Toorn | Inhoudsopgave | Kennis

Wat de Concordantie Leert



Zonder - buiten ... om

Thans onderzoeken we de twee Griekse woorden: "aneu" en "chooris". Alle teksten, waar deze voorkomen, zijn hier opgegeven met de vertaling van de Staten-Bijbel en die van Voorhoeve.


Aneu (zonder).

Mat. 10:29 "Niet ťťn van deze (musjes) zal op de aarde vallen zonder uwen Vader". "zonder"
1 Petr. 3:1 "Zij ... zonder woord, mogen gewonnen worden". "zonder"
1 Petr. 4:9 "Zijt herbergzaam jegens elkander, zonder murmureren". "zonder"



Chooris (buiten ... om).

Mat. 13:34 en Mark. 4:34 "Zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet". "zonder"
Mat. 14:21; 15:38 "Vijfduizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen". "behalve"
Luk. 6:49 "Een huis bouwde op de aarde zonder fundament". "zonder"
Joh. 1:3 "Zonder Hetzelve (Woord) is geen ding gemaakt". "zonder"
Joh. 15:5 "Zonder Mij kunt gij niets doen". "zonder"
(buiten -
gescheiden van)
Joh. 20:7 "In het bijzonder in ene (andere) plaats samengerold". "afzonderlijk"
Rom. 3:21 "De rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de Wet". "zonder"
Rom. 3:28 "Door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der Wet". "zonder"
Rom. 4:6 "Welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken". "zonder"
Rom. 7:8 "Want zonder de Wet is de zonde dood". "zonder"
Rom. 7:9 "Zonder de Wet, zo leefde ik eertijds". "zonder"
Rom. 10:14 "Hoe zullen zij horen, zonder die (hun) predikt?". "zonder"
1 Kor. 4:8 "Zonder ons hebt gij geheerst". "zonder"
1 Kor. 11:11 "Nochtans is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder de man in de Heere. "zonder"
2 Kor. 11:28 "Zonder de dingen, die van buiten zijn, overvalt mij ...". "behalve"
Ef. 2:12 "Dat gij in dien tijd waart zonder Christus". "zonder"
(gescheiden
van)
Fil. 2:14 "Doet alle dingen zonder murmureren". "zonder"
1 Tim. 2:8 "Zonder toorn en twisting". "zonder"
1 Tim. 5:21 "Dat gij deze dingen onderhoudt, zonder vooroordeel". "zonder"
Filem. 14 "Maar ik heb zonder uw goedvinden niets willen doen". "zonder"
Heb. 4:15 "Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, (doch) zonder zonde". "uitgenomen"
Heb. 7:7 "Nu, zonder enig tegenspreken". "buiten"
Heb. 7:20 "En voor zoveel het niet zonder eedzwering (is geschied)". "zonder"
Heb. 7:21 "Genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden". "zonder"
Heb. 9:7 "In den tweeden (tabernakel ging) ... niet zonder bloed". "zonder"
Heb. 9:18 "Waarom ook het eerste niet zonder bloed is ingewijd". "zonder"
Heb. 9:22 "En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving". "zonder"
Heb. 9:28 "Zal ten anderen male zonder zonde gezien worden". "zonder"
Heb. 10:28 "Die sterft zonder barmhartigheid". "zonder"
Heb. 11:6 "Zonder geloof is het onmogelijk (Gode) te behagen". "zonder"
Heb. 11:40 "Opdat zij zonder ons niet zouden volmaakt worden". "zonder"
Heb. 12:8 "Indien gij zonder kastijding zijt". "zonder"
Heb. 12:14 "... de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal". "zonder"
Jak. 2:20 "Dat het geloof zonder de werken dood is". "zonder"
Jak. 2:26 "Gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood". "zonder"

Men ziet, dat de Staten Vert. slechts eenmaal "chooris" niet vertaalt door "zonder". In Joh. 20:7 ging dat niet. Daar zij "in het bijzonder" schreven, waren zij genoodzaakt er "andere" bij te voegen. Hier is de beste vertaling wel "afzonderlijk" of "apart". Waarom lag die doek apart? Het schijnt ons toe, dat de doeken zijn blijven liggen juist zoals zij om Christus' lichaam geweest zijn. Het lichaam werd getransformeerd en verliet de doeken, zonder deze los te wikkelen. Het moet Petrus getroffen hebben die doeken daar zo te vinden, dat wees erop, dat de Heere niet uit het graf genomen was. Er moest iets buitengewoons gebeurd zijn. Toen Lazarus opstond, moest men hem ontbinden, hij had een gewoon lichaam, geen opstandingslichaam. Als nu Johannes dit merkwaardige apart liggen der doeken ziet, gelooft hij, want hier had een ware opstanding en een verandering van lichaam plaats gehad.

De vertaling van Voorhoeve toont, dat ook nog op andere plaatsen gevoeld werd, dat "zonder" niet de juiste betekenis was. Zo vindt men in Mat. 14:21 en 15:38 "behalve". Men had ook kunnen schrijven "apart van" of "zonder te rekenen met"; "chooris" wil hier niet zeggen "zonder" in de zin, dat er geen vrouwen of kinderen waren. Zo ook in Joh. 15:5; er staat een noot, die er de aandacht op vestigt, dat het niet "zonder" Christus is, maar "buiten" Hem om of "gescheiden van" Hem. "Zonder" drukt de zaak niet juist genoeg uit, want het was niet voldoende, dat de Heere er was, Hij moest ook met hen in gemeenschap staan. Iets dergelijks heeft men in Ef. 2:12. Het gaat hier over de positie der Heidenen buiten IsraŽl. Zij hadden toen geen gemeenschap met de Christus (d. i. de Messias) als zodanig, zelfs al waren het gelovigen. Men denke b.v. aan de Kananese vrouw (Mat. 15:21-28).

Ook in de andere teksten is het van belang in te zien, dat "chooris" niet zegt, dat iets er niet is. Zo in Jak. 2:20 kunnen er werken zijn, maar als deze niet in betrekking staan met het geloof, dus geen "geloofs-werken" zijn, doch "apart" staan, buiten het geloof om gaan, dan is het geloof dood. Zie ook vs. 26. De werken moeten niet apart van het geloof zijn, evenmin als de geest ten opzichte van het lichaam, anders is er geen leven, maar dood. De geest is er wel, werken kunnen er zeer veel zijn, maar zij moeten niet afzonderlijk staan van het geloof, dus, niet gedaan worden ter rechtvaardiging, als "onder" de wet zijnde. Men ziet duidelijk, dat hier geen tegenspraak is met Paulus. Deze toch sprak b.v. in Rom. 4 juist van werken gedaan om gerechtvaardigd te worden. Dat zijn geen geloofs-werken, zoals die van Jakobus. Van zulke werken des geloofs spreekt ook Paulus in 1 Thes. 1:3 en 2 Thes. 1:11. In Tit. 3:8 spreekt hij van "goede werken".

Ook uit Rom. 10:14 blijkt, dat "zonder" de betekenis heeft van "gescheiden van". Velen kunnen "prediken" maar als zij niet in betrekking staan met hen, niet in hun nabijheid zijn, hoe zullen zij dan horen? Men ziet dat "hun" hier onnodig is, ja geheel verkeerd is, want nu staat er: "gescheiden van die hun predikt". Als zij gescheiden zijn, wordt er juist niet tot hen gepredikt.

Nu willen wij nog even spreken over de drie teksten van Rom. 3:21, 28; 7:8. Toen Paulus de brief aan de Romeinen schreef, volgde hij nog steeds, met alle gelovigen van IsraŽl de ceremoniŽn der wet. Hij bewijst dat in het publiek in Hand. 21:21-26 voor allen die er aan twijfelen. Als hij dus hier zegt "zonder de Wet" of "zonder de werken der Wet" dan is dat ook weer niet omdat die Wet niet meer bestond, maar wel omdat de rechtvaardigheid geopenbaard was apart, gescheiden van de werken der Wet, buiten de werken om. De wet moest door de aardse groep gevolgd worden, want geen tittel noch jota zou voorbijgaan totdat de hemel en de aarde voorbijgaan (Mat. 5:18). Zodra IsraŽl als Gods Volk echter terzijde gezet is, (d. i. vanaf Handelingen 28:28) wordt de wet niet meer gehouden en worden alle ceremoniŽn tot later geschorst.



Toorn | Inhoudsopgave | Kennis



Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden