Geloofsbelijdenis



Alle christelijke kerken, gemeenschappen en organisaties hebben wel iets dat hen onderscheid en dat hen verschillend maakt ten opzichte van elkaar. Op zich is hier niets mis mee, als dit onderscheid maar niet zo sterk benadrukt wordt en zo'n prioriteit krijgt, dat het de eenheid en de gemeenschap tussen de gelovigen onderling verbreekt.

Eťn van de grote problemen in het christendom is dat kerken, gemeenten en organiaties voortdurend een eigen geloofsbelijdenis maken, die de leden moeten onderschrijven en belijden. Als de individuele gelovige deze niet ten volle onderschrijft, dan betekent dit vaak in de praktijk dat hij of zij niet wordt toegestaan toe te treden tot de desbetreffende kerk of groep en deel te nemen aan haar activiteiten. Het gevolg is dat de eenheid des Geestes aangetast wordt en dat de gemeenschap vanuit de desbetreffende kerk of groep met de gelovige wordt verbroken.

In de geschiedenis zijn geloofsbelijdenissen geschreven, die na verloop van tijd zo'n gezag kregen, dat zij niet alleen naast de Bijbel, maar zelfs boven de Bijbel gesteld werden. Het is geenszins onze bedoeling zo'n geloofsbelijdenis neer te leggen. Toch willen wij aan de vraag van diverse bezoekers van de website tegemoetkomen en de vraag beantwoorden, "Wat geloven wij nu exact? Onze geloofsbelijdenis is onderverdeeld in drie delen: Evangelisch, Leerstellig en Dispensationeel.

Deel I - Evangelisch
  1. De Goddelijkheid van de Here Jezus Christus (Joh. 20:28), dat Jezus Christus was het Woord en het Woord was God (Joh. 1:1), dat Hij God geopenbaard was in het vlees (1 Tim. 3:16), opdat Hij de werken des duivels zou verbreken, (1 Joh. 3:8) en Hij door Zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, te niet zou doen en allen zou verlossen, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren, (Hebr. 2:14-15).

  2. De algenoegzaamheid van Christus offerande voor de zonde (Hand. 4:12; Hebr.10:14), dat de behoudenis is uit genade door geloof in het volbrachte verlossingswerk van de Here Jezus Christus op het kruis van Golgotha, (Ef. 2:8-9).

Deel II - Leerstellig
  1. De volledige inspiratie van de Schrift (2 Tim. 3:16), dat mensen van Godswege hebben gesproken door de Heilige Geest gedreven, (2 Petr. 1:21).

  2. Het is de verantwoordelijkheid van elke gelovige om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God, (Col. 1:10; Ef. 2:10).

  3. Het onderzoek van de Schrift geleid door de Heilige Geest, Die door de Schrift getuigenis aflegt over de Here Jezus Christus, is de zekere basis en de vaste grond voor groei in het geloof, die voor ieder gelovige noodzakelijk is; want het geloof is uit het horen en het horen door het Woord Gods, (Rom. 10:17; 1 Cor. 2:6-16).

  4. Hoewel wij onderschrijven dat de Heer aan Zijn gemeente sommigen tot leraars geeft, (Ef. 4:11 SV), beschouwen wij de Schrift als de enige scheidsrechter in zaken van Christelijke leer en praktijk en dat overgeleverde tradities en opvattingen, hoe wijd verspreid dan ook en hoe krachtig ondersteund ook door mensen van welke geleerdheid en vroomheid dan ook, geen bindend gezag hebben behalve als zij duidelijk vanuit het Woord van God aangetoond en bewezen kunnen worden, (1 Cor. 2:5; Rom. 10:17; 1 Petr. 1:24-25).

Deel III - Dispensationeel
  1. Het correct hanteren van de Schrift (2 Tim. 2:15), dat bij de interpretatie van de Schrift het uitermate belangrijk is, niet alleen rekening te houden met wat geschreven is, maar ook te letten op: "Over wie geschreven is?", "Tot wie?", "Op welk tijdstip?", "Met welke bedoeling?", "Met welke woorden?", "Onder welke omstandigheden?", "Waar?" en te beschouwen "Wat eraan voorafging en wat erop volgde", want heel de Schrift is wel voor ons, maar gaat niet noodzakelijkerwijs geheel over ons.

  2. Het is absoluut noodzakelijk aandacht te geven aan het feit, dat God in de Schrift anders handelt met de mens op verschillende tijden en gelegenheden. Dit geldt in het bijzonder voor de verandering zoals die staat vermeld in Hand. 28:17-31 met als resultaat de bediening van de Apostel Paulus, de gevangene van Christus Jezus ten behoeve van de Heidenen, (Ef. 3:1-9).

De basis van ons geloof is de Here Jezus Christus en Zijn volbracht verlossingswerk op het kruis van Golgotha. Hij is het middelpunt van ons geloof en daarom het middelpunt van bovenstaande geloofsbelijdenis. Verlossing is uit genade door geloof in de Here Jezus Christus, die als God geopenbaard in het vlees, stierf voor onze zonden en opstond ten derde dage uit de doden en onvergankelijk leven aan het licht bracht. Wij zijn als gelovigen nauw aan dit verlossingswerk verbonden.

"Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roemen. Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen." (Ef. 2:8-10).

Met andere woorden, zodra wij Christus aanvaarden als onze Verlosser, dienen wij te erkennen dat ons leven niet meer doelloos is, maar dat wij dienen te wandelen in goede werken, die niet wijzelf, maar God tevoren bereid heeft. Deze goede werken evenals de roeping waaraan wij gehoor dienen te geven, vinden wij beschreven in de Bijbel. Daarom dienen wij de Bijbel te onderzoeken en deze te beschouwen als betrouwbaar, gezaghebbend en geÔnspireerd.

De Schrift heeft uitsluitend gezag en heeft het laatste woord, niet het onderwijs van welke leraar, kerkelijk leider, theoloog of geleerde dan ook. Wij dienen daarom open en onbevooroordeeld de Schrift te onderzoeken en op te passen dat wij geen leringen van mensen of menselijke traditie blindelings volgen. Christus zei tegen de FarizeeŽn en de Schriftgeleerden uit Jeruzalem:

"Waarom overtreedt gij ter wille van uw overlevering het gebod Gods? --- Zo hebt gij het woord Gods van kracht beroofd ter wille van uw overlevering. Huichelaars, terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, zeggende: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn." (Matth. 15:3-9).

Hoe oud de overlevering ook mag zijn; hoe wijd verspreid de traditie ook mag zijn; hoe krachtig een gebod of een leer ook verkondigd mag worden; zij hebben geen bindend gezag als zij niet duidelijk uit het Woord van God aangetoond kunnen worden. In Luc 11:52 verwijt Christus Jezus de wetgeleerden dat zij de sleutel der kennis van het Woord van God hebben weggenomen, dat zij hen die trachten binnen te gaan, tegenhouden.

De onmisbare sleutel om het Woord Gods te openen en juist te verstaan, is dat wij rechte vorens dienen te trekken bij de uitleg van de Schrift. Wij dienen rekening te houden met de verschillende tijden en gelegenheden, waarin God met de mens handelt. Dit is van bijzonder belang ten aanzien van de hedendaagse bediening van de Apostel Paulus, als de gevangene des Heren ter wille van ons Heidenen, (Ef. 3:1-9). Wij zien het als onze opdracht en doelstelling juist deze boodschap, die zo in de vergetelheid is geraakt en voor zovelen nog verborgen is, in het licht te stellen.

Bovenstaande geloofsbelijdenis vormt in wezen de basis van Bijbels Christendom. Wij hanteren deze geloofsbelijdenis als toetssteen voor alle boeken, artikelen, bijbelstudies, enz. die wij op deze website van verschillende schrijvers verzamelen. Publicaties dienen aan de beschreven evangelische, leerstellige en dispensationele basis te voldoen.

Echter buiten deze beperking zijn de schrijvers geheel vrij in het naar voren brengen van hun persoonlijke visie, die zij op grond van hun inzicht in de Bijbel hebben gevormd. In de praktijk betekent dit dat schrijvers onderling van mening kunnen en mogen verschillen t.a.v. onderwerpen waarop de Bijbel niet eenduidig een antwoord geeft. U zult daarom soms op de website verschillende interpretaties naast elkaar vinden, zonder dat dit overigens de basis van ons geloof aantast en de eenheid des Geestes verbreekt.

Zie voor een uitgebreider overzicht van hetgeen wij belijden de brochure Ultra-Dispensationalisme? en het pamflet van Charles H. Welch Things Most Surely Believed.








© Levend Water