Het Avondmaal



8. De betekenis van het Pascha voor de Christen-IsraŽlieten

Laat het Lam zelf spreken: "Dit is Mijn lichaam", "dit is Mijn bloed" (Mat. 26:26-28). Gezegd zij dat "dit" in het Grieks onzijdig is en "brood" en "wijn" mannelijk. "Dit" kan dus volgens de taalregels niet voor brood en wijn staan. Wat is dan dit "dit"? Vooreerst zij opgemerkt, dat het gebruik van "is" de betekenis heeft van "stelt voor". "Dit" moet dus iets onzijdigs zijn, voorstellende maar niet letterlijk zijnde: het lichaam en het bloed van het Lam. De oplossing schijnt eenvoudig genoeg: "dit" is het eten en drinken, de maaltijd, het Pascha, het Paaslam. Vers 26 begint dan ook met "terwijl zij aten". De Here zelf was het ware Lam. De Griekse Schriften gebruiken in de meeste gevallen "lammetje", (dat onzijdig is) en niet "lam". Het eten en drinken was een voorstelling van het zich toeŽigenen van Christus door het geloof, zoals in Joh. 6. Het ware Lammetje was dus gereed geslacht te worden en wat zou daarvan de draagwijdte zijn? Wij zullen hier niet trachten die volheid van genade uit te drukken, maar stippen maar een en ander aan. Vooreerst kan men onderscheiden tussen dood, bloed en kruis.

Wij willen slechts enkele teksten opgeven, betreffende de waarde van het bloed. Hierbij kunnen wij dan wederom onderscheiden in welk opzicht er van dit kostbare bloed gesproken wordt. Gewoonlijk letten wij er niet veel op met welke naam de Here vermeld wordt. Dat heeft toch zijn betekenis, zoals wij reeds gezien hebben met betrekking tot "Here". Terwijl b.v. "Jezus" Zijn staat van vernedering aanduidt, drukt "Christus Jezus" Zijn verheerlijkte positie uit. Ook "Zoon zijner liefde" is een uitdrukking, die Zijn tegenwoordige heerlijkheid doet uitkomen. Wij classificeren dan ook de teksten volgens de naam, die gebruikt is.

De kracht van het bloed.

Van "Jezus" Het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden (1 Kor. 11:28; Mat. 26:28).
De gemeente Gods... die Hij Zich verworven heeft door zijn eigen bloed. Hand. 20:28.
Gaan in het heiligdom, door het bloed van Jezus Heb.10:19.
Door zijn eigen bloed, het volk zou heiligen Heb. 13:12.
(Zijn Zoon) Het bloed van Jezus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonden (Christus staat niet in de meeste teksten) 1 Joh. 1:7.
(Jezus Chr.) Ons van onze zonden gewassen heeft door Zijn bloed Op. 1:5.
Van "Christus" Gerechtvaardigd in Zijn bloed Rom. 5:9.
Uw geweten reinigen van dode werken Heb. 9:14
Door het kostbare bloed van Christus verlost van ijdele, door de vaderen overgeleverde wandel 1 Petr. 1:18-19.
Nabij geworden door het bloed van Christus, Ef. 2:13.
Van het Lam Gode gekocht met uw bloed uit alle geslacht en taal en volk en natie, Op. 5:9.
Van "Christus Jezus" Verzoening door het geloof in bloed, Rom. 3:25.
Van de "Zoon Zijner liefde" Vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises - alle dingen verzoend, Kol. 1:20.
Van de "Geliefde" In Wie wij de verlossing (APOlutrosis) hebben door Zijn bloed, Ef. 1:7.


Het is hetzelfde bloed, maar het heeft menigerlei kracht, en betreft verschillende trappen van geloof, bedelingen, schepselen. Van de vergeving van zonden, tot de volledige verlossing (APOlutrosis) en de verzoening van alle dingen heeft men allerlei schakeringen.

Vergeving en behoudenis van zondEN, vrijmaking en reiniging van de zondE, redding uit de handen van de boze, verlossing uit ijdele wandel, wetteloosheid en slavernij, en daarbij heiliging, rechtvaardiging en verzoening. Wie kan die waarde en kracht van het bloed overzien?

Het Paaslam en de Exodus uit Egypte, weg van Farao en de Egyptenaren waren een zwak beeld van het ware Lam en de geestelijke Exodus in betrekking tot Satan, de wereld en de zonde. En die rijkdom van genade was voor allen, die het Lammetje aannamen door het geloof. Paulus kon dan ook terecht zeggen in de naam van alle gelovigen: "Want ook ons Pascha, Christus, is geslacht". (1 Kor. 5:7). Men ziet, dat de kracht van het bloed veel verder reikt dan het "Nieuwe Verbond".

Maar buiten de geestelijke betekenis, was er nog iets anders, dat niet alle gelovigen betrof. IsraŽl is nog niet IN HET LAND, het koninkrijk is er nog niet. In dit opzicht, betreffende de aardse dingen, moet er nog een Exodus komen. IsraŽl als volk, is nu nog in "Egypte", de landen der Heidenen. De uittocht uit Egypte en het Pascha wezen vooral op de ware uittocht van IsraŽl in de toekomst.

Het Lam is wel geslacht, maar het Pascha is nog niet vervuld. Wanneer die vervulling plaats hebben zal? Luk.22:15-16 geeft het antwoord: in het Koninkrijk. Dan heeft IsraŽl van het Lammetje "gegeten" (door zijn geloof in de Gekruisigde) en wordt het uit alle natiŽn getrokken en in het LAND gebracht. Dan is het Pascha niet meer een beeld of een geestelijk feit, maar is het Pascha werkelijk genuttigd en "vervuld". Een schaduw van deze vervulling vinden wij in Joz. 5:10.

Het woord Pascha zelf, betekent "voorbijgaan". De Engel ging voorbij de IsraŽlieten, die in het bloed geloofden. Over de anderen kwam het oordeel. Ook dit wordt letterlijk vervuld bij de komst van het koninkrijk. Des Heren Pascha kreeg alzo een vollere betekenis toen de Here het voor de laatste maal met Zijn discipelen vierde. De drinkbeker der dankzegging vooral wordt nader toegelicht.

Mat. 26:28 "Het bloed van het Nieuwe Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden".

Het bloed van het Nieuwe Verbond. Hier vinden wij het Verbond met IsraŽl en Juda, door Jer. 31:31-34 aangekondigd. Geen verbond wordt gesloten zonder bloed. Zolang het verbondsoffer of verbondsmaker leeft, is het verbond van geen kracht (Heb. 9:16-22). Christus' bloed zal nooit meer vergoten worden en als dit het verbond van Jeremia niet is, dan zal het nooit gesloten worden. Het Oude Verbond stond in betrekking tot de "gelofte" van IsraŽl, dat uit eigen kracht zou doen "al wat de Here zegt" (Ex. 19:3-8 enz.). Volgens de wet kan een vrouw alleen door haar man van een gelofte ontheven worden (Num. 30). IsraŽl, die Jehovah's vrouw was. kon alzo alleen door Christus uit de slavernij der gelofte (Gal: 4:3) bevrijd worden. Daartoe dan het Nieuwe Verbond. Toen werd het verbond gesloten, maar in de toekomst zal het eerst "opgericht" worden (Heb. 8:8, waar het Gr. "volmaken" gebruikt). Dat zal gebeuren als IsraŽl zal toegaan met een waarachtig hart... gereinigd van het kwade geweten" (Heb. 10:22). Zie ook 1 Petr. 1:2.

Voor velen vergoten tot vergeving van zonden. Maar slechts enkelen uit IsraŽl zouden na het kruis die vergeving aanvaarden en al steunden de 12 Apostelen en Paulus gedurende Handelingen op het sluiten van dat Nieuwe Verbond, IsraŽl als zodanig verstond niet en bemerkte niet. Zij bekeerden zich niet tot vergeving van zonden (Hand. 28:26-27). De tijden der verkwikking konden dus nog niet komen, de Here Jezus kon nog niet gezonden worden, om hen in het koninkrijk te brengen (Hand. 3:19-21). Het Paaslam was geslacht, maar IsraŽl wilde niet uit "Egypte"! Wat moesten de Joodse discipelen in die omstandigheden doen?

Doet dit tot Mijne gedachtenis. "Doet dit, zo dikwijls gij, (die) drinkt, tot Mijn gedachtenis... zo verkondigt gij (niet "zo verkondigt" 't is geen gebiedende wijs) de dood des Heren, totdat Hij komt". Zij moesten getuigen zijn van de dood des Heren, er steeds de aandacht op roepen en alzo het ongelovige deel van IsraŽl uitnodigen de verlossing aan te nemen, het Lam werkelijk te eten en te drinken door het geloof en alzo Zijn Komst mogelijk te maken en het Pascha te vervullen. Ook ten opzichte van de Volken was het een getuigenis, om hen tot het geloof in Christus te brengen.

Had IsraŽl, als volk, toen de Messias aangenomen, dan had, naar de mens gesproken, de tegenwoordige bedeling niet bestaan en zouden zij werkelijk des Heren Pascha gevierd hebben "totdat Hij komt". De tijd van De Openbaring zou zich dan aangesloten hebben aan die van de Handelingen. Nu echter is er een onderbreking en met IsraŽl zijn de verwachtingen en vormen van dit Volk tijdelijk opgeheven. Er is dan ook een onderbreking in het vieren van het Pascha. De "komst", de parousia, "de hoop IsraŽls", staat in verband met de Anti-christus, de grote verdrukking, de dag des Heren en de vervulling van het Pascha.

De Gemeente der Verborgenheid verwacht ook de Here Jezus Christus (Filp. 3:20), maar vůůr de "parousia". Die komst kenden de KorinthiŽrs nog niet, want dat maakte deel uit van wat aan Paulus eerst later zou geopenbaard worden en hij bekend zou maken. Nadat het lichaam der Leden der Gemeente veranderd is tot gelijkvormigheid aan het lichaam van Zijn heerlijkheid, zal IsraŽl weer Pascha vieren en de dood des Heren verkondigen "totdat Hij komt". De verwachting van Filp. 3:20, 21 wordt verborgen verwerkelijkt. Het is een nederdalen om de leden van het Lichaam persoonlijk op te wekken. De parousia is 's Heren openbare komst voor de aarde. Een deel er van is de opname van de gelovigen van de Thessalonicenzen groep (1 Thess. 4).

Sommigen blijven weifelend de maaltijd des Heren vieren omdat ze geen weg weten met die woorden: "Totdat Hij Komt". Men lette er op, dat er niet staat wat men er gewoonlijk van maakt: "Doet dit, totdat Hij komt", maar wel: "Doet dit... tot Mijn gedachtenis". Telkenmale ze "dit" zouden doen, zouden zij de dood des Heren verkondigen. Voor wat het Pascha betreft, zou het steeds, ook in het Koninkrijk, tot Zijn gedachtenis zijn, maar het zou slechts het KARAKTER van verkondiging van des Heren dood behouden, "totdat Hij komt". Daarna blijven zij het dus nog vieren (Ezech. 45:21), ter gedachtenis, terugziend op Zijn offer en de "vervulling" van het Pascha. Dan echter is het niet meer zo zeer een verkondiging van Zijn dood, maar ligt de nadruk op hetgeen uit die dood voortvloeit. Het Pascha gaat door, maar het is niet meer de verkondiging van des Heren dood, wel nog tot Zijn gedachtenis. De Here zegt dan ook dat Hij "nieuw" dat is: op nieuwe wijze, met hen zou drinken in het koninkrijk (Mat. 26:29). Men leze dus: verkondigt gij, totdat Hij komt, de dood des Heren. Nadat Hij gekomen is, moet de dood niet meer verkondigd worden, maar de gedachtenis blijft.

"Totdat Hij komt" staat dus in betrekking tot de betekenis die het Pascha had tot op het ogenblik van Zijn Komst, niet op het vieren zelf en de duur er van. Paulus zegt ook niet: "Zo verkondigt de dood des Heren, totdat Hij komt", in de gebiedende wijs, maar zegt alleen dat, zo dikwijls zij "dit" brood eten en de drinkbeker drinken, zij des Heren dood verkondigen.

Het Pascha heeft dus een diepere betekenis gekregen door hetgeen de Here Jezus zei en deed. Die maaltijd was niet de vervanging van het Pascha, niet een nieuwe instelling voor de Christenen, maar maakte deel uit van het Pascha en de woorden van de Heer, wierpen een helder licht op de betekenis van het Pascha. De oude vorm werd vervolledigd, niet vervangen door een nieuwe vorm. Die vorm zal later vervuld worden. Ook is het maal des Heren geen vervulling van de oude vorm zoals de Roomse kerk beweert. Zoals wij hierboven gezien hebben, zegt ons ook de oudste overlevering, dat de maaltijd des Heren niets anders is dan het Pascha des Heren. De eerste Christenen zijn hier onze getuigen.

De Geestelijke betekenis was voor alle gelovigen, de stoffelijke betekenis alleen voor IsraŽl. De volken hadden geen vormen, ook niet het Pascha. IsraŽl alleen mocht des Heren hoogtijden vieren.

Voor hen die "verlichte ogen" hebben voor de bedelingen en dan ook inzien, dat het Evangelie volgens Mattheus alleen IsraŽl betreft, spreekt het ook van zelf, dat Mat. 26:26-28 dan niet plotseling een "instelling" voor de Gemeente geeft. De Here Jezus richtte Zich hier tot de 12 Apostelen van IsraŽl. Later ontving ook Paulus een aanwijzing van de Here, betreffende het vieren van het "avondmaal" maar dat was vůůr hij iets wist van de Gemeente, toen deze nog verborgen was en zelfs niet zou bestaan hebben (naar de mens gesproken) als IsraŽl zich bekeerd had. Toen vierde hij nog, evenals de andere Christen-IsraŽlieten het Pascha. De Here gaf hem ook de diepere betekenis van dit feest te kennen, en het belang het op ernstige wijze te vieren, zodat het des te meer een verkondigen van de dood van het Lam zou zijn, niet alleen een herinnering aan de uittocht uit Egypte, maar vooral een heenwijzen naar de komende bekering van IsraŽl en de komst van het Koninkrijk.





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden