Uit IsraŽls Profetie

IV. Het Boek Daniël

a. Inleiding

We wijden een apart hoofdstuk aan het boek DaniŽl, waarop De Openbaring de aanvulling geeft. Vooraf echter de struktuur.

A1 1:1-11 De ballingschap van Juda.
                   Historische feiten aan het begin er van.

B1 2:1-49 De droom van Nebukadnezar.
                   Het begin en de duur van de tijden der Heidenen.

C1 3:1-30 Daniëls metgezellen.
                   De brandende oven.
                   Bevrijding door een engel.

D1 4:1-37 De eerste koning van Babel.
                   Nebukadnezars droom.
                   De grote boom.
                   Zijn tijdelijk uitvallen.

D2 5:1-31 De laatste koning van Babel.
                   Belsazars gezicht
                   De hand op de muur.
                   Zijn finale val.

C2 6:1-28 Daniël.
                   De kuil van de leeuwen.
                   Bevrijding door een engel.

B2 7:1-8:27 De droom en het gezicht van Daniël.
                      Het einde van de tijden der Heidenen.

A2 9:1-12:13 De verwoestingen van Jeruzalem.
                         Profetische aankondiging verbonden met het einde er van.


Het boek DaniŽl valt, wat inhoud betreft, in tweeŽn uiteen, hfdst. 1-6 en 7-12. Het eerste deel is historisch en typisch, het tweede deel profetisch van aard. Wat de taal betreft, is hfdst. 2:4-7:28 in het Aramees geschreven, het overige, dus hfdst. 1-2:3 en 8:1-12:13 in het Hebreeuws. Dat is geen toeval. Het Arameese deel (Aramees is verwant aan het Hebreeuws, doch werd oorspronkelijk niet door IsraŽl gesproken) leert ons, dat het de tijden der Heidenen betreft en de Volken rechtstreeks aangaat. Vandaar dat de taal van het hoofdvolk dier dagen gebruikt wordt. Het Hebr. deel heeft bijzonder betrekking op IsraŽl en betreft de tijd van het einde, de gebeurtenissen waarvan zullen leiden tot oprichting van het Koninkrijk aan IsraŽl (Hand. 1:8).

DRIEERLEI SOORT VERKLARING.
Een enkel woord over de aard van de verklaringen van DaniŽl. Dit boek wordt op drieŽrlei wijze uitgelegd. Daar is n.l.

  1. de Kerkhistorischorthodoxe,
  2. de Kritisch-moderne en
  3. de IsraŽlietisch-profetische verklaring.

Over elk een woord.

1. De Kerkhistorisch-orthodoxe verklaring.
Deze gaat uit van IsraŽl en eindigt bij de "Kerk". M.a.w. ze vergeestelijkt een deel. Het onvervulde deel is of wordt geestelijk vervuld in de kerkhistorie, in de geschiedenis van de Christenheid. Zo genomen, zou DaniŽl in O.T. bewoordingen, in "oosterse inkleding", de eindstrijd van de "Wereld" tegen de "Kerk" schilderen. Deze verklaring wordt zowel door Roomse als door Protestantse uitleggers voorgestaan, al is er ook weer verschil in uitlegging. De Protestantse uitleggers laten veel betrekking hebben op het Pausdom, de Roomse verklaarders op de Mohammedanen, de Islam. Beide zijn echter eenstemmig in de verklaring, dat men de "Kerk" in plaats van IsraŽl stellen kan. IsraŽl heeft afgedaan, wat onvervuld bleef en betrekking heeft op de tijd van het einde, moet tot vervulling komen in de Kerkhistorie van vroeger, nu en later.

Uit het Protestantisme hebben zich in de laatste eeuw twee stroomingen gevormd, n.l. Adventisme en Russellisme. Ook deze komen de orthodoxe verklaring niet te boven. Het Adventisme gelooft niet aan IsraŽls herstel en eigent zich IsraŽls beloften toe. De "dieren" uit DaniŽl zijn geliefkoosde thema's om hoorders te trekken en dan te leren, dat het vierde dier Rome is. Het verdere van de profetie laat men dan liefst liggen, dat zou voor het stelsel gevaarlijk kunnen worden. Het Russellisme wordt zo beheerst door eigen-krachts idee, dat het meent de steen te zijn, die alles vermalen moet en zich geroepen acht het koninkrijk op aarde te vestigen. Overigens maakt het zich niet druk om DaniŽls woorden, die passen niet in het systeem of worden nu "geestelijk" vervuld.

De verklaringen overziende, blijkt, dat geen daarvan het beginsel van de geestelijke evolutie te boven komt. M.a.w. al deze verklaringen van de Roomse tot de Russellistische laten IsraŽl in de "Kerk" of op eigen groep overgaan. Wat God over DaniŽls volk voorzegd heeft, gaat over op een groep uit de Heidenen waarover God dienaangaande niets voorzegd heeft, wijl Hij daarvoor wat anders heeft bestemd. Rooms-Katholicisme, Protestantisme (Lutheranisme en Calvinisme), Adventisme en Russellisme hebben zo bezien dezelfde wortel en stam, al richten de vertakkingen zich naar verschillende zijden. Adventisme en Russellisme brengen ons in dit opzicht in wezen dan geen nieuws, zij zijn hoogstens voortzetting en uitwerking van de in de Oudchristelijke Kerk ingeslagen weg van de vergeestelijking, van vereenzelving met IsraŽl. Deze groepen, die zich veelal fel keren tegen Rome en het verdere deel van de Christenheid, staan een in wezen Rooms-Protestantische verklaring voor, die op de duur, ook voor hen, ondermijnend moet en zal werken. Aan de logische zin wordt afbreuk gedaan door gebondenheid aan leerstellingen die de toets niet kunnen doorstaan en ůf af- ůf toedoen aan de Schrift.

2. De Kritisch-moderne verklaring.
Deze wordt verdedigd door de moderne richting en gaat uit van de gedachte, dat DaniŽl eigenlijk maar een verdichting is, geschreven door een vrome Jood uit de dagen van Antiochus Epifanes (Ī 175 v. Chr.) met het doel om IsraŽl in de vervolging van die tijd te troosten. Door allerlei schone voorspellingen, die, wat het onvervulde deel betreft, louter fantasie zijn, vestigde hij de aandacht van het volk op een heerlijke toekomst, die nimmer komen zal.

Deze verklaring loopt vast op de feiten. Het boek DaniŽl bestond al in 300 v. Chr. Toen waren al enkele verhalen over DaniŽl, waaruit blijkt, dat hij reeds lang vůůr het jaar 175 v. Chr. bekend was. Uit de boeken der MakkabeŽn leren we, dat DaniŽls geschiedenis voor iets uit lang vervlogen dagen gehouden werd. Uit EzechiŽl 14:14, 20 en 28:3 blijkt, dat DaniŽl in zijn dagen bekend was. En dat was lang vůůr het jaar 175.

3. De IsraŽlietisch-profetische verklaring.
Noch de eerste, noch de tweede verklaring voldoet en is houdbaar. Er is dan ook een derde verklaring opgekomen en in kracht winnende, die Gods Woord in zijn kracht laat staan, maar het uitlegt met behulp van de profetische tussenruimte. Men houdt daarin vast aan IsraŽl, maar rekent met verschillende bedelingen. Veel van het boek DaniŽl heeft betrekking op de tijd van het einde, is, zoals het Duits kernachtig zegt: endgeschichtlich, d.i. te plaatsen niet in de loop van de Kerkhistorie, maar in het eind van de wereldgeschiedenis, beter: van de historie van deze eeuw. De tussenbedeling, die er menselijkerwijs niet geweest zou zijn, indien IsraŽl zijn Messias niet verworpen had, bestaat als 't ware niet voor Daniels visie. God hield die voor hem verborgen. Men moet dus de profetieŽn net zo trachten in te snijden als we dat met enkele teksten en vroeger behandelde profetische delen deden (zie hfdst. 1 en 111).

Alleen bij deze verklaring blijft het Woord Gods in zijn kracht staan. Ze aanvaardt IsraŽls herstel, geeft nadere bevestiging van het profetische woord, verscherpt het perspektief, is objektief, d.i. verklaart Schrift met Schrift, heeft oog voor de voor de O.T. profeten verborgen tussenbedeling, die bijna reeds 20 eeuwen duurt (van Ī 60 n. Chr. tot heden) en ziet in, dat de profetische lijnen veel verder gaan dan men in de Kerkhistorische verklaring aanneemt. IsraŽl is thans Lo-Ammi, Niet-Mijn-Volk. Zijn tijdsklok staat thans stil. God heeft IsraŽl voorlopig terzijde gezet, het moet wachten tot Hij Zijn bemoeienissen weder met het volk, dat Hij te voren gekend heeft, aanknoopt. Die tijd zal eenmaal komen. En dan breken de tijden en gelegenheden aan, waarin God ook de door DaniŽl voorziene en voorzegde profetie tot vervulling brengt. Evenwel, niet over de "Kerk", die DaniŽl nimmer zag, maar over "zijn", DaniŽls volk, IsraŽl.

DANIEL DE PROFEET.
Waarborg voor een en ander is de uitspraak van Christus:

"Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door DaniŽl den profeet, staande in de heilige plaats ó die het leest, merke daarop! ó dat alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen" Mt. 24:15, 16.

De Here zegt dit woord tot IsraŽls discipelen en gelovigen. Hij spreekt van hen, die in Judea zijn en noemt DaniŽl een profeet. Nu is nog nimmer de gruwel der verwoesting d.i. een beeld, waarmee een afgoderij gepleegd wordt die tot verwoesting leidt, neergezet in de heilige plaats, d.i. de Tempel. De Here verschuift DaniŽl 9 dus naar een tijd die nog toekomst is t.o.v. de onze; want dit woord is ook niet vervuld in het jaar 70, toen Jeruzalem en de Tempel verwoest werden. Waar Dan. 9 niet los staat van Dan. 8 en dit weer steunt op Dan. 2, wordt door de uitspraak van Mt. 24:15 en 16 alle andere verklaring verworpen en blijft alleen de IsraŽlietisch-profetische, de endgeschichtliche verklaring die welke de dingen uitlegt voor IsraŽls toekomst, in de eindtijd (the futurist interpretation) over.

Een en ander zal nader uit het vervolg blijken. We stellen ons hierbij evenwel niet tot doel van het gehele boek DaniŽl een verklaring te geven, maar alleen het voor ons oogmerk belangrijke naar voren te brengen. Wie een verdere uiteenzetting van het geheele boek wenst, zie daarvoor Ds. H. Bultema's werk: "Wie het leest, die merke daar op. Populaire verklaring van het boek DaniŽl". Hiermee nemen wij evenwel niet de gehele inhoud van dat werk voor onze rekening, doch vestigen er alleen de aandacht op als een van de werken, dat in de richting van ons standpunt gaat en wel de beste Nederlandse uiteenzetting is over deze profetie.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden