Levend Water

Wat de Christen
het meest nodig heeft

door
Dr. E.W. Bullinger

Wat de Christen het meest nodig heeft





Er is ťťn ding dat de Christen meer nodig heeft dan welke andere zaak ook. Er is ťťn ding, waarop alle geestelijke gaven berusten en waaruit alles voortkomt dat de Christen bezit.

Uit God's Woord en uit eigen ervaring hebben wij al geleerd dat

"wij niet weten wat wij bidden zullen naar behoren",

maar wij hebben misschien ook reeds ervaren dat

"de Geest zelf voor ons pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen" (Romeinen 8:26).

De Geest weet waarvoor wij behoren te bidden. Hij weet wat wij nodig hebben. Hij treedt voor ons bij God tussenbeide en helpt ons. Hij leert ons hoe we bidden moeten. Het was onder Zijn leiding dat de apostel Paulus in Efeze 1:17 voor de gelovigen bad:

"dat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid u geve de Geest, der wijsheid en van openbaring in de rechte kennis van Hem".

De kennis van Hem, de ware kennis van God, is datgene waarnaar dit gebed in de eerste plaats uitgaat. Als de Heilige Geest deze bede de voorrang geeft, moet dit zijn omdat de ware kennis van God voor de Christen belangrijker is dan welke zaak ook. Ja, zij is zelfs belangrijker dan alle andere zaken tezamen.

Op deze kennis is het gehele geloofsleven van de Christen gebaseerd. Zij is de kern en het uitgangspunt van al zijn denken en handelen. Zij is ook de basis waarop ons vertrouwen in God rust.

Wij kunnen in het gewone leven een persoon niet vertrouwen als wij hem niet kennen. In ieder geval is het veiliger om aan een persoon, die wij niet kennen niet ons vertrouwen te schenken en als regel doen wij dat ook niet. Maar andersom valt het ons moeilijk om een persoon, die wij goed kennen niet te vertrouwen.

Waarom stellen wij ons vertrouwen niet geheel op God? Dat is omdat wij Hem niet voldoende kennen. Zo ontdekken wij, dat kennis van God datgene is, wat wij als Christenen het meeste nodig hebben. De eerste stap van onze Christelijke loopbaan moet zijn die kennis te verwerven.

De mate waarin wij ons leven aan God toevertrouwen zal steeds in overeenstemming zijn met de mate waarin wij Hem kennen. Indien wij bij voorbeeld een miljardste deel van God's oneindige wijsheid zouden kennen, dan zouden wij zien, dat onze eigen wijsheid niet meer dan dwaasheid is. Wij zouden dan geen stap meer durven doen en ons haasten om het leren kennen van Zijn wil als eerste vereiste in ons geloofsleven voorop te stellen. Het zou dan onze grootste vreugde worden om Hem in alle zaken voor ons te laten beslissen en Hem de Leidsman van ons handelen te laten zijn.

Wij zouden dan zeggen: "Heer, ik ben zo dwaas en onwetend, ik weet niets en ik kan niets, ik kan alleen maar zien wat er nu is en ik weet niets van wat er komen zal, maar U kunt het einde zien vanaf het begin. Uw wijsheid is eindeloos en Uw liefde kent geen grenzen en ik verheug mij erin, dat mijn Verlosser en mijn Heer bevestigde, dat U mij heeft liefgehad zoals U Hem liefhad (Joh. 17:23)". Daarom is "Uw wil geschiede" bovenal de wens van mijn hart.

Dit gaat veel verder dan passief "bereidwillig" zijn. Wij kunnen bereid zijn ons in een situatie te schikken omdat het nu eenmaal niet anders kan. Dat kan een Christelijk getint fatalisme zijn. Een Mohammedaan kan zich op deze wijze aan de wil van zijn god overgeven. Maar waar wij over spreken gaat veel verder dan een "zich overgeven", ook al word dit laatste vaak als een noodzaak voor het bereiken van een zekere graad van heiligheid gepredikt.

Er zijn ook gelovigen, die op een nog lagere trap leven. Deze zijn nog niet "bereidwillig" om zich aan God's wil te onderwerpen, maar zij streven er nog naar om "bereid" te worden. Deze mensen hebben nog niet ingezien, dat zij in deze positie verkeren doordat zij God niet kennen en niet weten hoe oneindig Zijn liefde en hoe groot Zijn wijsheid is. Zij hebben ook niet ervaren hoeveel zegen het brengt en hoe aangenaam het is om Zijn wil te kennen.

Indien zij hiervan slechts iets zouden weten, zouden zij zich naar dit kennen van God uitstrekken. Het zou dan hun grootste en ernstigste verlangen worden om nauwkeurig te doen wat God behaagt in ons en voor ons en door ons te doen. Omdat zij dit geheim niet kennen blijven Christenen er overal naar streven om door inspanning van eigen krachten aan God onderdanig te worden. Zij menen vaak, dat het volbrengen van "geloofsdaden" hen in de juiste positie tegenover God kan brengen. In plaats van zich op Zijn liefde en Zijn wijsheid te richten, houden zij steeds de aandacht op zichzelf en op hun goede daden gericht. Maar dit is alles vergeefse moeite. Zelfs als men zich door inspanning tot een staat van "overgave" zou kunnen brengen, dan zal toch blijken, dat deze toestand niet blijvend is. Het zal zijn alsof men kunstbloemen bevestigt aan een plant. Zij mogen er soms natuurlijk en mooi uitzien maar zij hebben geen geur en geen leven, zij dragen geen vrucht en vormen geen zaad. Deze dingen laten zich niet langs kunstmatige weg tevoorschijn brengen, doch zij komen, langs God's weg, vanzelf en zonder inspanning tot stand. Een kunstmatige ingreep zal zelfs de normale werking van God's Geest schaden.

Het moeilijke met ons is, dat wij - als wij diep in ons hart kijken - eigenlijk menen alles beter te weten. Wij zullen dit niet gaarne openlijk uitspreken en wij erkennen dit vaak ook niet ruiterlijk tegen onszelf. Maar deze neiging maakt het zelfs al moeilijk om "bereidwillig" te zijn. Indien wij Hem zouden kennen en geloofden, dat Hij beter dan wij weet wat goed voor ons is, dan zouden wij zelf geen enkele inspanning meer doen om te weten te komen wat van ons wordt verwacht, maar dan zouden wij nog slechts een onweerstaanbaar verlangen hebben om Zijn wil te leren kennen.

Voordat wij verder gaan om nog enkele praktische uitwerkingen van deze ware kennis te overwegen, doen wij er goed aan er nota van te nemen, dat er in de oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament, het Grieks, twee woorden worden gebruikt voor het begrip "kennis van God". Twee werkwoorden, welke beide "kennen" betekenen. Daar zij soms beide in hetzelfde vers worden gebruikt, is het erg belangrijk, dat wij nauwkeurig opletten waar de Heilige Geest, die alle woorden heeft gekozen, speciaal de aandacht op wil vestigen. Er bestaan ook nog vier andere woorden, die in de vertaling met "kennen" worden weergegeven, maar de twee eerstbedoelde komen het meeste voor.

  1. Het ene is "oida". Het betekent "kennen zonder daar moeite voor behoeven te doen" en het verwijst naar wat wij intuÔtief of als historisch feit weten.

  2. Het andere is "ginosko" en het betekent "leren kennen" door ervaring, door onderzoek of door een leerproces.

Het verschil komt duidelijk uit in de volgende teksten. Joh. 13: 7, "wat Ik doe, weet gij nu niet". Hier wordt het eerste woord gebruikt en dit leert ons dat Petrus geen intuÔtief inzicht had in wat de Heer deed en dat hij daar niets van kon begrijpen.

De Heer zegt hierna echter:

"maar gij zult het later verstaan".

Voor "verstaan" wordt het tweede woord gebruikt en dit leert ons dus dat Petrus door ervaring en openbaring later inzicht zou krijgen in wat de Heer toen deed.

Joh. 8:55, "Gij kent Hem niet (dat wil zeggen, gij zijt nog niet zover gekomen, dat gij Hem hebt leren kennen, tweede woord), maar ik ken Hem (het eerste woord) van nature en indien Ik zeide Ik ken Hem niet (het eerste woord), dan zou Ik u gelijk zijn, een leugenaar doch Ik ken Hem (eerste woord)".

Hier spreekt de Heer erover, dat Hij de Vader van nature kent en zegt Hij, dat degenen tot wie Hij sprak dit natuurlijke kennen niet hadden en zelfs nog niet zover gekomen waren dat zij enige kennis van God verworven hadden.

1 Joh. 5:20, "Doch wij weten (no.1 - als historisch feit) dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen" (no.2 - te leren kennen)

Hier wordt geleerd dat iemand God eerst kan leren kennen als hij tevoren eerst inzicht ontvangen heeft om geestelijke zaken te kunnen waarnemen.

Hiermee stemt overeen 1 Cor. 2:14

"Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest God's is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het/slechts geestelijk te beoordelen is".

De natuurlijke mens heeft geen inzicht in geestelijke dingen en hij beschikt ook niet over een mogelijkheid om ze te leren kennen. Eerst moet hij een geestelijk onderscheidingsvermogen ontvangan. Dan kan hij ze niet alleen onderscheiden maar zal hij er vreugde in vinden en er zijn gehele hart op zetten om inzicht in geestelijke dingen te verkrijgen en om de enige waarachtige God en Jezus Christus, die hij gezonden heeft, te leren kennen. "Dit nu is het eeuwige leven" (Joh. 17:3.)

Op deze wijze wordt opnieuw duidelijk, dat het leren kennen van God datgene is wat wij het meeste nodig hebben. Deze kennis is niet alleen de enige grond voor vertrouwen in God, niet alleen de enige grond voor het Christelijk geloof, maar de enige grondslag voor het Christelijk leven. De praktijk van ons leven als Christen en de manier waarop wij ons gedragen zal in direct verband staan tot de mate van onze kennis van God. In Col. 1:9-10 vinden wij de praktische uitwerking van het gebed in Efeze 1:17. Dit gebed is hiervoor reeds geciteerd. In Col. 1:9-10 wordt het nogmaals genoemd maar nu met een toepassing voor ons praktische leven:

"daarom houden ook wij... niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van Zijn wil vervult moogt worden in alle wijsheid en geestelijk inzicht om den Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God."

Overweeg nauwkeurig de strekking van deze woorden: "Daarom houden ook wij, sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden, en te vragen ...". Wat te vragen? "... dat gij met de rechte kennis (dit zelfstandig naamwoord is afgeleid van het 2e woord, verkregen kennis.) van Zijn wil vervuld moogt worden in alle wijsheid en geestelijk inzicht." Waarom? "Om den Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God."

Dus om waardig voor de Here te wandelen moet ik Hem kennen? Precies! Als ik Hem in alles wil behagen moet ik weten wat Hem behaagt. Is dat alles wat nodig is? Ja, dat is alles. Behoef ik dan niet jachtig heen en weer te rennen, van bijeenkomst naar bijeenkomst? Neen, ik moet mij rustig voor God's woord zetten en Hem daardoor leren kennen. Er is geen andere manier om Hem te leren kennen. En Hij heeft ons juist Zijn Woord gegeven en zich daarin geopenbaard opdat wij het zouden bestuderen en erin ontdekken wat Hem behaagt, wat Hij liefheeft, wat Hij haat, wat Hij doet. Om Zijn wijsheid te leren kennen, Zijn wil, Zijn oneindige liefde, Zijn almacht, Zijn trouw, Zijn heiligheid, Zijn rechtvaardigheid, Zijn waarheid, Zijn goedheid en genade, Zijn geduld, Zijn vriendelijkheid, Zijn zorg en al de ontelbare andere kentekenen van onze grote en heerlijke God.

Ontdek dat wij deze kennis absoluut moeten bezitten als wij God willen behagen.

Wij kunnen iemand uit onze vriendenkring geen plezier doen als wij niet weten wat hij of zij plezierig vindt. Als wij ze een cadeau willen geven zullen we eerst proberen te ontdekken wat hij of zij nodig heeft of graag zou willen hebben. Als wij een gast ontvangen, proberen wij ons te herinneren of er achter te komen waar hij van houdt in eten en drinken en wat hem interesseert of waar hij graag heen gaat. Indien wij dat niet te weten kunnen komen zullen wij ernaar moeten gissen en zullen wij misschien wel en misschien niet erin slagen het hem naar de zin te maken. Wij zullen ons dan misschien wel erg voor hem inspannen en kosten noch moeite sparen, maar we lopen toch nog de kans, dat wij precies die dingen zullen doen waaraan hij nu juist een hekel heeft.

Zo staat het ook met God. Hoe kunnen wij te weten komen wat Hem behaagt? Hoe ontdekken wij welke dingen Hij op prijs stelt?



UITSLUITEND UIT ZIJN WOORD !


Daaruit en daaruit alleen kunnen wij Hem leren kennen. Daardoor alleen zullen wij kennis kunnen krijgen van de draagwijdte van het gebed van Ef. 1:17 en kunnen wij weten welke zegenrijke uitwerking dit gebed volgens Col. 1:9-10 heeft. Niemand kent deze dingen van nature. Geen enkele predikant kan ze ons bijbrengen, behalve als hij het Woord zelf voor ons laat spreken. Eigen gedachten zijn van geen waarde. Het zou immers mogelijk zijn, dat er iets verkeerd begrepen is en dan zou misleiding het gevolg zijn. Een predikant kan ons alleen helpen als hij ons helpt het Woord zelf te verstaan. God heeft zichzelf in het Geschreven Woord, dat de Waarheid is, geopenbaard en in Zijn Zoon, het Levende Woord, de Here Jezus Christus. En doordat dit Woord door de Heilige Geest in onze harten wordt geopenbaard, kunnen wij Hem, die het eeuwige leven is, leren kennen.

Dit is de reden waarom het geschreven Woord aan ons is gegeven. Het is niet bedoeld als bron van bepaalde inlichtingen, ook niet als naslagwerk, maar alleen om de onzienlijke God bekend te maken.

Waarom lezen wij dit Woord? Waarom slaan wij het open? Wat is of behoort onze bedoeling daarmee te zijn? Lezen wij alleen een gedeelte, dat iemand anders voor ons heeft uitgezocht? Lezen wij een gedeelte omdat wij iemand beloofd hebben dat te zullen lezen? Of openen wij het Woord en gaan er rustig voor zitten alleen met de bedoeling om God te leren kennen en Zijn gedachten en Zijn wil te leren kennen.

Degenen, die niet met deze bedoeling het Woord bestuderen zijn bezig om zich uit hun eigen gedachten en eigen verbeelding hun eigen god te maken. Zij komen niet verder dan tot wat zij menen wat hun god op prijs stelt. Duizenden maken hun goden met hun handen, van hout, van steen of zelfs van brood. Duizenden anderen denken hem zelf uit. Maar, omdat God's Woord door hen niet op de juiste wijze wordt gehanteerd blijven zij onbekend met de God, die zichzelf daarin heeft geopenbaard. Men ziet hoe dit ook naar voren komt in wat men noemt de "openbare eredienst" of wat wordt aangeduid als "godsdienstoefening". Hierin eren velen slechts de "onbekende god" en dienen slechts zichzelf, bestuderen slechts wat hun zelf uitkomt, en doen wat goed is in hun eigen ogen. Zij besteden vaak in het geheel geen aandacht aan de fundamentele uitspraak in Johannes 4:24.

"God is Geest en wie Hem aanbidden MOETEN Hem aanbidden in geest en in waarheid (hetgeen zeggen wil, waarlijk aanbidden in de geest)".

Veel mensen gaan naar een soort van eredienst, naar eigen smaak en zeggen dan "hier houd ik niet van" of "dit vind ik fijn" alsof plaatsen voor eredienst bestemd zijn voor bezoekers, die menen daar naar bun eigen inzichten te kunnen handelen en die het woord "moeten", voor de sfeer waarin de eredienst moet plaatsvinden, maar vergeten.

Eredienst "moet" alleen in de geest plaatsvinden. Wij kunnen God, die Geest is, niet dienen met onze ogen door te kijken naar iets dat gedaan wordt. Wij kunnen God niet dienen met onze neusorganen door geuren waar te nemen, of deze nu tot een ceremonie behoren of niet. Wij kunnen God niet dienen met onze oren door naar muziek te luisteren hoe mooi die ook ten gehore moge worden gebracht. Neen! Eredienst heeft niets met enig lichamelijk orgaan te maken, noch met bepaalde gevoelens. Zij moet geestelijk zijn en niet gevoelsmatig. De aanbidders moeten geestelijke aanbidders zijn, want de Vader 'zoekt zulke aanbidders (Joh. 4:23).

Hoevelen van zulke aanbidders komen er in onze kerken en zalen? En hoevelen aanbidden er slechts de "onbekende god"? (Hand. 17:23)

Als men de ware God zou kennen, de Grote, de Hoge en de Heilige God, die niet woont in tempels met handen gemaakt, de God, die in de eeuwigheid woont, in Wiens oog zelfs de hemelen niet zuiver zijn en die Zijn engelen beschuldigt van dwaasheid, zou het dan mogelijk zijn, vragen wij, dat iemand, die Hem kent ook maar een ogenblik zou kunnen denken, dat Hij iets anders zou zoeken dan aanbidders in de geest? Dat Hij gediend zou kunnen worden door een gemeente, die de Bijbel in een boek met woorden zonder onderlinge samenhang heeft veranderd? Of door een meisje, dat een solo zingt en daar bij probeert een zo hoog mogelijke noot zo lang mogelijk vast te houden? Is DAT wat de grote en oneindige God zoekt? Is dat de gesteldheid die de gelovige naar hij zegt MOET hebben? Absoluut niet. En hoe groter de onwetendheid over God, des te dieper en meer gedegenereerd zullen de zogenoemde erediensten worden.

Het feit, dat God alleen aanbeden moet worden in de Geest is ook van veel belang voor ons dagelijkse leven. Deze waarheid houdt ook in, dat wij alle pogingen opgeven om door eigen activiteiten tot God te naderen. Dit is van grote invloed op ons gebedsleven. Waarom zegt God's Woord zo vaak dat wij moeten bidden? Omdat gebed bedoeld is om ons nederig te maken, hulpeloos en afhankelijk. Gebed moet ons met het gezicht in het stof doen buigen voor de Almachtige God.

Wat vinden wij vaak in de plaats hiervan? Wij maken vaak wat bedoeld is om ons klein te houden tot een Troon, vanwaar wij God opdragen wat Hij voor ons moet doen en wat Hij aan de regeringen en aan de politieke ontwikkelingen in de wereld moet doen. Dit komt voort uit de hoogmoed van de "oude mens" in ons. Deze brengt ons ertoe dat wij terwijl wij niet eens onze eigen zaken goed kunnen regelen, niet aarzelen om ons de zeggenschap over het gehele universum toe te eigenen en daarbij God maar even de weg voorschrijven.

Een ware kennis van God zou tot een heel andere situatie leiden. Wij zouden inderdaad vaak bidden, maar wij dienen zo vervuld te zijn van Godís wijsheid en kracht en goedheid, dat wij ermee ophouden te bidden alsof wij meer medegevoel met mensen zouden hebben dan Hij, en meer gebukt zouden gaan onder het feit dat er zonde is en er zondaars zijn, dan Hij en alsof wij meer belang zouden hebben in Zijn Werk dan Hijzelf. Wij dienen inderdaad in veel dingen duidelijk te zijn, in ons gebed, en dat kunnen we zijn, voor zover wij uit Zijn Woord weten wat wij moeten vragen. Maar wij dienen er even "duidelijk" in te zijn om al onze zorgen bij Hem te laten. Wij zullen dan ophouden de verantwoordelijkheid voor allerlei zaken in het leven op ons te laden. Wij zullen dan zeggen:

"Heer, doe zoals U het goeddunkt, luister niet naar hetgeen ik U vraag als U ziet, dat het niet goed voor mij zou zijn. Doe niet iets of geef niet iets omdat ik dat gevraagd heb of meen nodig te hebben. Houd het maar achter, als U, die het einde ziet vanaf het begin, ziet, dat het geen zegen zal brengen. Ik ben zo dwaas en zo onwetend tegenover U en U bent zo wonderbaar, zo wijs en zo goed. U bent de Goedheid en de Genade zelf en Uw liefde is zo oneindig dat U alleen maar dat kunt doen wat rechtvaardig en wijs en goed is. Uw wil is de liefde zelf. 0, dat ik met de kennis van Uw wil vervuld moge worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht moge krijgen."

Naar de mate waarin wij deze kennis van God en van Zijn wil bezitten, zullen wij in deze geest zonder ophouden bidden en aldus onze verlangens bij God bekend maken.

Wanneer wij er uitdrukkelijk om bidden, dat onze wil geschieden moge, betekent dat (en als wij eerlijk zijn, zullen wij dat toegeven), dat wij zelf alle verantwoordelijkheid op ons nemen, die de vervulling van ons verzoek zou meebrengen. 0, wat een verschrikkelijke verantwoordelijkheid is dat en hoe onnodig is het om zulk een last op ons te laden, terwijl God juist iemand gezonden heeft, die onze last wil dragen en die in leven en dood voor ons verantwoordelijk wil zijn. (Joh. 6: 39.) Hoeveel beter is het dan om onze zaken in Zijn hand te laten.

Als wij iemand aanstellen om enig werk voor ons te doen en wij hem vragen hoeveel wij hem moeten betalen, zal hij kunnen zeggen: "Dat laat ik aan U over mijnheer" Waarom zou hij dat zeggen? Omdat hij heel goed weet, dat wij dan waarschijnlijk meer zullen geven dan wanneer hij zelf een bedrag noemde.

Zo is het ook met God. Als wij Hem goed genoeg kennen, kunnen wij, als wij Hem iets vragen, er rustig bij zeggen "Ik laat het aan U over, Heer." Wij hebben Zijn verzekering dat Hij "bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen" (Ef. 3:20.) Als wij zelf gaan bedenken wat God zou moeten doen, dan leggen wij Hem dus beperkingen op. Hoeveel beter is het om Hem zelf te laten bepalen hoever Hij wil gaan en wij kunnen dat eerst goed doen als wij Hem kennen.

Neem een ander voorbeeld. Er is een vriend in grote moeilijkheden gekomen en wij zijn van plan hem daaruit te helpen en hem weer een nieuwe kans te geven. Hij echter, komt naar ons toe en vraagt ons een gering bedrag te leen, waarmee hij slechts tijdelijk geholpen zal zijn, waarna hij opnieuw tegenover zijn probleem zal staan. Hij beperkt onze macht! Hij kon zich met zijn beperkte denkwijze niet indenken, dat wij in staat en bereid zijn hem overvloedig te helpen. Als wij op zijn verzoek ingaan en hem geven wat hij vraagt en hem een klein bedrag lenen zal hij slechts een geringe hulp ontvangen. Waarom heeft hij geen hogere dunk van ons vermogen en onze liefde? Omdat hij ons niet goed genoeg kent. Dat is het geheim en daarom wordt hij niet van zijn zorgen bevrijd. Hij denkt, dat hij het beter weet dan wij en veronderstelt, dat onze bereidheid om te geven even gering is als zijn gedachten daarover.

0, wat is het geweldig om de liefde en de kracht en de wijsheid van onze God te kennen. Wat kan die een verandering teweegbrengen in onze gebeden en in onze levens.

Laten wij nog op een ander terrein de uitwerking van deze kennis van God bezien, en wel in het zendingswerk. Waaruit bestaat de taak van een zendeling? Eerst biedt hij zich voor dit werk aan en wordt hij geaccepteerd. Hij wordt dan voor zijn taak getraind en hij leert een bepaalde taal. Na enige tijd is hij zover, dat hij in die taal kan spreken en er komt een gelegenheid om dat te doen. Maar wat moet hij nu gaan zeggen? Wat is het eerste, dat hij zijn hoorders zal moeten gaan leren? Is dat niet het feit dat er een God is en zal hij vervolgens niet moeten gaan verklaren wie God is en hoe Hij handelt? Zal hij niet moeten laten zien hoe hoog de levende God boven alle gedachten en ideeŽn van zijn heidense hoorders verheven is? En hoe Hij zich heeft bekendgemaakt in Zijn Woord? En dan die openbaring verder uitleggen en dat Woord voor de harten der mensen doen spreken? Wij zien boe een ware kennis van God het uitgangspunt is voor alle zendingsarbeid. Hoe kan iemand over God spreken tenzij hij Hem kent? En hoe kan God gekend worden dan uit Zijn Woord? Daarom is het uiterst noodzakelijk, dat wij dat Woord bestuderen, niet alleen om daar voor onszelf vreugde aan te beleven maar ook om in staat te zijn te spreken over Hem van Wien dat Woord als een getuigenis gegeven is.

Tot hiertoe hebben wij slechts gesproken van een kennis van God - de Vader. Maar het is ook van het grootste belang, dat wij een ware kennis van Christus zullen hebben. Dit is voor een Christen zijn voornaamste doelstelling en tevens zijn grootste behoefte. Heel duidelijk en met klem wordt dit uiteengezet in Filip. 3 In het negende vers wordt onze positie in Christus uitgedrukt door de woorden:



IN HEM


Hier wordt gezegd, dat wij geen eigen gerechtigheid moeten nastreven, maar die welke door het geloof in Christus is: "de gerechtigheid die uit God is op grond van het geloof".

Als wij met deze gerechtigheid bekleed zijn, is er niets meer zichtbaar van onszelf. Het is als met de stenen in de tempel; zij waren eerst bedekt met cederhout en het cederhout was bedekt met goud. En dan staat er: "er werd geen steen meer gezien". Deze laatste woorden zijn voor een goed begrip eigelijk overbodig, want hoe zou men de steen nog kunnen zien als hij met twee andere stoffen overdekt is? Maar deze woorden zijn opzettelijk toegevoegd omdat God in Zijn genade de nadruk wil leggen op dit beeld als antitype en om ons er nog eens duidelijk op, te wijzen dat, als wij door de gerechtigheid van Christus bedekt zijn, er niets van onszelf meer zichtbaar is voor God. Onze positie is al reeds "In de hemelse gewesten in Christus" en wij zijn aangenaam voor God in Zijn aangename verschijning en wij zijn volmaakt in Zijn Volmaaktheid en worden aangenomen om Zijn verdiensten. Wij zijn rechtvaardig in Zijn rechtvaardigheid, ja, zelfs zijn wij heilig omdat Hij heilig is en worden wij door de Vader geliefd omdat Hij door de Vader geliefd wordt. Dit alles is begrepen in de woorden "IN HEM ".

Allen wier positie op deze wijze "in Hem" is, hebben volgens de verzen 20 en 21 van Filip. 3 als hoop door de opstanding en de opname bij Zijn komst te worden:

"Gelijkvormig aan Hem"

Want er staat immers, dat wij

"De Here Jezus Christus als Verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmee Hij ook alle dingen aan Zich kan onderwerpen."

Dit is onze "zalige hoop". Wij stappen met voorbijgaan van de tussenliggende verzen meteen van vers 9 naar vers 20 van dit hoofdstuk om meteen te laten zien waar het "in Hem" zijn aan het eind van ons leven als Christen uiteindelijk toe leidt.

En wat ligt er tussen dit begin en einde van onze loopbaan? Waarmee houdt ons hart zich bezig vanaf het moment dat wij aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig zullen zijn? Wat is het ene verlangen van ons hart en onze geest?



"HEM TE KENNEN" !!


Deze woorden worden in het 10e vers van Filip. 3 gebruikt en het gaat hierbij om "leren kennen" En evenals het negende vers de verklaring geeft voor de woorden "in Hem", verklaart het tiende vers hoe en waarom wij Christus moeten leren kennen. Niet zoals Hij was toen Hij in het vlees op aarde was, maar om Hem te leren kennen "in de kracht van Zijn opstanding" en "gemeenschap te hebben aan Zijn lijden". Het gaat er hierbij niet om, dat wij het historische feit van Zijn lijden en opstanding aanvaarden, maar dat wij de "kracht" onderkennen die in de opstanding openbaar werd, welke kracht, indien wij in Christus zijn, ook in ons werkt.

Hoe kunnen wij deze kracht leren kennen? Alleen door gemeenschap te hebben aan Zijn lijden! Wij leren dan, dat toen Hij, het Hoofd van het lichaam leed, ook alle leden van dat lichaam in verborgen en gezegende gemeenschap met Hem leden, zodat wij gelijkvormig worden aan Zijn dood. Slechts als wij zo geleerd hebben dat wij leden toen Hij leed, en dat wij stierven toen Hij stierf, kunnen wij beginnen te zien, dat wij ook met Christus zijn opgestaan en kunnen wij ook de "kracht der opstanding" leren kennen. Hoe weinigen van ons kennen echter deze kracht. Hij neemt ons uit de oude schepping en plaatst ons in de nieuwe schepping, waar "alles uit God is" (2 Cor. 5: 17).

Het is voor een Christen noodzakelijk, dat hij weet wat deze opstandingskracht voor hem betekenen kan. Wat een indruk moeten deze woorden gemaakt hebben op de Grieken tot wie ze worden gericht (want Filippi is de eerste stad die Paulus in Europa bezocht). Zij waren opgegroeid met de leuze van Solon, de wijste van de zeven wijste mannen van Griekenland. Zijn leuze, die werd beschouwd alle wijsheid te omvatten, bestond uit slechts twee woorden, die boven de ingang van de scholen en collegezalen van Griekenland waren aangebracht:



Gnoosthe eauton
"KEN UZELF"


Hoe dwaas zijn deze woorden echter. Hoe kan iemand iets van zichzelf te weten komen door zichzelf te bezien? Als hij naar anderen kijkt, kan hij zien hoezeer hij van anderen verschilt en hoeveel beter of slechter hij wellicht is. Maar ook die ander biedt geen absolute maatstaf. Alleen indien wij ons met Christus vergelijken die Zelf de wijsheid en de heerlijkheid God's is, kunnen wij gewaar worden wat wij werkelijk zijn en hoeveel wij van die heerlijkheid nog missen (Rom. 3:23). Hij is de ware Maatstaf, Hij is volmaakt en zonder gebrek. Wanneer wij ons aan Hem spiegelen, zien wij ons in onze ware toestand van volstrekte onvolmaaktheid en volstrekte verlorenheid. Daarom roept de apostel Paulus de Filippenzen, die zichzelf zochten te kennen, onder inspiratie van de Heilige Geest toe, dat het nodig is



"HEM TE KENNEN"


Ja, dat is het enige, dat wij verlangen. Dat zal een geweldige verandering in ons leven brengen. Elk moment van ons leven, dat wij besteden om ons zelf te leren kennen is verloren tijd. Het is niet alleen niet goed besteed, maar het houdt ons ook af van het bereiken van datgene, dat ons leven waarlijk inhoud zal geven. Zolang wij naar onszelf blijven zien zullen wij nooit Christus zien en van Hem leren hoe wij werkelijk zijn.

En toch, hoevelen brengen hun leven door met ijdel zoeken. Zij lopen van hier naar ginds en volgen de ene mens na de andere. En omdat zij voortdurend met zichzelf bezig zijn, zichzelf onderzoeken of zichzelf proberen te bedwingen, komen zij steeds dieper in de put, of beleven zij momenten van vreugde die slechts duren zolang als er een sfeer van opwinding in stand wordt gehouden. Hoe anders is het om met Christus bezig te zijn, op Hem onze aandacht te richten en kennis te maken met Zijn opstandingskracht, die onze levens veranderen kan. Dat zullen wij ervaren en wel in toenemende mate naarmate wij Christus meer leren kennen.

Laten wij eens nagaan. Wat bracht de heidenwereld in zo een toestand van duisternis, verdorvenheid en zonde? Zij wilden God niet erkennen.

"Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden en hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen lijkt op het beeld van een vergankelijk mens" (Rom. 1:22,23).

Zo zijn de mensen vandaag. Zij kennen God niet, zoals Hij zich in Zijn Woord heeft geopenbaard, maar zij maken zichzelf goden. Soms in de vorm van zichtbare zaken, die zij vereren en soms in de vorm van een filosofie. Zij veronderstellen dan dat God is zoals zij zich dat voorstellen. In werkelijkheid vereren zij echter een god, die zij naar hun eigen beeld en gelijkenis zelf bedacht hebben. Waardoor dwaalde IsraŽl van God af en kwam het terecht in veel zorgen en in verdrukking? Jesaja legt de oorzaak als een Goddelijke aanklacht in enkele woorden bloot:

"Een rund kent zijn eigenaar
en een ezel de krib van zijn meester
maar IsraŽl heeft geen kennis
mijn volk heeft geen inzicht".

De Here Jezus wijst ook op dit gebrek aan kennis als Hij in Lucas 19:42-44 weent over Jeruzalem. Alles is begrepen in het begin en in de slotwoorden:

"Och, of gij ook op deze dag kennis had van wat tot Uw vrede dient"

Dit gebrek aan kennis zal tot hun oordeel leiden. Als oorzaak hiervoor noemt de Heer dan nogmaal:

"Omdat gij de dag dat God naar U omzag niet gekend hebt".

Op de dag dat IsraŽl in zijn heerlijkheid hersteld zal zijn, zal dit anders zijn. Dan is juist het kenmerkende dat zij wel kennis zullen hebben.

"Dan zullen zij niet meer ieder zijn naaste leren: kent de Here ! want zij allen zullen mij KENNEN van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken" (Jesaja 31: 34).

En wat zal onze geheime krachtbron zijn, waardoor wij in moeilijke dagen toch in staat zullen zijn om de Here te behagen en de vreugde van Zijn zegen te genieten?

Jeremia 9:23-24 geeft het antwoord:

"De wijze roeme niet op zijn wijsheid en de sterke roeme niet op zijn kracht, de rijke roeme niet op zijn rijkdom, maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstand heeft en Mij kent, dat ik de Here ben, die goedentierenheid, recht en gerechtigheid op aarde doe, want in zodanigen heb Ik behagen, luidt het woord des Heren".

Hiermee worden wij weer op ons punt van uitgang teruggebracht en worden wij gewezen op wat het belangrijkste moet zijn, waarnaar ons hart en ons verstand zich geheel moeten richten en waaraan wij onze dagen en onze jaren moeten besteden, namelijk de bestudering van het Woord van God. Dit heeft God ons slechts gegeven met de bedoeling Zichzelf daarin te openbaren, zodat wij

HEM ZULLEN LEREN KENNEN.




Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden