De Twee Babylons

Alexander Hislop


Appendix E
De betekenis van de naam Centaur



De gebruikelijke klassieke afleiding van deze naam geeft weinig bevrediging, want zelfs al zou het kunnen zijn afgeleid van woorden die "stieredoders" betekenen (de betekenis is zelf ook kreupel), toch werpt zo'n naamsverklaring geen enkel licht op de geschiedenis van de centaurs. Indien opgevat als een Chaldees woord, dan zal het duidelijk worden dat de gehele geschiedenis van de klassieke Kentaurus volledig overeenkomt met de geschiedenis van Nimrod, met wie wij hem reeds in verband hadden gebracht. Kentaurus is klaarblijkelijk afgeleid van Kehn, "een priester", en "Tor, "rond gaan", van de zon, die naar het zo schijnt, zich dagelijks rond de aarde beweegt. De naam van een priester wordt geschreven als Khu, en de klinker wordt toegevoegd al naar gelang de verschillende dialecten van degenen die het woord gebruikten, zodat het Kohn, Kahn of Kehn werd. Tor, "degene die rond gaat", zoals op de zon van toepassing is, is klaarblijkelijk een andere naam voor het Griekse Zen of Zan, zoals gebruikt voor Jupiter, en in verband gebracht met de zon, die de betekenis heeft van "hij die omcirkelt of omvat", en waar ook ons woord zon van is afgeleid, dat in het Anglo-Saxisch Sunna was (MALLET, Glossary, p.565, Londen, 1847), en waarvan sporen terug te vinden zijn in het woord smnn (BUNSEN, Vocab., deel I, p.546), gebruikt om de omloop van de zon aan te geven. Het Hebreeuwse woord Zon of Zawon, "omcirkelen", waar deze woorden van afkomstig zijn, worden in het Chaldees Don of Dawon, en zo dringen wij door tot de betekenis van de naam die door de Boeotianen gegeven werd aan de "Machtige jager", Orion. Deze naam was Kandaon, zoals blijkt uit de volgende woorden van een deskundige op het gebied van Lycophron, geciteerd door Bryant (deel IV, p.154):

"Orion, die de Boeotianen ook wel Kandaon noemden."

Kahn-daon en Kehn-tor waren slechts verschillende namen voor dezelfde functie, de een betekende "priester van hem die omcirkelt", de andere "priester van hem die omwentelt", titels die klaarblijkelijk overeen kwamen met Bol-Kahn of "priester van Baal of de zon", zonder twijfel de exclusieve titel van Nimrod. Zo komt deze ook overeen met de geschiedenis van de vader der centaurs. Wij hebben reeds gezien dat hoewel Ixion door de Grieken tot vader van dit mythologische ras was gemaakt, zij zelfs toegaven dat de centaurs een veel verhevener afkomst moesten hebben, en dat daarom Ixion, waarschijnlijk een Griekse naam, de plaats had ingenomen van een vroegere naam, volgens de opmerkzaamheid van Salverté, die de mensheid vaak geleid heeft "in het plaatsen van personen, bekend in een andere tijd en volk, en van mythen die door het ene volk geleend waren van een ander volk uit een andere tijd." (Des Sciences, Appendix, p.483).

Veronderstel dat dit ook hier het geval is geweest, en laat de naam Ixion eens achterwege, dan zal het duidelijk worden dat alles wat van de vader van de centaurs of paarde boogschutters gezegd wordt, nauwkeurig op Nimrod van toepassing is, zoals hij wordt afgeschilderd in de verschillende mythen die betrekking hebben op de voorvader van de centaurs. Allereerst wordt van centaur gezegd dat hij is opgenomen in de hemel (DYMOCK, sub voce "Ixion"), dat wil zeggen dat hij door een hemelse gunst zeer verheven is; vervolgens wordt gezegd dat hij gedurende deze verheven staat verliefd is geworden op Nephelé, die bekend stond onder de naam Juno, de "Koningin des Hemels". Het verhaal is hier met opzet vaag, om het gewone volk om de tuin te leiden, en de volgorde van de gebeurtenissen schijnt veranderd te zijn, waarvoor echter gemakkelijk een verklaring gevonden kan worden. Daar het Griekse woord Nephelé "wolk" betekent, wordt van de centaurs gezegd dat zij afkomstig zijn van een wolk. Maar Nephelé betekent in de taal waar de fabel oorspronkelijk bedacht is "een gevallen vrouw", en het is van deze gevallen vrouw, dat de centaurs af zouden stammen.

Nu wil het verhaal van Ninus of Nimrod dat hij verliefd werd op Semiramis toen zij nog de vrouw van een andere man was, en hij haar nam, waardoor zij in twee opzichten gevallen was, gevallen als vrouw (3), en gevallen van het geloof waarin zij moet zijn grootgebracht. Het is algemeen bekend dat deze gevallen vrouw met de naam Juno of Duif, na haar dood door de Babyloniërs werd vereerd. Centaur werd vanwege zijn zelfingenomenheid en trots door de bliksem getroffen, veroorzaakt door de opperste God, en in de hel geworpen (DYMOCK, sub voce "Ixion"). Dit is een andere versie van het verhaal van Phaethon, Aesculapius en Orfeus, die om dezelfde reden en op dezelfde wijze getroffen werden. In de hel van de onderwereld werd de vader van de centaurs voorgesteld als vastgebonden aan een wiel dat voortdurend ronddraaide en zo de straf eindeloos maakte (DYMOCK, idem). In de slang ligt klaarblijkelijk een verwijzing opgesloten naar de twee symbolen van de vuur-aanbidding van Nimrod. Indien hij degene was die de verering van de slang introduceerde, zoals ik getracht heb aan te tonen (p.228), dan lag er een poëtische rechtvaardigheid in het feit dat de slang tot instrument werd gemaakt van zijn straf. Dan wijst het ronddraaiende wiel duidelijk naar de naam Centaur, met de betekenis van "priester van de ronddraaiende zon".

In de verering van de zon als degene die ronddraait lag niet enkel een verwijzing naar de cirkel die onder de heidenen het symbool van de zon was, en waarnaar het vurige wiel ook verwees (WILSON, Parsi Religions, p.31), maar ook naar de rondedansen van de Bacchusianen. Vandaar de uitdrukking "bassaridum rotator Evan", "De ronddraaiende Evan van de Bacchusianen" (STATIUS, Silv., boek II, v.7, p.118). Vandaar ook de rondedansen van de Druïden, waarover in de volgende passage uit een druïdenlied wordt gesproken: "Ruig was het zeestrand, terwijl de rondedans werd uitgevoerd door de aanwezigen met de witten linten in een gratieuze uitspatting. " (DAVIES, Druids, p.172). Dat deze rondedans onder de heidense aanbidders van afgoden in werkelijkheid betrekking had op de omloop van de zon, kunnen wij afleiden uit duidelijke uitlatingen door Lucianus in zijn verhandeling On Dancing, waar hij, sprekend over de rondedans van de oude Oosterse volken zegt met betrekking tot de zonnegod: "Het bestond uit een dans die deze god nabootste," (LUCIANUS, deel II, p.278). Wij zien daarom hier een bijzondere reden voor de rondedans van de Bacchae, en voor het immer ronddraaiende wiel van de grote centaur in de regionen van de onderwereld.

Voetnoten

[3] Nephelé werd evenals in het Grieks gebruikt voor de naam van een vrouw; de ontaarde echtgenote van Athamas werd zo genoemd (SMITH, Clas. Dict., sub voce "Athamas", p.110).





Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden