Inleiding | Inhoudsopgave | Gelijk en evengelijk

Wat de Concordantie Leert



Ander en andersoortig

Hoe meer wij letten op de woorden door de Heilige Geest ingegeven, hoe meer de Schrift gaat leven. We zullen daar bewijzen van leveren. Laten we eens letten op de Griekse woorden, die in de St. V. door "andere" vertaald zijn. Dat zijn er twee, nl. "allos" en "heteros". Men zal zien dat het Grieks veel nauwkeuriger weergeeft, wat er bedoeld wordt, dan het Nederlands. Allos is "ander", heteros "andersoortig".

1. Allos (ander).

  • Mat. 5:39 "Maar zo wie u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe".
    Hieruit leren we duidelijk de betekenis van "allos": een andere, maar van dezelfde soort.

  • Mat. 27:42 "Anderen heeft Hij verlost".
    Het gebruik van "allos" bewijst, dat de Overpriesters, Schriftgeleerden en Farizeeën Hem met zondaars gelijk stelden. Voor hen was hij van dezelfde soort, niet de zondeloze Zoon Gods.

  • Luk. 5:29 "Ene grote schare van tollenaren en van anderen".
    Die "anderen" waren dus van dezelfde soort als de tollenaren, dus ook zondaren. Vers 30 zegt dan ook "tollenaren en zondaren".

  • Joh. 5:32 "Er is een ander, die van Mij getuigt".
    Volgens vers 37 is die "andere", de Vader. Hij is wel een Andere, maar van hetzelfde Wezen. Men ziet weer, hoe belangrijk het is, het juiste woord voor "ander" te gebruiken.

  • Joh. 10:16 "Ik heb nog andere schapen".
    Die waren van dezelfde soort. Hij sprak eerst van de schapen van "dezen" stal, dat waren de Joden te Jeruzalem. Daar buiten waren nog vele verstrooide schapen, d.i. Joden. Hij sprak nog niet tot de volkeren, deze waren hoogstens "andersoortige" schapen.
    (*Wij staan een andere uitleg voor. De schapen zijn inderdaad van hetzelfde soort, namelijk het gelovige soort. Met deze stal wordt de stal van het volk Israël bedoeld. De andere schapen zijn gelovigen uit de wereld, (een ieder, Joh 3:16), die tot geloof in Christus komen.)

  • Joh. 14:16 "Hij zal u een andere Trooster geven".
    Niet een mens of een engel, maar een van dezelfde goddelijke wezensgesteldheid als Hij, namelijk de Heilige Geest. Tevens blijkt hieruit, hoe de H. G. persoonlijk is. Zoals Christus het is, zo is het ook de Andere Trooster.

2. Heteros (andersoortig).

  • Mat. 8:21 "Een ander uit Zijne discipelen".
    De vorige die Hem toesprak was een Schriftgeleerde. Deze was geen Schriftgeleerde, het was er een van een ander soort; ook in deze zin, dat de eerste hem wou volgen in alles en de tweede niet.

  • Mat. 11:3 "Of verwachten wij een anderen?".
    Als Jezus niet de Christus was, Die moest komen, dan was Hij een gewoon mens en moesten zij er een verwachten van een andere soort, namelijk de ware Zoon Gods.

  • Luk. 6:6 "En het geschiedde ook op enen anderen sabbat".
    In vers 1 was het den "tweeden eersten" sabbat, dat was een bijzondere sabbat. In vers 6 is het een sabbat van een andere soort, waarschijnlijk een gewone wekelijkse sabbat.

  • Luk. 17:34 "De een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden".
    Zij zijn niet van dezelfde soort, vandaar het aannemen of verlaten.

  • Luk. 23:40 "Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem".
    Deze kwaaddoener erkende Christus, de eerste niet.

  • Joh. 19:37 "En wederom zegt een andere Schrift".
    Hetgeen v. 36 vermeldt, was vervuld, "zij zullen zien, in welken zij gestoken hebben" is nog niet vervuld. Die schriftdelen zijn dus niet van dezelfde soort, vandaar heteros.

  • Hand. 1:20 "Een ander neme zijn opzienersambt".
    De twaalfde apostel (Matthias) zou er een zijn van een andere soort dan Judas. Hij was heteros dan Judas en allos dan de andere discipelen.

  • Hand. 7:18 "Tot een ander koning opstond".
    Deze kende Jozef niet en vervolgde Israël. De vroegere waren waarschijnlijk van een geheel ander ras en werden "Hyksos" genoemd. Deze was een echt Egyptenaar.

  • Rom. 7:23 "Maar ik zie een andere wet in mijne leden".
    Die van v. 22 is de "wet Gods", deze een andersoortige.

  • 1 Kor. 15:40 "Een andere is de heerlijkheid der hemelse, en een andere der aardse".
    Niet alleen "ander", maar van een andere soort. Het geestelijk lichaam is een andere bestaanswijze. In v. 39, 41 is het "allos", daar betreft het ofwel aardse, ofwel hemelse d. i. van dezelfde soort.

  • Gal. 1 :6, 7 "Overgaat tot een ander (heteros) evangelie, hetwelk geen ander (allos) is". (Vert. Voorhoeve).
    In de Schriften zijn vele "goede tijdingen", maar allen van dezelfde soort. Bij de Galaten was het een andersoortig evangelie: het was "naar den mens ". Dus niet eenvoudig een "ander" maar een verschillend.

  • Heb. 7:11 "Een ander priester naar de ordening van Melchizédek".
    Deze is niet "naar de wet eens vleselijken gebods", maar "naar de kracht des onvergankelijken levens" (v. 16). Een andersoortig daarom.

  • Jak. 2:25 "En door enen anderen weg uitgelaten".
    Niet langs de deur, maar langs een andersoortige weg: het venster! (Jozua 2:15).

  • Jud. 7 "En ander vlees zijn nagegaan".
    Het gaat over de engelen, die hun "beginsel" of, volgens de vert. Voorhoeve, "hunnen oorspronkelijken toestand" niet bewaard hebben, maar "hunne eigene woonstede verlaten hebben". Die engelen hadden een lichaam aangenomen van vlees, maar het was andersoortig vlees. Men kan hier denken aan Gen. 6:2.
Men ziet hoe in het Grieks overal het juiste woord gekozen is en hoeveel de Schrift in kracht verliest, als men overal hetzelfde woord gebruikt.




Inleiding | Inhoudsopgave | Gelijk en evengelijk



Home
| Over LW | Site Map | LW Publicaties | Zoeken
Ontwikkeld door © Levend Water Alle rechten voorbehouden