De verlossing der aarde

door

E.W. Hiebendaal



Het staat toch wel vast, dat de wetenschap en de techniek nooit het geheim van 's mensen leven kunnen doorgronden, noch zijn verwantschap aan God als zijn Schepper kan onthullen. Daarom kunnen de wetenschap en de techniek ons ook niet helpen om de schepping weer in harmonie te brengen met God.

De moderne vindingen verjagen juist alle rust, meditatie en concentratie, ze helpen de mens dus niet om rust te vinden voor de eewigheid, integendeel, veler geloof is juist door de ontwikkeling der wetenschap gaan wankelen. Beziet men een wereldkaart van de godsdiensten der aarde, dan realiseert men zich pas welk een klein gedeelte er staat aangegeven als protestanten rooms-katholiek. En hoeveel procent daarvan zijn dan nog waarachtige christenen? En welk een groot werk wacht er nog als de aarde vol moet worden van de kennis des Heren.

Zou dit dan op dezelfde manier en in hetzelfde tempo moeten gaan zoals wij in deze bijna 2000 jaar hebben gezien? En moet IsraŽl soms jaloers worden op deze wel goedbedoelde maar toch krachteloze inspanning, die wel enkelingen tot God brengt maar geen volken zoals de profeten in uitzicht stellen: "volken zullen tot u lopen, de menigte der zee zal tot u gekeerd worden".

Nee, het is wel aan te nemen dat noch de techniek noch de krachteloze, verwarrende massa der kerken Gods instrumenten kunnen zijn tot verlossing der aarde. Het roept alles om louteringen gericht van Gods wege. Zo geassimileerd en versplinterd als IsraŽl heden is, zo hoogmoedig en verhelleniseerd zijn de kerken ten opzichte van IsraŽl, Rome voorop.

Prof. Dr. K.H. Miskotte schrijft in het Wezen der Joodse Religie, blz. 517:

"Er is verband tussen Jes. 2 en Jes. 11, tussen het radicale oordeel en de radicale beloften. Wij zien een situatie van het geestesleven naderen waarin de verhoudingen der eerste eeuw onzer jaartelling terugkomen, waarin dus niet meer een geseculariseerd Jodendom en een verhelleniseerd Christendom tegenover elkaar staan of aan elkaar voorbijgaan, maar waarin na de lange spiraalgang der assimilatie aan weerskanten de Paulinische situatie en de door haar geŽiste beslissing terugkeert. Er blijft een rest". (aan WEERSKANTEN).

En toch spreekt Paulus niet van een wereld in stervensnood, dan was er geen uitzicht. Hij spreekt van een ganse schepping in barensnood, uit haar weeŽn zal straks iets nieuws geboren worden, het is geen zuchten der schepping naar een roemloze ondergang door welke oorzaak ook. Het is een nooit ophoudend protest tegen de toestand der schepping waarin zij heden verkeert. En hoe dichter wij de geboorte naderen van het hemels koninkrijk op aarde, hoe meer wij zullen horen het hijgen der schepping en der schepselen, een hunkeren, een met reikhalzend verlangen uitzien naar de verlossing! Want het Lam Gods HEEFT de doelmissing der kosmos! al weggedragen!

Wij verwachten dus dat volgens de Schrift deze boze aioon (eeuw, tijdperk) zal worden beŽindigd door gerichten, hevig en kort, misschien al in het komende geslacht. Die hevige gerichten waarin de gecultiveerde wereld zal ondergaan zijn niet anders dan het terzijde schuiven van een grendel, die het voortgaan van het plan Gods met IsraŽl en de wereld belemmert. Na het negatieve van het gericht (wat rechtzetten inhoudt) komt het opruimen van het al wat het positieve in de weg staat. Dat betekent dat God die dingen en die mensen wegdoet, die Hem verhinderen de mensheid en de dingen tot hun recht te doen komen.

Een Richter (Sjofet) is iemand, die het geknechte volk opricht, en de gerichten worden voorgesteld als grote bevrijdingen. (Dat de hemelen zich verblijden en de aarde zich verheuge, want Hij komt om de aarde te richten)!

God opent door gerichten een weg waardoor het gelouterde overblijfsel vrij kan doortrekken. Dan krijgt die rest een volle en nieuwe levenskans, waarmee God verder gaat. Eerst moet in deze eeuw nog veel onrecht tot volheid komen, opdat de grote ongerechtigheid (de antichrist) daaruit opkome. De ongereÁhtigheid baart de ongerechtige. Want, zegt 2 Thess. 2:7: de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alreeds gewrocht ... totdat hij uit het midden zal worden weggedaan. Alle onrecht is tijdelijk, de gerechtigheid is eeuwig (aionisch, behorende bij de eeuw, de a.s. Christusregering).

Een groot deel van het weerbarstige geslacht dat aan de levende God de voet dwars zet, zal omkomen. Alle experimenten van heden op politiek, sociaal of wetenschappelijk gebied zullen de oplossing niet brengen. De hedendaagse cultuur heeft reeds lang haar waarde verloren, daar zij de mensheid door haar zelfgeschapen krachten vernietigt en in voortdurende strijd de mensheid voor de keuze stelt Úf ondergang Úf fundamentele verandering van al haar grondslagen. Bijna gewelddadig beheerst de mens de natuur, doch hij is tegelijk dodelijk bang voor de uitwerking welke hij niet vermag te beheersen.

De hedendaagse cultuur en techniek belemmeren de mens te handelen volgens Gods wil. Maar bij de wederoprichting aller dingen, in de toekomende eeuw, zal Gods wil geschieden; er wacht een hervorming en vernieuwing van Ďs mensen verstand. Dan zal men leren onderkennen de wil van God, het goede, welgevallige, volkomene. Rom. 12:2b.

Dan is dus ook wetenschap en techniek naar Gods wil en tot Zijn verheerlijking. Wij weten dat God de mens VOOR de zondeval deed heersen over AL het geschapene, ook over de natuur. En wij geloven dat God de mens weder in deze staat zal herstellen, niet plotseling, niet onmiddellijk, maar middellijk, d.w.z. door middel van de nog komende aionen, Ef. 2:7.

De wederoprichting aller dingen moet inhouden een terugbrengen van de mens tot de staat van Adam, zoals hij naar Gods beeld en gelijkenis was geschapen; hij was bijna goddelijk in heerlijkheid en luister, Ps. 8:6. Misschien waren Adams geestvermogens ook niet aan de stof en de zinnen onderworpen ťn had hij een voor ons bovennormale kennis. Wij als nakomelingen van een van God afgevallen Adam derven (missen) die heerlijkheid Gods. Wij zijn aan tijd en ruimte onderworpen, maar de volkomen mens was dit waarschijnlijk niet. In de tijd der Handelingen zien wij flitsen van het komende Koninkrijk dat toen nabij gekomen was, maar terugweek. Matt. 13:23.

Zulk een flits is bijv. ook, dat de kamerling plotseling Filipus niet meer zag, want hij bleek in Asdod te zijn. Deze onzichtbare verplaatsing was geen kracht van deze eeuw, van een helikopter of iets dergelijks, maar het behoorde bij de krachten van de toekomende eeuw. Hebr. 6:5.

Thans leven wij in een wereld die van God afvoert. De mens kan veel maar niet zichzelve verlossen uit vergankelijkheid en dood. Elke bevrijding van het ene brengt verslaving van het andere mede, bijv. wij branden elektrisch licht als bevrijding van zonlicht, doch wij scheppen daarmede een continuele massaproductie. Wij mechaniseren de mens en maken hem tot een machine onderdeel. In het industriŽle productieproces verricht elk individu eenzelfde arbeidshandeling, maakt eenzelfde voorwerp weeft eenzelfde draad heel zijn arbeidsleven lang. Rom. 8 spreekt dan ook van de dienstbaarheid der verderfenis. In onze vergankelijkheid heerst nog de slavernij, voor de terechtbrenging der aardse toestanden heeft God het volk IsraŽl als instrument uitverkoren.

Zoals Adam het wezen der dieren doorzag en hun dienovereenkomstig namen gaf, zo zal de mens uiteindelijk zijn normale geestvermogen terug ontvangen en de mensen en dingen naar hun wezen kennen. Want de wetenschap van hetgeen GOD geschapen heeft zal vermeerderen en hierdoor zal men steeds meer Gods eeuwige Kracht en Goddelijkheid kennen. Rom. 1:20.

Zodra dus de mens zijn normale geestvermogens terug zal hebben, heeft hij geen telefoon, televisie of straaljager meer nodig. Het zal dan blijken dat onze hedendaagse techniek een tegemoetkoming was aan de zwakheid van de gevallen mens. De mogelijkheid van een wereldcatastrofe wordt meer en meer duidelijk. Na de verwoesting van de meeste grote steden (de steden der volken van Op. 16:19) en miljoenen "beschaafde" mensen moet men wel terugkomen tot een geheel andere levenstoestand. Dan is het ook mogelijk in die nieuwe toestanden de vormen der wet weer te kunnen onderhouden, waarover alle profeten spreken voor de toekomst. Het is juist onze tegenwoordige techniek, welke het aannemen van deze onomstotelijke waarheid in de weg staat. Men zoekt heden ten dage in IsraŽl naar een compromis om zowel techniek als de wet te kunnen vasthouden, maar Gods Woord zegt onverbiddelijk: "Tot de wet en tot de getuigenis, zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn dat zij geen dageraad zullen hebben". En de Heer Jezus zei: "Voorwaar, Ik zeg u totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal niet ťťn tittel of jota van de wet voorbijgaan totdat het alles is geschied".

Het TOTDAT duidt een bepaalde tijd aan. Het gaat niet om IsraŽl uiteindelijk, noch om de handhaving van het wettisch gezag, dat maar werktuig is en een voorbijgaand middel in de hand van IsraŽl om de uit deze aioon overgebleven heidenvolken die de tijding aangaande Mij nooit hebben gehoord met aanschouwelijk onderwijs tot God te brengen, Jes. 66:19. Gods Wet betekent levenswijze, zij zal een einde maken aan onze wetenschap als moderne afgod.

Er wordt tegenwoordig in de kerken veel gesproken over het a.s. Koninkrijk op aarde, maar als een verlengstuk der kerk, een vrucht van haar zending. De Raad van Kerk en IsraŽl zegt: "Het is zonde en jammer voor de zending onder de heidenen, dat in onze tijd de Joden nog niet meedoen. Hier staat een heel volk van boodschappers Gods ledig aan de kant. Vinden zij eenmaal de weg tot Christus, dan zal hun getuigenis aan de volken onze arbeid machtig komen versterken". Er wordt dus gehoopt hoe dan ook, dat de Joden spoedig mee zullen doen om de wereld te kerstenen, dan pas kan het Koninkrijk komen, het Vrederijk en daarna als sluitstuk de Komst van Christus en het Nieuwe Jeruzalem. (Zo ziet men het).

Het is hopeloos als IsraŽl en de wereld hierop moeten wachten. De bekeerde en begenadigde Jood Dr. A. Saphir ziet het o.i. juister. Hij ziet de zg. kerkgeschiedenis niet tussen Christus' hemelvaart en wederkomst, maar tussen de verwoesting van Jeruzalem en de komst van de anti-christ. Hij zegt in zijn boek "Het gebed des Heren" blz. 93: "De wereld zal niet langzamerhand in het Koninkrijk overgaan, maar de wereld zal geoordeeld worden. Daar komt een crisis". En dan ziet Dr. S. de gang der historie zo: "Van Abraham tot de verwoesting van Jeruzalem, dan pas de bedeling der Gemeente tot aan de regering van de anti-christ, waarna Christus zal neerdalen om de mens der zonde en zijn macht te vernietigen".

Dr. S. zag dus ook de geschiedenis der kerk tussen IsraŽls verwerping en wederaanneming. De Schrift is gewijd aan de nationale bestemming van IsraŽl van Gen. 12 tot Hand. 28:28.

Een bescheiden houding ten opzichte van IsraŽl ligt de Kerk niet gemakkelijk, gewend als zij is om naar haar stand te regelen en te sturen, voorop te gaan en de toon aan te geven in de zending en het medische werk der zending. Voor het beste deel der Kerk is dan ook de liefde voor Kerk en zending als samengeweven, want hoevele duizenden zendelingen hebben hun leven ingezet, zonder te letten op Ďs Heren belofte, namelijk: "Deze tekenen zullen u volgen, in Mijn Naam zult gij demonen uitwerpen, met nieuwe tongen zult gij spreken, slangen zult gij opnemen en al is het dat gij iets dodelijks zult drinken, het zal u niet schaden. Op kranken zult gij de handen leggen en zij zullen gezond worden!". Markus 16:17 en 18.

"Wekt doden op, reinigt melaatsen", Matt. 10:8. Maar het Koninkrijk was toen nabij gekomen, het was een gebod en belofte aan IsraŽl, precies zoals de profetie voorzei: "Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die krankheden geneest en uw leven verlost van de groeve". Ps. 103:3, 4. Alsook Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, Die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend. Alle beloften voor het Koninkrijk. Toen het Koninkrijk terugweek en IsraŽl uitviel, gaf God door Paulus een bevel tot herordening (gr. tekst zelfde woord als Matt. 4:21 herordening der netten) der heiligen tot opbouw van het Lichaam van Christus, Ef. 4:12; en een nieuwe marsorde volgens 2 Tim. 4:2: "Verkondig het woord, houdt aan tijdig en ontijdig, wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer!".

God gaf vervolgens ook evangelisten, herders en leraars. Vandaar dat onze zendelingen wel vele individuele resultaten zien van heidenen die tot geloof komen, maar hun woord gaat niet vergezeld met de opwekking van doden en dergelijke wonderen als tekenen van de toekomende eeuw. De massa zal IsraŽl straks bereiken. IsraŽls val was al wel rijkdom voor de wereld (en wat een rijkdom: een taak van de Gemeente door Christus zelf samengevoegd uit individuele, gelovige heidenen of Joden gaat de roeping van IsraŽl verre te boven; zij zijn geen vreemdelingen meer op aarde of gasten van of geplant op IsraŽl, maar medeburgers van het Allerheiligste in de hemelen en leden van de familie Gods. Gr. Tekst Ef 2:19). Hun taak is onder andere het rechtzetten der gevallen engelen en het reinigen der hemelse dingen, want zelfs de hemelen zijn niet rein in Zijn ogen, zegt Job.

Was IsraŽls verwerping al verzoening voor de wereld, hoeveel te meer hun aanneming voor de WERELD! Het leven uit de doden. Wie in het Koninkrijk de Wet doet en leert, zal daar groot genoemd worden, Matt. 5:19.

De heidenen zullen tot IsraŽls licht gaan en de koningen tot de glans die hun is opgegaan. Het volk dat hen niet kende zal tot hen lopen om des Heren huns Gods wil, want Hij heeft hun verheerlijkt. De menigte der zee zal tot hen gekeerd worden, opdat men tot hen inbrenge het heir der heidenen en hun koningen zullen tot hen geleid worden, ja vele natiŽn en machtige volken zullen komen om de Here der heerscharen te Jeruzalem te zoeken, zegt Jesaja.

Is hier sprake van een meedoen van IsraŽl met de zending der Kerk? Of is het juist IsraŽls bestemming als volk om het uitgangspunt van zegen voor alle volken der wereld te zijn? Nergens toch in de profetieŽn die alleen de toekomst der aarde zien met IsraŽl als middelpunt vindt men iets van een kerk, wel van een tempel. Het dan volgende Koninkrijk is geheel MozaÔsch, alleen de grote Verzoendag bestaat dan niet meer, die is vervuld geworden toen de Grote Hogepriester uit het Hemels Heiligdom trad. Ook de Ark met de daarop rustende Schechina zal niet weder gemaakt worden. Jer. 3:16 zegt: "Men zal niet meer spreken over de ark van het verbond des Heren, men zal haar niet zoeken en zij zal niet meer gemaakt worden", want, vervolgt 17: "Men zal Jeruzalem noemen de Troon des Heren, alle volken zullen zich daarheen verzamelen". De Heer is daar Zelf tegenwoordig. Dit is de letterlijke vervulling van GabriŽls boodschap aan Maria: Haar Zoon zou over het huis van Jacob heersen in DE EEUW. Dan zullen de offers de Heer weer aangenaam zijn als in de dagen van ouds, dan zullen zelfs de volken offers brengen in Gods Bedehuis. Mijn Huis zal een Huis des Gebeds genaamd worden, zei de Heer.

Al wat leeft houdt Sabbat en Nieuwe Maan, Jes. 66:2 en jaarlijks wordt door de volken het Loofhuttenfeest mee gevierd en op Christus' wetsonderricht zullen de kustlanden wachten. Natuurlijk is er dan geen versteend Rabbinisme meer, dat door eigen inzettingen Gods geboden krachteloos maakt. Ook zullen de priesters dan het volk geen lasten meer opleggen zwaar om te dragen.

Wel wordt hier vaak tegenin gebracht dat God op verschillende plaatsen in het Oude Testament zegt dat Hij hun offerdienst haat, maar dat was alleen dan als tegelijk hun hart bij de afgoden was, zoals o.a. in Amos 5:21-27. Maar er is ook aan het Koninkrijk op aarde een "TOTDAT". Waar in de bijbel voornamelijk sprake is van IsraŽl als Gods volk, daar zal IsraŽls taak volbracht zijn als alle volken "Gods volken" zullen zijn, zoals Op. 21:3 zegt: daar is geen tempel meer, geen tranen, geen dood, geen rouw of geklaag, geen zee, geen maan of zon, want de Here God zal hen verlichten; al zal dit geestelijk niveau geleidelijk worden bereikt. Dan is alles onder Eťn Hoofd samengebracht in Christus, Ef. 1:10. De Heer Zelf zegt in Luk. 24:44 dat alles vervuld moet worden hetgeen van Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en de Profeten en de Psalmen.

Dr. W. ten Boom schrijft in "het oude testament en de symboliek":

"Er is sprake van een glorierijk herstel der oude bedeling onder het aspect van het gericht, dat, al is het voor een korte tijd, de geschiedenis van IsraŽl zal doen herleven. Juist om dat verleden nog eens in het zuivere en volle licht der vervulling te plaatsen. Het oude verbond zal nog eens de revue passeren en nog eens, of liever nu voor het eerst, in zijn werkelijke Goddelijke bedoelingen worden onderkend. Want eigenlijk is de toestand zo, dat in de oude dagen het verbond nimmer ten volle tot zijn recht is gekomen. Wij kunnen gerust zeggen: het is aan de satan gelukt de luisterrijke bedeling van het oude verbond voortdurend te onderbreken, te verduisteren en te verdraaien. Het prachtige samenstel der oud-testamentische eredienst is nooit in volle werking gezien en verstaan en de daarin schuilende vrijheid is miskend, of in slaafse vormendienst overgegaan. Dan zal volgens Ez. 47 de Tempel worden herbouwd en de offers zullen dan terugzien op het volbrachte werk van Christus en dankbaar doen gedenken wat God in Christus deed voor het herstelde IsraŽl. Dan zullen de feesten hun volle, hemelse interpretatie ontvangen. En aan de apostelen de eer om ze voor de ogen der twaalf geslachten IsraŽls nog eenmaal te vertolken en ze voor de wereld te doen uitstralen". Tot zover Dr. ten Boom.

Wij voor ons menen echter, dat wij in het Koninkrijk geen herhaling van het Oude Verbond zullen zien, want dan zou het weer kunnen mislukken, maar de uitwerking van het Nieuwe Verbond, dat alleen aan IsraŽl is beloofd. De Verbonden zijn voor IsraŽl, zegt Paulus in Rom. 9:4. In Jer. 31:31 staat: "Zie, de dagen komen, dat Ik met het Huis van IsraŽl en Juda een Nieuw Verbond sluiten zal". Zijn Wet is dan in hun hart, want dan is het een wedergeboren volk. Eerst zal God alle volken doen beven en daarna zal de wens aller volken komen als de Tempel met heerlijkheid zal worden vervuld.

Hoe totaal verschillend de toestanden van het komende Koninkrijk zullen zijn ten opzichte van de tegenwoordige onrustige, verwarrende boze eeuw lezen wij bijvoorbeeld in:

  • Ps. 65:14 de landouwen zijn bekleed met kudden, de dalen tooien zich met koren: zij jubelen elkander toe, ook zingen zij.
  • Jer. 31:12 Zo komen zij jubelend op de hoogte van Sion en stromen toe naar het goede des Heren, naar koren, most en olie, naar schapen en runderen; hun ziel zal zijn als een besproeide hof, zij zullen nooit meer versmachten. Ik troost en verblijd hen na hun smart.
  • Amos 9:13-15 De bergen druipen van jonge wijn, verwoeste steden zullen zij herbouwen en bewonen; wijngaarden zullen zij planten en de wijn ervan drinken; boomgaarden zullen zij aanleggen en de vrucht ervan eten. Zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de grond die Ik hun gegeven heb, zegt de Heer, Uw God.
  • JoŽl 2:23-24 Regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen. De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie stromen.
  • Zach. 3:10 Gij zult elkander nodigen ieder onder zijn eigen wijnstok en vijgeboom.
  • Jes. 14:7 De GANSE AARDE heeft rust, is stil.

De zekerheid van deze komende landelijke rust en heerlijkheid drukt zich uit in al IsraŽls gebeden. Het achttiende, het zg. Themone Esreb gebed, dateert al van de tijd vůůr Christus' komst op aarde, waarschijnlijk heeft Hij dit zelf mee gebeden. Het is in de oudste Talmudgeschriften als een vaststaand en eeuwenoud gebed vermeld en het wordt ook nog heden door de vrome Jood dagelijks gebeden. Daarin wordt een nieuwe tijd verwacht en afgesmeekt, waarin de Heer Zijn welgevallen blijvend van kracht aan IsraŽl zal tonen doordat dan de offerdienst en de genadige inwoning der Schechina weer tot de Tempel terugkeert.

Het oudste gedeelte van het gebed luidt: "Heb welbehagen, Heer onze God, in uw volk IsraŽl en in hun gebed en breng de tempeldienst terug in het binnenste van uw huis. Dat de offerdienst van IsraŽl en hun heimwee vol gebed U mogen welgevallen en onze ogen mogen aanschouwen Uw terugkeer naar Sion in erbarmen. Geprezen zijt Gij, Jehova, Die Zijn Schenchina aan Sion weder geeft".

Aangaande deze Schechina is het zeker dat zij zich niet meer in de tempels van Zerubbabel en Herodes bevond. Volgens de Misjna werd zij vervangen door een steen, de ark met de daarop rustende Schechina verdween bij de eerste ballingschap. Van die steen is daarom sprake in Hos. 3:4: Vele dagen zullen de IsraŽlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen.

De verhoring van bovenstaand gebed zal nog heerlijker zijn dan IsraŽl daar afsmeekt tot op heden, want de Schechina boven de ark was zinnebeeld van Gods tegenwoordigheid, maar na IsraŽls aanstaande bekering tot God zal de ark niet meer gemaakt worden, want te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de Troon des Heren en alle volken zullen zich daarheen verzamelen. Jer. 3:14.

De naam der stad zal zijn: "De Heer is aldaar!". Dan is het GROTE JUBELJAAR aangebroken!

E.W.H.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden