De Twee Babylons

Alexander Hislop


Appendix D
Ala-Mahozim



De naam "Ala-Mahozim" staat voor zover bekend nergens vermeld in de werken van profane schrijvers, en in de Schrift wordt deze naam enkel in een profetie teruggevonden. Als wij het gegeven onder ogen zien dat de schrijfwijze van de profetieŽn zodanig is dat zij een zekere vaagheid laten bestaan over de tijd die aan de voltrekking van de gebeurtenis vooraf gaat, ofschoon zij toch licht geven om de oprechten tot een praktische gids te zijn, dan is het niet verwonderlijk dat een ongebruikelijk woord wordt gebezigd om daarmee de onbekende godheid te beschrijven. Maar hoewel deze precieze naam niet gevonden wordt, hebben wij een synoniem dat kan worden teruggevoerd tot Nimrod.

In SANCHUNIATHON (pp.24, 25) wordt gezegd dat "Astarte een ster van de hemel zag vallen, die opraapte en wijdde tot het heilige eiland Tyrus". Wat kan dit verhaal anders zijn dan een andere versie van de val van Mulciber uit de hemel (zie ante, p.233), of van Nimrod van zijn hoge positie, want wij hebben reeds gezien, zoals door Macrobius wordt aangetoond (Saturnalia, boek I, h.21, p.70), dat het verhaal van Adonis, de beweende, een zo geliefd thema in PhoeniciŽ, oorspronkelijk uit AssyriŽ kwam. De naam van de grote god van het heilige eiland Tyrus, zoals bekend is, was Melkart (KITTO, Illustrated Commentary, deel II, p.300), maar deze naam, zoals die van Tyrus naar Carthago is gekomen, en vandaar naar Malta (dat door Carthago werd gekoloniseerd) waar het tegenwoordig op een monument te zien is, werpt in niet geringe mate licht op dit onderwerp. Sommigen menen dat de naam Melkart afkomstig is van Melek-eretz, of "Koning der aarde" (WILKINSON, deel V, p.18), maar de wijze waarop deze op Malta wordt afgebeeld, toont aan dat het in werkelijkheid Melek-kart, "Koning van de ommuurde stad" was (zie WILKINSON, Errata tot aan deel V). Kir, hetzelfde als het woord Caer uit Wales, zoals dat wordt teruggevonden in het woord Caer-naevon, betekent van een "omringende muur", of een "stad die volledig is ommuurd", en kart was de vrouwelijke vorm van hetzelfde woord, zoals gezien kan worden aan de verschillende vormen van de naam Carthago, zoals soms Car-chedon, Cart-hada of Carthago.

In het boek Spreuken vinden wij een kleine variatie op de vrouwelijke vorm van kart, dat aantoonbaar wordt gebruikt in de betekenis van een bolwerk of fortificatie. Zo lezen wij in Spreuken 10 vers 15: "De bezitting van de rijke is zijn sterke stad," (Karit), dit is zijn sterk bolwerk of verdediging. Melk-kart, "koning van de ommuurde stad", drukt hetzelfde idee uit als Ala-Mahozim. In GRUTER, Inscriptions, zoals door Bryant aangehaald, vinden wij een titel die ook aan Mars werd gegeven, de Romeinse god van de oorlog, en die ook precies overeenkomt met de betekenis van die van melkart. Wij hebben elders reeds voldoende reden gezien om aan te nemen dat Mars van oorsprong Nimrod was (pp.44, noot). De titel waarnaar ik verwijs bevestigt deze conclusie, en ligt opgesloten in de volgende Romeinse inscriptie op een klassieke tempel in Spanje:

"Malacae Hispaniae
MARTI CIRADINO
templum communi voto Erectum."
(zie BRYANT, bundel II, p.454).

Deze titel toont aan dat de tempel gewijd was aan "Mars kir-aden", de heer van "De Kir", of "ommuurde stad". De Romeinse C, is, zoals algemeen bekend een harde klank, zoals de K, en Adon, "Heer", is ook Aden. Met deze aanwijzing kunnen wij meteen ontrafelen wat tot dusver de mythologie heeft beziggehouden met betrekking tot het verschil tussen de naam Mars Quirinus en Mars Gravidus. De K in Kir is wat in het Hebreeuws of Chaldees een Koph wordt genoemd, en andere letter dan de Kape, en die regelmatig als een Q wordt uitgesproken. Daarom betekent Quir-inus, "behorend tot de ommuurde stad", en heeft betrekking op de veiligheid die door de omsluitende muren aan de steden werd gegeven. Aan de andere kant komt Gravidus van "Grah", "conflict" en "divus", "god", een andere vorm van Deus, waarvan de Chaldese oorsprong reeds is aangetoond, en daarom de betekenis heeft van de "god van de strijd". Deze beide titels komen overeen met de aard van Nimrod als de grote stedenbouwer en de grote krijgsman, en dat deze beide afzonderlijke persoonlijkheden voortkomen uit de twee namen waaraan gerefereerd is, hebben wij duidelijk kunnen zien in Fuss, Antiquities, h.IV, p.348. "De Romeinen," zegt hij, "vereerden twee van dat soort afgoden (dat wil zeggen, goden met de naam Mars), de ene heette Quirinus, de bewaarder van de stad met zijn vrede, de andere heette Gravidus, belust op oorlog en slachting, wiens tempel buiten de stadspoort stond."





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden