De Schriften en de Bijbel
De Statenbiibel schrijft �hel� voor de volgende Gr. woorden: Had�s, Ge-enna, Tartaros. Deze komen in de Gr. Schriften voor:
Wij stellen voor deze woorden onvertaald te laten en ze zo in onze Bijbel op te schrijven.
GELOOF - VERTROUWEN - GETROUWHEID. Laat ons twee Gr. woorden onderzoeken (en de verwante werkwoorden): pepoith�sis en pistis. Pepoith�sis. 2 Kor. 1:15; 3:4; 8:22; 10:2; Ef. 3:12; Fil.,3:4. Het is �vertrouwen�. Het werkwoord wordt op allerlei wijzen vertaald. Wij geven alleen de teksten, waar het door �geloven� is overgezet. Hand. 17:4; 23:21; 26:26; 27:11; 28:24 men vervange dit door �overtuigd zijn� of �vertrouwen�. Pistis is het ware, goddelijke geloof. Als men God gelooft, is men absoluut zeker. Het heeft ook de betekenis van �trouw�, �getrouwheid�. Dit is in het bijzonder het geval als het de Heere betreft: Rom. 3:22, 26; Gal. 2:16; 3:22; Ef. 3:12; Fil. 3:9. Lees overal: �getrouwheid van Christus�. Dat is een vast fundament. - Pistos (gelovig) heeft altijd meer de betekenis van �getrouw� en is dikwijls zo vertaald. Men schrijve �getrouwen� in Ef. 1:1; Kol. 1:2 want dat kenschetst die heiligen. - Zo wijst �apistos�, niet een ongelovige aan, maar een �ongetrouwe�, zie 1 Tim. 5:8, dat spreekt van een gelovige, die erger dan �ongetrouw� is. Ook in 2 Tim. 2:13 is �ontrouw� niet �ongelovig�.
Schriftonderzoek is voor ons maar een middel. Christus en Zijn volheid is ons doel.
|
||||||||||||