua en de Priesters.

B1 Richteren. IsraŽls falen onder de Priesters.

A2 SamuŽl. IsraŽl in het Land. SamuŽl en de Koningen.

B2 Koningen. IsraŽls falen onder de Koningen.


Structuur van de Latere Profeten.

C1 Jesaja. Herstel van Davids troon door het priesterlijk werk van Messias. De twee stammen.

D1 Jeremia. Politieke neerwerping en verheidensing. Eindelijk herstel van Juda en EfraÔm in het Nieuwe Verbond.

D2 EzechiŽl. Godsdienstige neerwerping. De heerlijkheid vertrekt. Eindelijk herstel van het Ruis Juda en het Huis IsraŽl.

C2 De 12 Kleine Profeten. Herstel van Davids troon door het priesterlijk werk van Messias.De 10 stammen.


De korte samenvatting is: "Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid, want Hij heeft lust aan goedertierenheid". Micha 7:18. Zie ook vs. 19 en 20.



1. De Vorige Profeten.


JOZUA.
Jozua is een van de verspieders, die het volk vermaande in 's Heren kracht op te trekken. Zijn naam Hosea werd veranderd in Joshua, d.i. Redding van Jehovah. De Griekse vorm is Jezus, d.i. Johavah de Redder.

Onder Jozua ging IsraŽl het land binnen. De eerste intrede wordt evenwel een falen. IsraŽl verovert het Land niet ten volle. De Meerdere dan Jozua zal eenmaal IsraŽl het gehele land Kanašn geven. Dat zal van uit de hemel geschieden, daarom heet het 't hemelse vaderland. Dat is dus niet de hemel, maar het land vanuit de hemel bereid en gegeven.

In het eerste boek van deze reeks is sprake van een Jozua als leider en krijgsman, in het laatste (de 12 Kleine Profeten gelden voor ťťn Boek) is sprake van een Jozua de hogepriester (Zach. 6:13. Zie ook Op. 3:21).

Structuur.

A1 1:1-18 Jozua, zijn werk beginnend.

B1 2:1-7:26 De Jordaan. Daarmee verbonden gebeurtenissen.

C1 8:1-12:24 Het Land. Verovering.

C2 13:1-21:45 Het Land. Verovering.

B2 22:1-3'1 De Jordaan. Daarmee verbonden gebeurtenissen.

A2 23:1-24:28 Jozua, zijn werk beŽindigend.


RICHTEREN.
Als IsraŽl faalt onder de Priesters, verwekt God mannen om de zaken weer recht te zetten. Deze regeren het Volk bij ontstentenis van een koning. Zij leiden het onderworpen volksdeel terug tot gehoorzaamheid aan de ware Koning en brengen verlossing teweeg van de vijanden. Inmiddels wordt het gemis aan een zichtbaar vorst openbaar. "Er was geen koning in IsraŽl en ieder deed, wat recht was in zijn ogen ".

Structuur.

A1 C1 1:1-2:5 IsraŽl en de andere volken. Aanvallen.

   D1 2:6-8:35 Bestuur. Richters.

B1 9:1-57 Innerlijke wantoestanden.

A2        D2 10:1-16:31 Bestuur. Richters.

      C2 17:1-18:31 IsraŽl en de anderť volken. Aanvallen.

B2 19:1-21:25 Innerlijke wantoestanden.


SAMUEL.
In onze bijbels is Samuel in tweeŽn gedeeld. Dat was eenmaal niet zo. Het is geschied door de vertalers van de Septuagint, d.i. de Griekse vertaling van het O.T., waarschijnlijk om de lange rol, die men anders nodig had, te vermijden. Samuel is ťťn boek. In de Hebr. Bijbel was het waarschijnlijk onverdeeld tot 1516-17.

Samuel betekent: "Van God gevraagd". Het boek beschrijft de verwerping van Jehovah als Koning door IsraŽl en IsraŽls begeerte een volk te zijn als andere volken. In Saul krijgt het een koning, maar niet in Gods gunst. Dan komt de man, naar Gods hart, David, type van Christus, Die regeren zal over IsraŽl, nadat de Antichristus door het volk begeerd is, maar door God verworpen. (Joh. 5:43).

Structuur.

A1 1 Sam. 1:1-7:17 IsraŽl onder de Richters.

A2 1 Sam. 8:1-2 Sam 24:25 IsraŽl onder de koningen.

A2 nader ontleed:

A2 B1 1 Sam. 8:1-2 Sam. 1:27 Koning Saul.

      B2 2 Sam. 2:1-24:25 Koning David.

B2 nader ontleed:

B2 C1 2 Sam. 2:1.4:12 Het Koninkrijk gedeeld.

      C2 2 Sam. 5:1-24:25 Het Koninkrijk verenigd.


KONINGEN.
Ook Koningen was eenmaal ťťn boek. De vertalers van de Septuagint deelden het evenals Samuel in tweeŽn. De rallen werden anders te lang, daar het Grieks meer ruimte vraagt dan het Hebreeuws.

In Koningen zien we IsraŽl falen onder zijn koningen, evenals in Richteren onder zijn priesters. Indien daarom de vorige Profeten geen tegenhanger hadden in de Latere Profeten, zou IsraŽl en de aarde zander hoop zijn. De zegen der aarde komt immers door middel van IsraŽl. Zolang dit feilt is er wanorde. Zolang IsraŽl niet op zijn plaats is, kan er van de volle zegening der Volken geen sprake zijn.

In Koningen zien we IsraŽl ondergaan. De tijden der Heidenen vangen aan.

Structuur.

A1 1 K 1:1-12:15 Het verenigde Koninkrijk.

A2 1 K 12:16-2 K 25:30. Het gedeelde Koninkrijk.

A1 nader ontleed:

A1 B1 1 K 1:1-2:11 David.

      B2 1 K 2:12.11:43 Salomo.

      B3 1 K 12:1-15 Rehabeam.

A2 nader ontleed, laat 2 maal 8 groepen zien, 8 met IsraŽls historie, 8 met die van Juda. Kort overzicht:


IsraŽl
Juda
1. 1 K. 12:20 - 14:20 1 K. 14:21 - 15:24
2. 1 K. 15:25 - 22:40 1 K. 22:41 - 50
3. 1 K. 22:51 - 2 K 8:15 2 K. 8:16 - 9:29
4. 2 K. 9:30 - 10:36 2 K. 11:1 - 12:21
5. 2 K. 13:1 - 25 2 K. 14:1 - 22
6. 2 K. 14:23 - 29 2 K. 15:1 - 7
7. 2 K. 15:8 - 31 2 K. 15:32 - 16:20
8. 2 K. 17:1 - 41 2 K. 18:1 - 24:20




Men lette op de 2 maal 8 paren groepen. Welk een merkwaardige systematische bouw. 't Is alles naar vaste orde, werk van Gods Geest.

Nu deze uitwerking:







2. De Latere Profeten.


De latere Profeten verschillen veelszins van de Vorige. Allermeest hierin, dat zij Gods trouw openbaren, Gods roeping en verkiezing zijn onberouwelijk. IsraŽl mag feilen en falen, de Here blijft Dezelfde. In de Vorige Profeten, zien we IsraŽl voortdurend falen. Ontaarding heerst allerwegen. Had het Rijk onder koning Salomo een korte glansperiode en was er enige tijd uitwendige rust, deze was niet duurzaam en slechts schaduw van de toekomende heerlijkheid. De ware rust is niet gekomen. In de Latere Profeten is IsraŽls toestand wel donker, maar toch gloort telkens weer IsraŽls nieuwe dageraad door. Echter onder een nieuw verbond.

Wie eenmaal mede door de structuur gezien heeft, dat de Vorige en Latere Profeten beide over IsraŽl handelen, over het verkoren aardse Volk, het Land Kanašn - het sieraad van alle landen - over het letterlijke politieke koninkrijk op aarde, kan de beloften verstaan, die de Here aan IsraŽl, het nationale volk, doet. De heerlijk lichtende profetieŽn zijn niet voor de "Kerk", maar voor hetzelfde volk, dat ons geschetst werd in de Vorige Profeten.


JESAJA.
Jesaja betekent: Redding van Jah, d.i. de afgekorte naam van Jehovah. Jesaja profeteert over Juda en Jeruzalem. Men neme dit steeds letterlijk op. Als de Geest deze namen noemt, waarom maken wij er dan wat anders van? Waarom de zegeningen voor de "Kerk" genomen, de vloeken aan de Jood gelaten? We kunnen daar thans niet dieper op ingaan, maar moeten er toch terloops op wijzen, dat deze wijze van Schriftverklaring niet alleen onlogisch is, maar ook de Schrift van z'n kracht berooft. Wij nemen Juda en Jeruzalem steeds letterlijk en zien, wat het geestelijke betreft, in IsraŽls geschiedenis voorbeelden ter lering, overeenkomstig l Cor.10.

Jesaja's profetie omvat niet alleen IsraŽl, maar ook de Volken en steden buiten Juda en Jeruzalem (Babel, Moab, Damaskus, Egypte). Wie Juda en Jeruzalem vergeestelijkt, moet het, wil hij consequent zijn, het deze namen ook doen. En als daarmee dan de "Wereld" aangeduid is, maakt hij 'Gods Woord geestelijk saai. Babel, Moab, Egypte, enz. betekent dan steeds de wereld. Dan deed de Geest overbodig werk en had veel beter ťťn woord kunnen gebruiken. Ziet men, dat het vergeestelijken leidt tot vervlakken der Schrift, ja het zich boven de Schrift stellen en het beter willen weten?

Jesaja's boek zelf is een eenheid. Er zijn geen twee "Jesaja's". Dit bewijst de structuur. Op de tijd van zijn optreden kunnen we hier niet ingaan.

Structuur.

1:1 Titel.

A1 1:2-5:30 Vermaningen, berispingen, profetie.

B1 6:1-13 Historie. De stem uit de tempel. De verstrooiing.

C1 7:1-12:6 Historie. Feiten en ProfetieŽn: (Achas).

D1 13:1-27:13 Lasten. Afgewisseld met IsraŽls zegeningen.

D2 28:1-35:10 Wee's. Afgewisseld met Jehovah's heerlijkheid.

C2 36:1-39:8 Historie. Feiten en profetieŽn (Hiskia).

B2 40:1-11 De stem uit de woestijn. De herzameling.

A2 40:12-66:24 Vermaningen, beloften, profetie.


JEREMIA.
Jeremia betekent: die Jehovah verheft. Hij was geplaatst over de volken en koninkrijken om uit te rukken en af te breken en te verderven en te verstoren, ook om te bouwen en te planten. 1:10 .Evenals Jesaja profeteert hij ook over IsraŽls vijanden. De rechtvaardige Spruit zal eenmaal in gerechtigheid regeeren en blijken Jehovah Zelf te zijn, 23:5,6.

Structuur.

A1 1:1-3. Inleiding.

B1 1:4.19. Jeremia's opdracht gegeven.

C1 2:1-20:18. ProfetieŽn over de Joden.

D1 21:1-35:19. Historie. Jojakim. (Niet chronologisch).

E 36:1-32. Baruchs zending tot Jojakim.

D2 37:1-45:5 Historie. Zedekia. (Niet chronologisch).

C2 46:1-51:64. ProfetieŽn over de Heidenen.

B2 51:64. Jeremia's opdracht geŽindigd.

A2 52:1-34. Slot.

Op de chronologische (tijdrekenkundige) volgorde van Jeremia's profetieŽn kunnen we hier niet ingaan. Evenals gewone schrijvers de stof mogen groeperen, naar hun inzicht, mogen dat de gewijde schrijvers. De niet-chronologische orde typeert de verwarring van die tijden en het versnijden van 's Heeren Woord (36:23).


EZECHIEL.
EzechiŽl betekent. "God is sterk" of "God sterkt". Hij is een profeet in de ballingschap. Zijn naam bevat niet de Verbondsnaam zoals Jesajah, Jeremia maar de naam El, de God van alle andere Volken. Vandaar ook heet EzechiŽl "Mensenkind", Hebr. Zoon van Adam of Zoon des mensen, bewijs, dat IsraŽl ver van zijn Land en zijn God af was. Toch wordt het herstel voorzegd.

Structuur:

A1 1:1-12:28 De verwoesting.

      B1 13:1-23 Profeten en profetessen.

C1 D1 14:11 Oudsten.

E1 14:12-15:8 Het Land en de Stad (Oordelen).

      F1 16:1-63 Jeruzalem. Verlaten kind.

G1 17:1-25 Babylonische oorlog Gelijkenis.

      H1 118:1-32 Het Volk. Spreekwoord. Zure druiven.

J1 19:1-14 De Vorsten van IsraŽl.

C2 D2 20:1-44 Oudsten.

E2 20:45-22:31 Het Land en de Stad. (Oordelen).

      F2 23:1-49 Jeruzalem. Twee zusters.

G2 24:1-32:32 Babylonische oorlog. Gelijkenis.

     H2 33:1-22 Het Volk. Teken. (Wachter).

J2 33:23-33 De bewoner van de woeste plaatsen.

      B2 34:1-31 Herders en kudde.

A2 35:1-48:35 Het herstel.



3. De Kleine Profeten.


De 12 Kleine Profeten stonden op één rol geschreven en werden als één boek gerekend. Zij vormen het 8ste boek. Hun volgorde is in onze Bijbels niet aangetast. Zo hebben wij:

A1 Hosea. Israëls verhouding tot God. Alle volken vergaderd.

B1 Joël. De dag des Heren. Alle Volken vergaderd in het dal van Josafat.

C1 Amos. Overbrenging naar Babel. De tempel verwoest.

D1 Volken

      E1 Obadja. Het oordeel over Edom.
            F1 Jona. Ninivé ontkomt het oordeel.
                 G1 Micha. Jehovah's twist met Israël.

D2 Volken

           F2 Nahum. Ninivé geoordeeld.
     E2 Habakuk. Oordeel over Babel.
                G2 Zefanja. Jehovah's twist met de Volken.

C2 Haggaï. Terugkeer van Babel. De tempel vervuld met heerlijkheid.

B2 Zacharia. De dag des Heren. Alle volken vergaderd tegen Jeruzalem.

A2 Maleachi. Israëls verhouding tot God. De afval.


  • De eerste en laatste profeet, Hosea en Maleachi tekenen ons Israëls verhouding tot Jehovah. De eerste ziet Hem als Israëls Man, de laatste als Israëls Vader. In beide zien we de afval.
  • Amos en Haggaï spreken van ballingschap en herstel, van verwoesting en herbouwing van de tempel.
  • Joël en Zacharia spreken over de dag des Heren.
  • Obadja spreekt het oordeel uit over Edom, Habakuk over Babel.
  • Jona en Nahum handelen over Ninivé, de een behoudt het door zijn zending, de ander spreekt het oordeel er over uit.
  • Micha en Zefanja spreken over Jehovah's twist met Israël en de Volken.

De eerste 6 profeten zijn politiek in aspect, de laatste 6 religieus. De eerste laten Israëls politiek verval en herstel zien, de laatste Israëls godsdienstig verval en herstel.


HOSEA.
Hosea betekent: ďReddingĒ. Hosea profeteert vooral in Israël, Jesaja in Juda en Jeruzalem. Tijdrekenkundig is Hosea een van de eerste profeten.

Structuur:

A1 1:1 Inleiding.

B1 1:2-3:5 Symbolische voorstelling.

B2 4:1-14:8 Letterlijke uitbeelding.

A2 14:9 Besluit.


JOEL.
Joël betekent: ďJehovah is El (of God)Ē. Hij spreekt bijzonder over de grote en vreselijke dag des Heren, waarin Jehovah, Israëls God, ook betonen zal te zijn de God der ganse aarde.

Structuur:

1:1 Titel.

A1 1:2, 3 Oproep om te horen.

B2 1:4-13 Oordelen. Opgelegd.

A2 1:14-2:17 Oproep tot bekering.

B2 2:18-3:21. Oordelen. Weggenomen.


AMOS.
Amos betekent: ďLastĒ. Hij profeteert een reeks van oordelen, die uitlopen op Israëls ballingschap. Het slot is evenwel voorspelling van Israëls herstel.

Structuur:

1:1, 2 Titel.

A1 1:3-6:14 Letterlijk. Profetie.

B1 7:1-9 Symbolisch. Sprinkhanen. Vuur. Schietlood.

A2 7:10-17 Letterlijk. Profetie.

B2 8:1-3 Symbolisch. Korf met zomervruchten.

A3 8:4-14 Letterlijk. Profetie.

B3 9:1-4 Symbolisch. ďSla de knoop.Ē

A4 9:5-15 Letterlijk. Profetie.


OBADJA.
Obadja betekent: ďSlaaf van Jah. (d.i. Jehovah)Ē. Hij profeteert over Edom, vanwege het geweld Jakob aangedaan, het oordeel, bijzonder in de grote dag des Heren.

Structuur:

A1 1-16 Edom. Verwoesting.

A2 17-21 Israël. Herstel.


JONA.
Jona betekent: ďDuifĒ. Jona's zending tot Ninivé is een schoon voorspel op Israëls zending tot de Volken in de toekomst. De weerstrevendheid van Jona, type van Israëls onwil, zal dan evenwel vervangen worden door bereidwilligheid.

Structuur:

A1 1:1 Het woord des Heren.

B1 1:2 Zending naar Ninivé.

C1 1:3 Jona's ongehoorzaamheid.

D1 1:4 - 2:10 Gevolgen. De opstanding van Jona.

A2 3:1 Het woord des Heren.

B2 3:2 Zending naar Ninivé.

C2 3:3,4 Jona's ongehoorzaamheid.

D2 3:4 - 4:11 Gevolg. Verandering van Jona.


MICHA.
Micha, afkorting van Micajah, betekent: ďWie is gelijk Jah.Ē Zijn profetieën over het laatste der dagen zijn vol troost voor het volk, dat de Heere Zich ten eigendom verkoren heeft.

Structuur.

1:1 Titel.

A1 1:2-3:12 Bedreiging.

B1 4:1-5:15 Vertroosting.

A2 6:1-7:10 Bedreiging.

B2 7:11-20 Vertroosting.


NAHUM.
Nahum betekent: ďde Medelijdende, Erbarmende of VertroosterĒ. Hij schetst ons het oordeel over een van Israëls vijanden, Ninivé.

Structuur.

A1 11:2-8 Jehovah's eigenschappen ontvouwd.

A2 11:9-3:19 Jehovah's oordelen voorzegd.


HABAKUK.
Habakuk betekent: ďOmarmingĒ. Zijn profetie is een last. Het gebed van Habakuk is de kreet van het geloof in benauwde dagen.

Structuur.

A1 1:1-2:20 De last van Habakuk.

A2 3:1-19 Het gebed van Habakuk.


ZEFANJA.
Zefanja betekent: ďDien Jehovah verbergtĒ. Hij spreekt veel over de dag des Heren en het oordeel over de vijanden van Jeruzalem. Hij eindigt met schone beloften van herstel.

Structuur.

A1 1:1-3:8 Bedreigend.

A2 3:9-20 Belovend.


HAGGAI.
Haggai betekent: ďFeestĒ. Hij is een van de profeten na de ballingschap. Hij bemoedigt het zwakke overblijfsel, dat is teruggekeerd en spreekt bijzonder tot Juda en Jeruzalem en over de tempel.

Structuur.

De eerste en tweede boodschap.

A1 1:1-4 Afkering wegens verzuim.

B1 1:5-11 Straf. Schraalheid.

C1 11:12-2:5 Gehoorzaamheid en bemoediging.

D1 2:6-9 ďIk zal doen bevenĒ.

De derde en vierde boodschap.

A2 2:10-14 Afkeuring wegens verzuim.

B2 2:15-17 Straf. Schraalheid.

C2 2:18, 19 Gehoorzaamheid en bemoediging.

D2 2:20-23 ďIk zal bewegenĒ.


ZACHARIA.
Zacharia betekent: ďWien Jehovah gedenktĒ. Hij is een profeet, die Israëls herstel profeteert, niet dat uit de ballingschap, want dat was toen reeds geschied, maar het veel grotere herstel uit de Wereldballingschap bij Messias' komst in heerlijkheid.

Structuur.

A1     B1 1:1-6 Letterlijke profetie. Gedateerd. (Het 2de jaar van Darius).

C1 1:7-6:15 Profetieën met symbolen. Acht gezichten.

B2 7:1-8:23 Letterlijke profetie. Gedateerd. (Het 4de jaar van Darius).

A2      B3 9:1-10:12 Letterlijke profetieën. Eerste last.

C2 11:1-17 Profetie met symbolen.

B4 12:1-14:21 Letterlijke profetieën. Tweede last.


MALEACHI.
Maleachi betekent: ďMijn engelĒ d.i. zendbode. Als laatste van de profeten is hij inleider tot de meerdere van de profeten, Johannes de Doper, die op zijn beurt de Grootste van alle profeten bij Israël inleidt.

Structuur.

A1 1:1-5 Nationale uitverkiezing.

A2 1:6-4:6 Nationale verwerping.


Wie de profeten onbevangen nagaat zal zien, dat zij handelen over Juda en Israël. Het oordeel over de Volken rondom berust op de houding, die deze t.o.v. Gods verkoren volk aannemen. De straffen, die over Israël komen zouden, zijn letterlijk vervuld. De voorzegde zegeningen zullen niet uitblijven eveneens over Israël vervuld te worden. M.a.w.: Het onderwerp van de O.T. profeten is niet de Kerk, maar het volk Israël. Dat op de achtergrond een hogere lijn zichtbaar is, wordt toegegeven, maar die vernietigt de grondlijn niet, maar stevigt die. We kunnen dat thans niet nader uitwerken. Eén opmerking tot besluit: Men onderscheide wel uitlegging en toepassing. De uitlegging is voor Israël, de toepassing is naar tijden en gelegenheden. De uitlegging betreft Israël als volk, de toepassing kan individueel en geestelijk zijn, d.i. voor zielstoestanden. Wat te voren geschreven is, is ons beschreven tot voorbeelden ter lering.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden