Laten en verlaten | Inhoudsopgave | Oordelen en veroordelen

Wat de Concordantie Leert



Stierf Christus in onze plaats of voor ons

Een Schriftonderzoeker met veel ondervinding schreef onlangs: "Nooit was er een tijd, waarin echte Godvrezende Christenen meer behoefte hebben aan de Goddelijke vermaning: Beproeft alle dingen, behoudt het goede (1 Thes. 5:21). Wij zijn alleen veilig, als wij doen zoals de Bereërs en de Schriften dagelijks onderzoeken om te zien of de dingen, die wij horen of lezen van mensen - zij mogen nog zo vermaard zijn om hun geleerdheid, godsvrucht en rechtzinnigheid - overeenstemmen met het zekere Woord van God". (Wij vertaalden uit het Engels.) Dat is steeds ook onze gedachte geweest en een der redenen waarom met "Uit de Schriften" begonnen is. Niet dat wij graag de gedachten van anderen in twijfel trekken. Ging het over menselijke zaken, dan lieten wij alles over aan "betrouwbare" autoriteiten. Nu het echter over Gods Woord, over de Waarheid gaat en wij niet op mensen mogen steunen, willen en moeten wij zelf onderzoeken.

Men moet wat over hebben om zo'n onderzoek in te stellen, en het eerste is wel: bereid te zijn alle eigen gedachte te laten varen voor een meer Schriftuurlijke. Dat is moeilijk. Want wij hebben onszelf zo lief. Wij moeten bereid zijn onze ziel te verliezen om Christus' wille (Mat. 10:39), dat is: geheel afstand doen van alle "ziellijke" gevoelens, zoals hoogmoed, eigendunk, gemakzucht, traagheid enz. Als wij dat doen, is er ook geen gevaar, dat wij de gedachte van anderen in twijfel trekken om de onze in de plaats er voor te stellen. Hoe meer wij afstand doen van onszelf, hoe gemakkelijker wij van de Heilige Geest de waarheid leren. Men denke er aan: alle moeilijkheid, die wij hebben met de Schriften ontstaat door onze fout, wij zijn te traag om ons te oefenen, onze geestelijke ogen te gebruiken om te leren zien en wij plaatsen allerlei dingen in de weg.

Toen iemand beweerde, dat de Heere Jezus niet "in onze plaats" gestorven was, schrokken wij. Het werd echter niet gezegd in een geest van ongeloof, alsof de Heere Jezus voor ons maar alleen een voorbeeld zou geweest zijn, maar als gevolg van een zorgvuldig onderzoek en een zich vasthouden aan de door God ingegeven woorden. Hoe durfde men zo iets zeggen, waar zovele vermaarde predikers die uitdrukking toch telkens weer gebruiken! Wij zijn overtuigd, dat de meesten ofwel zich onmiddellijk, zonder verder onderzoek, zullen afwenden van iemand, die durft zeggen, dat Hij niet in onze plaats gestorven is, ofwel zullen zeggen dat men zoveel belang niet moet hechten aan een uitdrukking.

Het eerste toont een neiging tot sektarisme en geloof in "autoriteiten", het tweede is een bewijs, dat men de ingeving van Gods Woord niet op prijs stelt. Dit Woord is een zwaard in onze worsteling (Ef. 6:17). Onschriftuurlijke uitdrukkingen zijn geen zwaard. Wie heeft er belang bij ons énig wapen te ontnemen of van "scherpsnijdend" bot te maken? Vanzelf, de overste van de macht der lucht, de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid en die tevens vele gelovigen in zijn strik vangt (2 Tim. 2:26). Om dat te voorkomen, moet men doen als de Bereërs. Zij vonden het zelfs nodig de woorden der Apostelen te controleren.

Laat ons deze zaak dan onderzoeken, steunende op de gezonde woorden en zien of behalve de begrippen "plaatsvervanging" en "voorbeeld" er geen andere, meer schriftuurlijke, oplossing is.
Met de concordantie zoeken wij nu eerst alle teksten, waar sprake is van het sterven van Christus. Wij letten er in het bijzonder op welk voorzetsel gebruikt is.

  • Joh. 11:51 "Dat Jezus sterven zou voor (huper) het volk".
  • Rom. 5:6 "Want Christus ... is te Zijner tijd voor (huper) de goddelozen gestorven".
  • Rom. 5:8 "Dat Christus voor (huper) ons gestorven is".
  • Rom. 14:15 "Voor (huper) welken Christus gestorven is".
  • 1 Kor. 15:3 "Dat Christus gestorven is voor (huper) onze zonden".
  • 2 Kor. 5:15 "Indien één voor (huper) allen gestorven is".
    "En Hij is voor (huper) allen gestorven".
    "Die voor (huper) hen gestorven en opgewekt is".
  • 1 Thes. 5:10 "Die voor (huper) ons gestorven is".
Zonder uitzondering is het dus "huper", dus "voor", "ten bate van", niet "in de plaats van".
Verder zijn er nog vele teksten waar gesproken wordt over het veelzijdig werk van Christus.
Met enige moeite, kunnen wij die ook verzamelen. Wij nemen eerst de teksten met "huper":
  • Mark. 14:24 "Mijn bloed, ... dat voor (huper) velen vergoten wordt". (Zie ook Luk. 22:19, 20)
  • Joh. 6:51 "Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor (huper) het leven der wereld".
  • Joh. 10:11 "De goede herder stelt zijn ziel voor (huper) de schapen". (Zie ook v. 15)
  • Rom. 8:32 "Maar heeft Hem voor (huper) ons allen overgegeven".
  • 1 Kor. 5:7 "Want ook ons Pascha is voor (huper) ons geslacht".
  • 1 Kor. 11:24 "Dat is Mijn lichaam, dat voor (huper) u gebroken wordt".
  • 2 Kor. 5:15 "Die voor (huper) hen ... opgewekt is".
  • 2 Kor. 5:21 "Heeft Hij zonde voor (huper) ons gemaakt".
  • Gal. 1:4 "Die Zichzelven gegeven heeft voor (huper) onze zonden".
  • Gal. 2:20 "Zichzelve voor (huper) mij overgegeven heeft".
  • Gal. 3:13 "Een vloek geworden is voor (huper) ons".
  • Ef. 5:2 "Zichzelven voor (huper) ons heeft overgegeven".
  • Ef. 5:25 "Zichzelven voor (huper) haar heeft overgegeven".
  • 1 Tim. 2:6 "Die Zichzelven gegeven heeft een rantsoen voor (huper) allen".
  • Tit. 2:14 "Die Zichzelven voor (huper) ons gegeven heeft".
  • Heb. 2:9 "Voor (huper) allen den dood smaken zou".
  • Heb. 10:12 "Een slachtoffer voor (huper) de zonden".
  • 1 Pet. 2:21 "Dewijl ook Christus voor (huper) ons geleden heeft".
  • I Pet. 3:18 "De Rechtvaardige voor (huper) de onrechtvaardigen".
  • 1 Pet. 4:1 "Dewijl dan Christus voor (huper) ons in het vlees geleden heeft".
  • 1 Joh. 3:16 "Zijn ziel (Grieks) voor (huper) ons gesteld heeft".
Die lijst spreekt voor zich zelve. Nooit is er de gedachte, van een "plaatsvervangend" lijden of sterven.
Nu de teksten met "peri":
  • Mat. 26:28 "Mijn bloed, ... hetwelk voor (peri) velen vergoten wordt (zie Mark. 14:24; Luk: 22:19, 20 waar "huper" gebruikt is).
  • Rom. 3:3 "Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses en dat voor (peri) de zonde".
  • 1 Petr. 3:18 "Want Christus heeft ook eens voor (peri) de zonden geleden".
  • 1 Joh. 2:2 "Hij is een verzoening voor (peri) onze zonden" enz.
  • 1 Joh. 40:10 "Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor (peri) onze zonden".
Men ziet, dat peri ook niet "in onze plaats" kan betekenen.
Verder een tekst met "dia":
  • Rom. 4:25 "Welke overgeleverd is om (dia) onze zonden (misdaden), en opgewekt om (dia) onze rechtvaardigmaking (rechtvaardiging)".

Het is hier ook weer niet "in de plaats van". Dia in de accusatief, (4e naamval) betekent "om reden van".

Er blijven nu nog twee verzen over, waar "anti" gebruikt is, namelijk in de overeenstemmende plaatsen Mat. 20:28 en Mark. 10:45. Wij bespreken ze hieronder. Vooraf merken wij op, dat er behalve de twee laatste teksten, niet de minste reden is om van plaatsvervanging te spreken. Van waar dan die gedachte? Is het misschien uit Jes. 53:4, 5: "Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen ... Maar Hij is om onze overtredingen verwond; om, onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijne striemen is ons genezing geworden". Dit alles spreekt echter nog niet letterlijk van "plaatsvervanging".

Misschien heeft men ook gedacht aan Mat. 20:28 "Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor (anti) velen". Het woordje "anti" kan wel de betekenis hebben van "in de plaats van", maar dikwijls is dit niet het geval in de Schrift. Laat ons dit woord in de Concordantie opzoeken. Wij vinden dan b.v.:

  • Mat. 5:38 "Oog om (anti) oog".
    Het ene oog staat niet of komt niet in de plaats van het andere.

  • Mat. 17:27 "Geef hem (den stater) voor (anti) mij en u".
    Dat geldstuk werd toch niet in de plaats van de Heere en Petrus gegeven. Waren zij, of althans onze Heere niet méér waard?

  • Rom. 12:17 "Kwaad voor (anti) kwaad".
    Zie ook 1 Thes. 5:15 en 1 Petr. 3:9. Dat het rantsoen niet in de plaats van de velen kwam, leren wij ook uit

  • 1 Tim. 2:6 "Zichzelven gegeven heeft een rantsoen (anti- lutron) voor (huper, dus ten bate, ter wille van) allen".

Verder moet men onderzoeken wat het zeggen wil zijn ziel te geven. Wellicht hebben wij daar later de gelegenheid voor. Het heeft meer betrekking op het lijden dan op het sterven. "Want gij zijt duur gekocht" zegt 1 Kor. 6:20. Zó duur, dat de prijs verre de waarde overtrof. "Antilutron" is dan ook geen prijs, die juist overeenstemt met de waarde van hen, waarvoor hij gegeven is. Hij is onze Schepper, onze Redder, onze Behouder, niet slechts een, wiens waarde met de onze kan vergeleken worden. Het Russellisme leert op grond van deze tekst, dat Christus een gelijkwaardige losprijs gegeven heeft. Wat Adam verloor, gewon Christus. Meer niet. Wat heeft Adam verloren? De heerschappij op aarde. Wat heeft Christus verworven? De macht in hemelen en op aarde, ja het Hoofd zijn boven alle dingen. Staat dit gelijk? Wat verloor Adam? Het levende ziel blijven. Wat werd Christus? Het tot levendmakende Geest zijn. Staat dit gelijk? Alle leer, die daarom van een gelijkwaardige losprijs spreekt, in deze zin, ontrooft Christus voor een groot deel van de waarde van Zijn verheven, heilig werk.

Als men Mat. 20:28 zo verstaat, dat Hij gegeven heeft wat wij niet konden geven, dus op deze wijze iets in onze plaats gegeven heeft, dan stemmen wij hierin volmondig toe. Wij missen, komen te kort in alles en kunnen niets goeds van onszelf. Hij moet alles doen. Hij moest in onze plaats een rantsoen geven. Op deze wijze verstaan, nemen wij het "plaatsvervangen" aan. Maar gewoonlijk bedoelt men er veel meer mee.

Wij willen hen nog verder tegemoet komen, die het belang niet inzien van de zaak. Vooreerst vragen wij waarom men een andere uitdrukking wil gebruiken dan die van de Heilige Geest? Menen wij het juister te kunnen uitdrukken? Stellen wij ons boven de Heilige Geest?

Spreekt men van een plaatsvervangend sterven, dan krijgt men al vast allerlei moeilijkheden. Een dezer is, dat al sterft een mens in de plaats van een ander, deze laatste daarom nog niet gerechtvaardigd is. Men kan wel een schuld betalen in de plaats van een ander, maar een straf die een zekere mens moet treffen kan niet op een ander overgaan. Die straf is iets persoonlijks en als zij op een ander overgaat is het geen straf meer. Iets dergelijks is maar in één geval mogelijk: als er tussen beide een zó innige gemeenschap bestaat, dat zij als één wezen kunnen beschouwd worden. Wij komen hierop terug, maar merken op dat het dan geen plaatsvervanging meer is.

Vervolgens lezen wij dan in 2 Kor. 5:15 "Die in hun plaats is opgewekt". Dan worden zij zelf niet opgewekt! Ziet men het gevaar iets te veranderen aan Gods Woord, al is het met de beste bedoelingen?

Een andere moeilijkheid is dat, als Christus in onze plaats gestorven is, eruit volgt, dat wij niet meer moeten sterven. Ofwel is Christus lichamelijk gestorven in de plaats van ALLE gelovigen en dan sterft GEEN hunner lichamelijk, ofwel is Christus ten bate van allen gestorven en kunnen zij ook lichamelijk sterven. Ook zou geen lichamelijk lijden ons moeten treffen als Hij in onze plaats geleden heeft.

Verder kan men opmerken, dat, als iemand in onze plaats iets doet, deze op dezelfde rang staat als wijzelf. Iemand van een hogere rang doet wel iets voor ons, maar niet in onze plaats. Een zoon die iets doet in de plaats van zijn vader door b.v. als mede-compagnon in de zaak een stuk te tekenen, staat in dat geval op één lijn met die vader. Doet hij iets ten behoeve van zijn vader, dan staat hij financieel b.v. boven hem. Een moeder doet als regel alles ten behoeve van haar kind. Als zij iets doet in de plaats van haar kind, kan dit dat ook doen, in het eerste geval niet.

Wie dus meent, dat Christus in onze plaats gestorven is, stelt zich op één lijn met Hem. Men bedoelt dit wel niet, maar zegt het wel. Is Christus echter ten behoeve van ons gestorven, dan konden wij dat niet. Dat leert de Schrift dan ook: het vlees was door de zonde krachteloos om te sterven, nu stierf Christus ten behoeve van ons. Het "in de plaats van", trekt Christus omlaag, het "ten behoeve van" zegt, wat de Schrift leert.
Er is nog meer. Het gebruik van het voorzetsel "sun" ("met" of "mede") is zeer leerzaam om na te gaan. In verband met het vorige wijzen wij op Rom. 6:

  • "Met Hem begraven" (v. 4).
  • "Met Hem ene plant" (v. 5).
  • "Met Hem gekruisigd" (v. 6).
  • "Met Christus gestorven" (v. 8).
  • "Met Hem zullen leven" (v. 8).
En dan in Ef. 2:
  • "Mede levend gemaakt in Christus" (v. 5).
  • "Mede opgewekt" (v. 6).
  • "Mede gezet in den hemel (overhemelse)" (v. 6).

In hoeveel plaatsen wordt niet van deze gemeenschap gesproken! Zie onder meer Joh. 6:56. Is MET Hem, gekruisigd, gestorven en begraven niet meer dan dat Hij "in onze plaats" zou geleden hebben en gestorven zijn? En dan kunnen wij ook mede opgewekt worden en mede gezet worden in de overhemelse! Al is er dan wel iets dat op plaatsvervanging lijkt, de hoofdgedachte moet zijn: een zodanige gemeenschap, dat er kan gezegd worden dat wij "in Christus" zijn, of beter, dat wij deel uit maken van Zijn Lichaam.

In verband met het vorige, ziet men ook dat 1 Petr. 3:24 niet spreekt van plaatsvervanging, al staat er: "Die zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft ... door Wiens striemen wij genezen zijn". Het betreft hier ook een sterven MET Christus: "der zonden afgestorven zijnde".

De Bijbel spreekt ons over twee gemeenschappen: die met Adam, en die met Christus. In Adam sterven allen en zij derven de heerlijkheid Gods. In Christus zullen zij allen levend gemaakt worden (1 Kor. 15:22). Nu zijn wij niet meer in Adam, maar in Christus. Nog beter is het deel te maken van het Samen-Lichaam, waarvan Hij het Hoofd is, dat is een volkomen organische eenheid.

Zo ziet men, dat men het "plaatsvervangend sterven" niet behoeft te stellen tegenover het "als voorbeeld sterven", want zo komt men tot moeilijkheden, loopt gevaar veel te verliezen en verheerlijkt Christus niet. Men houde zich aan de ware oplossing, die ons gegeven wordt in de gezonde woorden van de Heilige Geest. Christus stierf ten bate van allen en de gelovigen sterven met Hem. Laat ons daarom niet spreken van plaatsvervanging, maar van eenheid en gemeenschap met Hem, Die aan de rechterhand Gods zit, boven alles.


Laten en verlaten | Inhoudsopgave | Oordelen en veroordelen



Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden