De Heilige Schriften

II. Overzicht en structuren van "De Wet".



GROEPERING.
De eerste groep der Hebr. Schriften heet "De Wet". Deze bevat 5 boeken, die we andermaal in structuur plaatsen.

A1 Genesis. Het Begin. De Volken en het Grote Volk.

B1 Exodus. De uitgroei van het Grote Volk. Zijn verlossing.

C Leviticus. Aanbidding. De vorming van het priesterlijk koninkrijk.

B2 Numeri. De woestijnreis. Het falen van het Grote Volk.

A2 Deuteronomium. Het einddoel van het Grote Volk. De tweede keer.


GENESIS.
Het eerste boek heet in het Hebr. niet Genesis, maar "in (het) begin". Genesis betekent geboorte. God spreekt niet van geboorte, maar van schepping. Hierin ligt meer opgesloten. Men zal ons tegenwerpen, dat in Gen. 2:4 sprake is van de geboorten des hemels en der aarde. We moeten dit tegenspreken. De St. Vert is hier onjuist. Hetzelfde woord is in Gen. 5:1 vertaald door geslacht (zie de structuur).

Het eerste boek laat ons het begin van vele dingen zien. Het begin der schepping, het begin der vernieuwing, het begin van de mens, het begin der mensheid, het begin van de volken, het begin van het Grote Volk, ja, het begin van het eind. In type dan.

Wie Genesis, al is het ook in hoofdtrekken, verstaat, ziet zich de H.S. ontsloten. In dat boek liggen de wortels, het begin. Bijzonder van af Gen. 9 verbreden zich de wortels en verheffen zich tot stam boven de bodem der visie. We zien de volken opkomen en het "Groote Volk" IsraŽl; we lezen van de tweelijn in Abram z'n loop nemend, de grondlijn van IsraŽl verbreedt zich over Isaak en Jakob in de 12 zonen. In Jozef zien we de Wereldheerser, tot wie de gehele wereld komt om spijzen te verkrijgen en in en door wie het huis zijns vaders mede heerschappij erlangt.

We stipten slechts iets aan. Te zijner tijd wordt dit nader uitgewerkt (zie reeks I en III).

We vinden in Genesis dus de Volken, IsraŽl, IsraŽls toekomst, de Bruid, meerdere groepen. Een ding evenwel niet. We vinden er niet het Lichaam van Christus. De Bruid is vanzelf het Lichaam des Bruidegoms niet. Rebekka is niet het lichaam van lsaak. Ze zijn wel ťťn vlees, maar niet ťťn lichaam. Van het Lichaam moet het begin elders gezocht worden. Laat ons echter niet op een en ander vooruitlopen.


STRUCTUUR.
De indeling in hoofdstukken in onze Bijbel is mensenwerk, vaak zeer gebrekkig mensenwerk. De oorspronkelijke tekst bevat geen indeling. Die is er wel, maar moet opgemaakt worden uit de bouw, uit de structuur. De hoofdstuk indeling dateert van Ī 1200, de vers indeling van later datum.

Ook hier zijn we schier hopeloos gebonden door de traditie en de algemene verbreiding. Zonder verlichting van Gods Geest, zonder algehele omkeer lil de gedachten zal men nimmer overgaan de gebrekkige Bijbelindeling te veranderen. Praktisch lijkt het ook onmogelijk. Eenmaal evenwel zal God Zijn verdeling naar voren brengen en het organisme van het orgaan van Genesis op Zijn wijze ontleden, zodat allen bekend worden met wat Hij als indeling wil. Thans kan dat alleen op kleine schaal naar voren gebracht worden. Dat deed de Companion Bible, waaraan we het volgende ontlenen.

A1 1:1 - 2:3 De inleiding.

A1 2:4 - 50-26 De 11 "geslachten".

Dit nader ontledend krijgen we:

De inleiding

A1 B1 1:1 De wereld, die toen was (2 Petr. 3:6).

C1 1:2 Z'n einde. Verwoesting.

      B2 1:2-31 De oude wereld (2 Petr. 2:5).

C2 2:1-3 Z'n einde. Zegening.


De 11 geslachten

A2 D1 E1 2:4 - 4:26 De geslachten der hemelen en der aarde.

F1 5:1 - 6:8 Adams geslachten.

G1 6:9 - 9:29 Noachs geslachten.

H1 10:1 - 11:9 De geslachten van Noachs zonen.

J1 11:10 - 11:26 Sems geslachten.

K1 11:27 - 25:1 Terachs geslachten.

      D2 E2 25:12-18 IsmaŽls geslachten.

F2 25:19 - 35:29 Isaaks geslachten.

G2 36:1-8 Ezaus geslachten.

H2 36:9-43 De geslachten van Ezaus zonen.

J2 37:1 - 50:26 Jakabs geslachten.


DE "GESLACHTEN" VAN GENESIS.
Het Hebr. woord "toledooth" in verbinding met hemelen en aarde of met een eigennaam, komt 11 maal in Genesis voor. Uit de Staten-Vertaling is dat niet op te maken. Men kan dit nagaan met een concordantie. De St. V. heeft het op drie wijzen vertaald: door geboorten in Gen. 2:4, 6:9, 10:1, 11:10, 11:27, 25:12, 25:19, 36:1 door geslacht in Gen. 5:1, door geschiedenissen in Gen. 37:2. Het is moeilijk door een Nederlands woord weer te geven, dat het gehele begrip dekt. Het best lijkt ons nog: geslachten of geslachtslijnen, waaronder dan de geslachten met hun geschiedenis begrepen zijn.

Uit deze indeling blijkt, dat het woord toledooth altijd betrekking heeft op het deel dat volgt, niet op wat vooraf gaat. Gen. 2:4 is dus niet de samenvatting van Gen. 1:1 - 2:3, maar het opschrift van Gen. 2:4 - 4:26 en geeft ons inzicht in de twee geslachten, dat der hemelen, dat met Abel aanvangt, dat der aarde, dat in KaÔn begint.

Elk van de 12 delen van Genesis is weer nader in te delen. Dat blijkt reeds uit de structuur, die we in deel I gaven. Het zou ons thans te ver voeren van elk van de 11 geslachten ook de structuur op te nemen. Genoegzaam blijkt evenwel, dat in de Schrift nog verborgenheden besloten zijn, die nieuwe perspectieven openen en de inspiratie bevestigen.

"t Is opmerkelijk, dat we niet lezen: Dit zijn Abrams geslachten. Indien de mens Genesis had geschreven, uit eigen aandrift, dan zou de vader der gelovigen ongetwijfeld in het midden gestaan hebben. Nu gaat hij schuil in Terach. Dan, het laatste woord is niet gesproken. De H. Schrift geeft niet 11, maar 14 geslachten. We lezen nog van de geslachten van Aaron en Mozes (Num 3:1) en van Perez (Ruth 4:18-22). En eindelijk: "Het boek des geslachts van Jezus Christus, den Zoon van David, den Zoon van Abraham" Mt. 1:1. En daarin is Abraham de eerste. Zo geeft de Heere hem een aparte plaats. Wij zouden hem de ereplaats gegeven hebben in Genesis. God doet dat in het geslachtsregister van Zijn Zoon! Ook hier een bewijs voor de inspiratie. Eerst genade - daarna ere.


EXODUS.
In het Hebr. begint dit boek met de woorden: "En dit zijn de namen". In Genesis vinden we ook vele namen. Hier beperkt God Zich tot een volk, dat voortsproot uit Jakobs zonen. Exodus handelt daarom niet alleen met de afzondering van de andere volken, die door de uittocht z'n voltrekking vond, maar ook van de roeping om Zijn volk te zijn. Hij voert tot Zichzelf Ex. 19:4. IsraŽl is Zijn eigendom uit alle volkeren van de aarde en bestemd tot een priesterlijk koninkrijk vs 5-6. De Heere heeft Zich een volk verlost. Hij kent hen bij name en gedenkt aan het eens met de voorvaderen gesloten verbond.

Exodus is het boek van de verlossing. Deze verlossing is voor hen, die, "bij name" bekend zijn, d.i. de Heere reeds eerder hebben leren kennen in Zijn openbaring en Hem nu leren kennen in Zijn verlossende macht en liefde. Typisch bezien leert Exodus ons de eerste en tweede komst van Christus voor IsraŽl. Mozes werd de eerste keer niet aangenomen, de tweede keer wel. Zo heeft IsraŽl Zijn Verlosser bij de eerste komst niet aangenomen, maar zal het dat doen op de "tweede reis". Geestelijk genomen leert Exodus ons de persoonlijke verlossing van de zondaar uit de slavernij der zonde.

De structuur is als volgt:

A1 1:1 - 2:10 IsraŽls slavernij.

B1 2:11 - 14:13 De bevrijding in- en doorgezet.

A2 15:1-21 IsraŽls slavernij. Einde.

B2 15:22 - 40:38 De bevrijding benut.


LEVITICUS.
In het Hebr.: "En Hij riep tot Mozes en de Heere sprak". In Exodus zien we IsraŽl in de woestijn gevoerd; in Leviticus roept Hij hen tot nauwer band en geeft hun Zijn eredienst. Het nabij de Heere zijn, vraagt het zich geheel Hem wijden. Vandaar de offeranden: het brand-, spijs- en dankoffer. Het vraagt tevens het afleggen van de zonde, vandaar het zond- en schuldoffer. Voorts geeft het de verschillende priesterdiensten.

Leviticus is het boek van de ware aanbidding. Alleen zij, die bij name bekend en verlost zijn, roept God om Hem te leren aanbidden.

Alle typen hebben op die aanbidding betrekking, zoals die van Exodus op de verlossing. Geen enkel ander boek bevat zoveel woorden van de Heere: "De Heere sprak", 36 maal, "Ik ben de Heere", 21 maal (3 x 7), "Ik ben de Heere uw God", 21 maal, "Ik ben", 3 maal. Alles ziet hier typisch op IsraŽl in de Wedergeboorte en geestelijk op Christus en de verlosten.

De structuur is deze:

A1 1:1 - 7:38 De offers en de wetten er voor.

B1 D1 8:1 - 10:20 Priesterschap.

E1 11:1 - 15:33 CeremoniŽle wetten. Afkondiging.

C1 16:1-34 IsraŽls vasten. Grote verzoendag.

A2 17:1-16 De offers en de eisen.

B2      E2 18:1 - 20:27 CeremoniŽle wetten. Straffen.

       D2 21:1 - 22:33 Priesterschap.

C2 23:1 - 25:35 Jehovah's Feesten.

A3 26:1 - 27:34 De offeraars en hun plichten.


NUMERI.
In het Hebr. begint dit boek met de woorden: "En sprak de Heere tot Mozes in de woestijn". We korten dit af tot: "In de woestijn". Zien we in Exodus IsraŽls bevrijding, in Numeri zien we IsraŽls falen in de woestijn. Hier maken we kennis met de beproevingen en gevaren van de woestijn, type van die van het hart. Allen die ouder dan 20 jaar zijnde uit Egypte gingen, vielen in de woestijn, behalve Jozua en Kaleb. Heb. 3:7-11; 17-19. De betrekking met de Heere wordt niet onderhouden. 't Was een trouweloos geslacht. Elf dagreizen waren het van Horeb tot Kanaan. Deut. 1:2. Nog ťťn en men was in het land binnengetrokken. Het kon niet zo zijn. Vanwege het ongeloof kon men niet ingaan.

De structuur is deze:

A1 1:1 - 4:9 Tellingen en rangorde, Wijze van legering en dienst.

B1 5:1 - 9:23 Wetten en gebeurtenissen.

A2 10:1-36 Reizen en orde.

B2 11:1 - 25:28 Gebeurtenissen en wetten.

A3 26:1 - 27:11 Tellingen en orde. Inbezitneming.

B3 27:12 - 31:54 Gebeurtenissen en wetten.

A4 32:1 - 36:12 Reizen en orde, Verdeling van, het land.

Naschrift 36:13


DEUTERONOMIUM.
In het Hebr.: "Deze zijn de woorden". Een nieuw IsraŽl staat voor ons. Niet na 1 dag, maar eerst na 38 jaar konden ze het land binnengaan. Deuteronomium toont ons, dat IsraŽl niet de eerste, maar de tweede reis overwinnaar wordt. Niet door Mozes, maar door Jozua wordt het in Kanaan geleid. Niet bij Christus' eerste, maar bij Zijn tweede komst zal Zijn volk zeer gewillig zijn op de dag Zijner heirkracht Ps. 110. Deuteronomium geeft onderricht voor hun wandel in het toekomstig bezit.

Deuteronomium geeft een overzicht van IsraŽls verleden, een blik in het heden van die dagen en een perspectief van IsraŽls toekomst. Het lied van Mozes (Hfdst. 32) kan als korte samenvatting van het boek beschouwd worden, de zegen van Mozes (Hfdst. 33) heeft betrekking op de dagen van het Nieuwe Verbond, als de Heere Koning zal zijn over IsraŽl. Deuteronomium is typisch-profetisch voor IsraŽl, geestelijk voor de gelovige.

De structuur is deze:

A1 1:1-5 Inleiding.

B1 C1 1:6 - 32:47 De stammen. Hun bestuur.

D1 32:48-52 Mozes. Zijn dood aangekondigd.

B2 C2 33:1-29 De stammen. Hun zegening.

D2 34:1-7 Mozes. Zijn dood voltrokken.

A2 34:8-12 Besluit.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden